Het Boek

Psalmen 6:1-11

1Een psalm van David voor de koordirigent. Te begeleiden met snarenspel en te zingen op de wijs van ‘De Achtste’.

2O Here, nee, straf mij niet

in het vuur van uw toorn!

3Heb medelijden met mij, Here,

want ik ben maar een zwak mens.

Genees mij,

want mijn lichaam is ziek

4en mijn geest verward.

Laat mij toch snel weer tot mijzelf komen!

5Kom, Here, red mijn ziel,

red mij door uw goedheid.

6Want doden kunnen U geen eer bewijzen

en in het dodenrijk kan niemand U loven.

7Het verdriet put mij uit,

elke nacht wordt mijn kussen nat van de vele tranen.

8Mijn ogen staan dof

en mijn blik is duister

omwille van mijn vijanden.

9Verdwijn uit mijn ogen, zondaars,

want de Here heeft mijn tranen gezien

10en mijn smeken gehoord.

Hij zal mijn gebeden beantwoorden.

11Al mijn vijanden zullen voor schut staan,

onverwachts in verwarring raken

en beschaamd de aftocht blazen.

New International Version

Psalms 6:1-10

Psalm 6In Hebrew texts 6:1-10 is numbered 6:2-11.

For the director of music. With stringed instruments. According to sheminith.Title: Probably a musical term A psalm of David.

1Lord, do not rebuke me in your anger

or discipline me in your wrath.

2Have mercy on me, Lord, for I am faint;

heal me, Lord, for my bones are in agony.

3My soul is in deep anguish.

How long, Lord, how long?

4Turn, Lord, and deliver me;

save me because of your unfailing love.

5Among the dead no one proclaims your name.

Who praises you from the grave?

6I am worn out from my groaning.

All night long I flood my bed with weeping

and drench my couch with tears.

7My eyes grow weak with sorrow;

they fail because of all my foes.

8Away from me, all you who do evil,

for the Lord has heard my weeping.

9The Lord has heard my cry for mercy;

the Lord accepts my prayer.

10All my enemies will be overwhelmed with shame and anguish;

they will turn back and suddenly be put to shame.