Het Boek

Psalmen 146:1-10

1Prijs de Here!

Laat alles in mij de Here prijzen!

2Ik wil de Here eren zolang ik leef.

Ik wil psalmen zingen voor mijn God,

zolang ik daarvoor de adem heb.

3Stel uw vertrouwen niet op machthebbers.

Zij kunnen u niet redden.

4Want als zulke mensen sterven,

blazen zij de laatste adem uit en bestaan niet meer.

Vanaf dat moment kunnen zij niets meer doen.

5Gelukkig is hij

die zijn hulp ontvangt van de God van Jakob,

die alles verwacht van de Here, zijn God.

6Want God heeft de hemelen en de aarde gemaakt

en de zeeën met alles wat daarin zwemt.

Hij is trouw tot over de grenzen van de dood heen.

7Hij doet recht aan onderdrukte mensen

en geeft voedsel aan wie honger lijden.

De Here bevrijdt de gevangenen van hun boeien.

8De Here laat blinden weer zien

en beurt mensen op die gebukt gaan onder zorgen.

Hij houdt van oprechte mensen.

9De Here beschermt mensen

die in een ander land vertoeven

en Hij zorgt voor weduwen en wezen.

Ongelovigen helpt Hij echter niet.

Hun wegen maakt Hij tot dwaalwegen.

10De Here is Koning tot in eeuwigheid.

Jeruzalem, uw God is er

voor elke nieuwe generatie.

Prijs de Here!

King James Version

Psalms 146:1-10

1Praise ye the LORD. Praise the LORD, O my soul.146.1 Praise ye…: Heb. Hallelujah

2While I live will I praise the LORD: I will sing praises unto my God while I have any being.

3Put not your trust in princes, nor in the son of man, in whom there is no help.146.3 help: or, salvation

4His breath goeth forth, he returneth to his earth; in that very day his thoughts perish.

5Happy is he that hath the God of Jacob for his help, whose hope is in the LORD his God:

6Which made heaven, and earth, the sea, and all that therein is: which keepeth truth for ever:

7Which executeth judgment for the oppressed: which giveth food to the hungry. The LORD looseth the prisoners:

8The LORD openeth the eyes of the blind: the LORD raiseth them that are bowed down: the LORD loveth the righteous:

9The LORD preserveth the strangers; he relieveth the fatherless and widow: but the way of the wicked he turneth upside down.

10The LORD shall reign for ever, even thy God, O Zion, unto all generations. Praise ye the LORD.