The Message

Mark 1

John the Baptizer

11-3 The good news of Jesus Christ—the Message!—begins here, following to the letter the scroll of the prophet Isaiah.

Watch closely: I’m sending my preacher ahead of you;
He’ll make the road smooth for you.
Thunder in the desert!
Prepare for God’s arrival!
Make the road smooth and straight!

4-6 John the Baptizer appeared in the wild, preaching a baptism of life-change that leads to forgiveness of sins. People thronged to him from Judea and Jerusalem and, as they confessed their sins, were baptized by him in the Jordan River into a changed life. John wore a camel-hair habit, tied at the waist with a leather belt. He ate locusts and wild field honey.

7-8 As he preached he said, “The real action comes next: The star in this drama, to whom I’m a mere stagehand, will change your life. I’m baptizing you here in the river, turning your old life in for a kingdom life. His baptism—a holy baptism by the Holy Spirit—will change you from the inside out.”

9-11 At this time, Jesus came from Nazareth in Galilee and was baptized by John in the Jordan. The moment he came out of the water, he saw the sky split open and God’s Spirit, looking like a dove, come down on him. Along with the Spirit, a voice: “You are my Son, chosen and marked by my love, pride of my life.”

God’s Kingdom Is Here

12-13 At once, this same Spirit pushed Jesus out into the wild. For forty wilderness days and nights he was tested by Satan. Wild animals were his companions, and angels took care of him.

14-15 After John was arrested, Jesus went to Galilee preaching the Message of God: “Time’s up! God’s kingdom is here. Change your life and believe the Message.”

16-18 Passing along the beach of Lake Galilee, he saw Simon and his brother Andrew net-fishing. Fishing was their regular work. Jesus said to them, “Come with me. I’ll make a new kind of fisherman out of you. I’ll show you how to catch men and women instead of perch and bass.” They didn’t ask questions. They dropped their nets and followed.

19-20 A dozen yards or so down the beach, he saw the brothers James and John, Zebedee’s sons. They were in the boat, mending their fishnets. Right off, he made the same offer. Immediately, they left their father Zebedee, the boat, and the hired hands, and followed.

Confident Teaching

21-22 Then they entered Capernaum. When the Sabbath arrived, Jesus lost no time in getting to the meeting place. He spent the day there teaching. They were surprised at his teaching—so forthright, so confident—not quibbling and quoting like the religion scholars.

23-24 Suddenly, while still in the meeting place, he was interrupted by a man who was deeply disturbed and yelling out, “What business do you have here with us, Jesus? Nazarene! I know what you’re up to! You’re the Holy One of God, and you’ve come to destroy us!”

25-26 Jesus shut him up: “Quiet! Get out of him!” The afflicting spirit threw the man into spasms, protesting loudly—and got out.

27-28 Everyone there was incredulous, buzzing with curiosity. “What’s going on here? A new teaching that does what it says? He shuts up defiling, demonic spirits and sends them packing!” News of this traveled fast and was soon all over Galilee.

29-31 Directly on leaving the meeting place, they came to Simon and Andrew’s house, accompanied by James and John. Simon’s mother-in-law was sick in bed, burning up with fever. They told Jesus. He went to her, took her hand, and raised her up. No sooner had the fever left than she was up fixing dinner for them.

32-34 That evening, after the sun was down, they brought sick and evil-afflicted people to him, the whole city lined up at his door! He cured their sick bodies and tormented spirits. Because the demons knew his true identity, he didn’t let them say a word.

The Leper

35-37 While it was still night, way before dawn, he got up and went out to a secluded spot and prayed. Simon and those with him went looking for him. They found him and said, “Everybody’s looking for you.”

38-39 Jesus said, “Let’s go to the rest of the villages so I can preach there also. This is why I’ve come.” He went to their meeting places all through Galilee, preaching and throwing out the demons.

40 A leper came to him, begging on his knees, “If you want to, you can cleanse me.”

41-45 Deeply moved, Jesus put out his hand, touched him, and said, “I want to. Be clean.” Then and there the leprosy was gone, his skin smooth and healthy. Jesus dismissed him with strict orders: “Say nothing to anyone. Take the offering for cleansing that Moses prescribed and present yourself to the priest. This will validate your healing to the people.” But as soon as the man was out of earshot, he told everyone he met what had happened, spreading the news all over town. So Jesus kept to out-of-the-way places, no longer able to move freely in and out of the city. But people found him, and came from all over.

Het Boek

Markus 1

De boodschap van Johannes de Doper

1In dit boek wordt het goede nieuws van Jezus Christus verteld. Het is precies zoals geschreven staat in het boek van de profeet Jesaja: ‘Luister, Ik stuur mijn boodschapper voor u uit om voor u een weg te banen.’ En: ‘Ik hoor de stem van iemand die roept in de woestijn: “Baan een weg voor de Here, maak zijn wegen recht.” ’ Deze boodschapper was Johannes de Doper. Hij leefde in de woestijn en vertelde de mensen dat zij zich moesten laten dopen als een openbaar getuigenis van hun besluit om de zonde de rug toe te keren, zodat God hen kon vergeven. Uit Jeruzalem en de provincie Judea kwamen vele mensen naar Johannes toe. Zij beleden hun zonden en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan. Johannes droeg kleren van kameelhaar en had een leren riem om. Hij at sprinkhanen en honing van wilde bijen. ‘Na mij,’ riep hij, ‘komt er Iemand die belangrijker is dan ik. Ik ben het niet eens waard de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.’

