Het Boek

Psalmen 36

1Van David, de dienaar van de Here, voor de koordirigent.

De zonde beïnvloedt de goddelozen,
ze hebben geen enkel ontzag voor God.
De goddeloze denkt heel wat van zichzelf,
totdat het zover is dat zijn zonden aan het licht komen.
Dan wordt hij een gehaat man.
Alles wat hij zegt, is slecht en bedrieglijk.
Verstandig en goed handelen is er niet bij.
Zelfs in bed bedenkt hij nog allerlei kwaad,
hij bevindt zich op de verkeerde weg
en stelt zich open voor alles wat slecht is.
Here, uw goedheid en liefde zijn zo groot,
uw trouw is oneindig, niet te meten.
Uw rechtsgevoel is als de bergen
die U Zelf hebt gemaakt.
Uw oordeel is als een grote overstroming.
U bevrijdt mensen zowel als dieren, Here.
Wat is het geweldig
om uw goedheid en liefde te mogen ervaren, Here!
Daarom komen talloze mensen bij U schuilen.
Zij genieten van al het goede dat U hun biedt
en U overspoelt hen met uw zegeningen.
10 Want U bent de bron van al het leven:
als wij in uw licht staan, zien wij de dingen duidelijk.
11 Laten uw volgelingen
voortdurend uw goedheid en liefde mogen ervaren
en laten de eerlijke mensen
mogen delen in uw rechtsgevoel.
12 Zorg toch dat
de hoogmoedige geen vat op mij krijgt
en de goddeloze mij niet opjaagt.
13 De mensen die slechte dingen doen, zijn gevallen,
zij zijn neergeslagen en kunnen nooit meer opstaan!

La Bible du Semeur

Psaumes 36

La bonté du Seigneur

1Au chef de chœur, de David, serviteur de l’Eternel.

En moi-même, je médite sur ce que déclare le méchant[a] dans son péché;
Lui, il n’a même pas peur de Dieu[b].
Il se considère d’un œil trop flatteur
pour reconnaître sa faute, et la détester.
Les paroles de sa bouche sont mensonge et tromperie;
il ne veut pas réfléchir en vue de faire le bien.
La nuit, sur son lit, il projette un mauvais coup.
Il persiste dans la voie qui n’est pas la bonne:
il ne veut pas rejeter le mal.

Jusqu’au ciel va ton amour, Eternel,
et jusqu’aux nuages monte ta fidélité.
Ta justice est aussi haute que les plus hautes montagnes.
Tes jugements sont profonds comme l’immense océan!
Tu secours, ô Eternel, et les hommes, et les bêtes.
Que ton amour est précieux, ô Dieu!
Sous tes ailes, les humains se réfugient.
Ils se restaurent de mets généreux de ta maison.
Au torrent de tes délices, tu leur donnes à boire.
10 Car chez toi est la source de la vie.
C’est dans ta lumière que nous voyons la lumière.
11 Maintiens ton amour à tous ceux qui te connaissent,
manifeste ta justice à ceux qui sont droits de cœur!
12 Que les orgueilleux ne m’approchent pas,
et que les méchants ne me chassent pas!
13 Voici: déjà ils succombent, ceux qui font le mal,
ils sont renversés, sans pouvoir se relever.

Notas al pie

  1. 36.2 En moi-même, je médite : d’après le texte hébreu traditionnel. Certains manuscrits hébreux et de l’ancienne version grecque, la version syriaque ont: au fond de son cœur. Il faut alors comprendre: Ce que déclare le méchant dans son péché est au fond de son cœur.
  2. 36.2 Cité en Rm 3.18.