Het eerste optreden van Jezus

Op een dag kwam Jezus daar ook. Hij was uit Nazareth gekomen om Zich door Johannes in de Jordaan te laten dopen. 10 Direct toen Hij uit het water kwam, zag Jezus dat de hemel openscheurde en de Heilige Geest als een duif op Hem neerdaalde. 11 Een stem uit de hemel zei: ‘U bent mijn geliefde Zoon. U verheugt mijn hart.’ 12 Onmiddellijk daarna werd Jezus door de Heilige Geest naar de woestijn gestuurd. 13 Daar werd Hij veertig dagen lang door Satan op de proef gesteld. Hij was er alleen met de wilde dieren en de engelen zorgden voor Hem.

14 Later, toen Johannes de Doper door koning Herodes gevangen was genomen, ging Jezus terug naar Galilea om de mensen het goede nieuws van God te vertellen. 15 ‘Eindelijk is het zover!’ riep Hij. ‘Het Koninkrijk van God is vlakbij. Keer u af van de zonde en geloof het goede nieuws.’ 16 Toen Jezus op een dag langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee vissers, Simon en zijn broer Andreas. Zij waren bezig hun netten uit te werpen in het meer. 17 Hij zei tegen hen: ‘Ga met Mij mee! Dan zal Ik van jullie vissers maken die mensen bij Mij brengen.’ 18 Zij lieten hun netten liggen en gingen onmiddellijk met Hem mee. 19 Iets verderop zag Hij nog twee vissers, Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs. Zij zaten in hun boot de netten te repareren. 20 Hij riep hen ook en zij lieten hun vader met de knechten in de boot achter en gingen met Jezus mee.

21 Jezus en zijn metgezellen kwamen in Kafarnaüm aan. Op de sabbat (zaterdag, de Joodse rustdag) ging Hij naar de synagoge en sprak de mensen toe. 22 Zij waren verbaasd over wat Hij hun leerde, want Hij sprak als iemand met gezag, die wist waarover Hij het had. Dit was iets heel anders dan zij gewend waren van hun bijbelgeleerden. 23 In die synagoge was een man met een boze geest. Hij begon te schreeuwen: 24 ‘Ik wil niets met U te maken hebben, Jezus van Nazareth. U bent gekomen om ons te vernietigen! Ik weet wel wie U bent: de heilige Zoon van God!’ 25 ‘Zwijg,’ zei Jezus tegen de boze geest. ‘Ga onmiddellijk uit die man weg!’

26 De boze geest rukte en trok aan de man, gilde vreselijk en verliet hem. 27 De mensen keken hun ogen uit en vroegen elkaar: ‘Wat is dit toch? Iemand die iets nieuws leert en die gezag heeft! Hij zegt zelfs tegen de boze geesten dat zij moeten gaan en ze gaan nog ook!’ 28 Dit nieuws ging als een lopend vuurtje door heel Galilea.

29 Uit de synagoge ging Jezus met Simon en Andreas mee naar huis. Jakobus en Johannes waren er ook bij. 30 Simons schoonmoeder was ziek en lag met koorts op bed. De mannen vertelden het aan Jezus. 31 Toen Hij binnenkwam, ging Hij naar haar toe, pakte haar bij de hand en hielp haar overeind. De koorts verdween meteen. Zij stond op en maakte eten voor hen klaar. 32 Die avond na zonsondergang bracht men alle zieken en bezetenen bij Hem. 33 Veel nieuwsgierigen waren te hoop gelopen en voor het huis was het een drukte van belang. 34 Jezus genas heel veel mensen, wat voor ziekte ze ook hadden. Uit vele anderen verjoeg Hij de boze geesten. Hij liet niet toe dat die boze geesten iets zeiden, want zij wisten wie Hij was.

35 Op een morgen stond Jezus voor dag en dauw op en ging alleen naar een stil plekje om te bidden. 36 Later gingen Simon en de anderen Hem achterna. 37 Toen zij Hem gevonden hadden, zeiden zij: ‘Iedereen is op zoek naar U.’ 38 Maar Hij antwoordde: ‘Kom, wij gaan naar andere dorpen en steden hier in de buurt. Dan kan Ik de mensen daar ook over het goede nieuws van God vertellen. Daarvoor ben Ik immers gekomen.’

39 Zo reisde Hij heel Galilea door en sprak overal in de synagogen. Uit vele mensen verjoeg Hij boze geesten.

40 Op een dag kwam er een melaatse man naar Hem toe. Hij viel voor Jezus op zijn knieën en smeekte: ‘Als U wilt, kunt U mij genezen.’ 41 Toen Jezus zag hoe erg die man eraan toe was, kreeg Hij medelijden met hem. 42 Hij raakte hem aan en zei: ‘Dat wil Ik, word gezond!’ De melaatsheid verdween onmiddellijk en de man was helemaal genezen! 43 Jezus vond het niet goed dat de man bij Hem bleef. 44 ‘Ga direct naar de priester,’ zei Hij streng, ‘en laat u onderzoeken. Pas op dat u niemand iets vertelt! Neem het offer mee dat volgens de wet van Mozes gebracht moet worden, als iemand van melaatsheid genezen is. Dan zal het voor iedereen duidelijk zijn dat u genezen bent.’ 45 Maar de man kon het toch niet voor zich houden. Overal vertelde hij dat Jezus hem had genezen. Jezus kwam zo in de belangstelling te staan dat Hij niet meer onopgemerkt een stad kon binnengaan. Daarom bleef Hij maar buiten op het platteland. Maar ook daar wisten de mensen Hem te vinden.