The Message

John 14

The Road

11-4 “Don’t let this throw you. You trust God, don’t you? Trust me. There is plenty of room for you in my Father’s home. If that weren’t so, would I have told you that I’m on my way to get a room ready for you? And if I’m on my way to get your room ready, I’ll come back and get you so you can live where I live. And you already know the road I’m taking.”

Thomas said, “Master, we have no idea where you’re going. How do you expect us to know the road?”

6-7 Jesus said, “I am the Road, also the Truth, also the Life. No one gets to the Father apart from me. If you really knew me, you would know my Father as well. From now on, you do know him. You’ve even seen him!”

Philip said, “Master, show us the Father; then we’ll be content.”

9-10 “You’ve been with me all this time, Philip, and you still don’t understand? To see me is to see the Father. So how can you ask, ‘Where is the Father?’ Don’t you believe that I am in the Father and the Father is in me? The words that I speak to you aren’t mere words. I don’t just make them up on my own. The Father who resides in me crafts each word into a divine act.

11-14 “Believe me: I am in my Father and my Father is in me. If you can’t believe that, believe what you see—these works. The person who trusts me will not only do what I’m doing but even greater things, because I, on my way to the Father, am giving you the same work to do that I’ve been doing. You can count on it. From now on, whatever you request along the lines of who I am and what I am doing, I’ll do it. That’s how the Father will be seen for who he is in the Son. I mean it. Whatever you request in this way, I’ll do.

The Spirit of Truth

15-17 “If you love me, show it by doing what I’ve told you. I will talk to the Father, and he’ll provide you another Friend so that you will always have someone with you. This Friend is the Spirit of Truth. The godless world can’t take him in because it doesn’t have eyes to see him, doesn’t know what to look for. But you know him already because he has been staying with you, and will even be in you!

18-20 “I will not leave you orphaned. I’m coming back. In just a little while the world will no longer see me, but you’re going to see me because I am alive and you’re about to come alive. At that moment you will know absolutely that I’m in my Father, and you’re in me, and I’m in you.

21 “The person who knows my commandments and keeps them, that’s who loves me. And the person who loves me will be loved by my Father, and I will love him and make myself plain to him.”

22 Judas (not Iscariot) said, “Master, why is it that you are about to make yourself plain to us but not to the world?”

23-24 “Because a loveless world,” said Jesus, “is a sightless world. If anyone loves me, he will carefully keep my word and my Father will love him—we’ll move right into the neighborhood! Not loving me means not keeping my words. The message you are hearing isn’t mine. It’s the message of the Father who sent me.

25-27 “I’m telling you these things while I’m still living with you. The Friend, the Holy Spirit whom the Father will send at my request, will make everything plain to you. He will remind you of all the things I have told you. I’m leaving you well and whole. That’s my parting gift to you. Peace. I don’t leave you the way you’re used to being left—feeling abandoned, bereft. So don’t be upset. Don’t be distraught.

28 “You’ve heard me tell you, ‘I’m going away, and I’m coming back.’ If you loved me, you would be glad that I’m on my way to the Father because the Father is the goal and purpose of my life.

29-31 “I’ve told you this ahead of time, before it happens, so that when it does happen, the confirmation will deepen your belief in me. I’ll not be talking with you much more like this because the chief of this godless world is about to attack. But don’t worry—he has nothing on me, no claim on me. But so the world might know how thoroughly I love the Father, I am carrying out my Father’s instructions right down to the last detail.

“Get up. Let’s go. It’s time to leave here.”

Het Boek

Johannes 14

Jezus: de weg, de waarheid en het leven

1‘Wees niet ongerust. Vertrouw op God en vertrouw ook op Mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers. Als dat niet zo was, zou Ik het jullie wel gezegd hebben. Ik ga er nu heen om alles voor jullie in orde te maken. Wanneer Ik daarmee klaar ben, kom Ik terug om jullie op te halen. Dan zullen jullie voor altijd bij Mij zijn. Jullie kennen de weg naar de plaats waar Ik heenga.’ ‘Maar Here,’ zei Thomas, ‘wij weten niet eens waar U heengaat. Hoe zouden wij dan de weg weten?’ ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’ antwoordde Jezus, ‘Ik ben de enige weg tot de Vader. Als jullie Mij kennen, zullen jullie ook mijn Vader kennen. Van nu af aan kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem gezien.’

Maar Filippus zei: ‘Here, laat ons de Vader zien, meer verlangen we niet.’ ‘Nu ben Ik al zo lang bij jullie, Filippus, ken je Mij nu nog niet? Wie Mij gezien heeft, heeft immers de Vader gezien? Hoe kun je Mij dan vragen de Vader te laten zien? 10 Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Wat Ik tegen jullie zeg, komt niet van Mijzelf, maar van mijn Vader. Hij leeft in Mij en doet in Mij zijn werk. 11 Geloof toch dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is. De dingen die Ik doe, zijn het bewijs daarvan. 12 Luister goed, wie op Mij vertrouwt, zal dezelfde dingen doen als Ik. Zelfs nog grotere, want Ik ga naar de Vader. 13 Wat u in mijn naam biddend vraagt, zal Ik doen. Want daardoor zal blijken hoe groot en machtig de Vader in Mij is. 14 Als jullie Mij iets vragen in mijn naam, zal Ik het doen.’

De Heilige Geest als Helper

15 ‘Wie van Mij houdt, zal altijd volgens mijn geboden leven. 16 Ik zal de Vader bidden of Hij een Helper wil sturen die altijd bij jullie zal blijven. 17 Dat is de Heilige Geest, die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet kan zien en dus ook niet kent. Jullie kennen Hem wel omdat Hij bij jullie blijft en in jullie zal wonen.

18 Ik zal jullie niet als ouderloze kinderen achterlaten. Ik kom bij jullie terug. 19 Nog even en dan kan de wereld Mij niet meer zien. Maar jullie zullen Mij wel kunnen zien, omdat Ik dan weer leef. Daardoor zullen jullie het echte leven ontvangen. 20 Op die dag zullen jullie begrijpen dat Ik in mijn Vader ben, dat jullie in Mij zijn en Ik in jullie.

21 Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, houdt van Mij. Wie van Mij houdt, zal ervaren dat mijn Vader ook van hém houdt. Ik zal van hem houden en hem duidelijk laten zien wie Ik ben.’ 22 Judas (niet Judas Iskariot, maar een andere leerling) vroeg: ‘Here, waarom wilt U alleen aan ons laten zien wie U bent en niet aan de hele wereld?’ 23 Jezus antwoordde hem: ‘Als iemand van Mij houdt, zal hij doen wat Ik heb gezegd. Mijn Vader zal van hem houden en samen zullen Wij bij hem komen wonen. 24 Maar wie niet van Mij houdt, trekt zich niets van mijn woorden aan. Wat Ik tegen jullie allen zeg, komt niet van Mijzelf maar van mijn Vader die Mij gestuurd heeft.

25 Ik vertel dit allemaal omdat Ik nu nog hier ben. 26 Maar de Vader zal de Helper sturen. Dat is de Heilige Geest, die jullie in mijn naam alles zal leren en jullie steeds weer zal herinneren aan wat Ik gezegd heb.

27 Mijn vrede laat Ik jullie na. Die vrede is heel anders dan die van de wereld. Wees dus nooit meer bang of ongerust. 28 Jullie hebben Mij horen zeggen dat Ik wegga en weer terugkom. Als jullie werkelijk van Mij hielden, zouden jullie blij zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. 29 Ik vertel het jullie nu al, nog voor het gebeurt. Als het dan gebeurt, zullen jullie het geloven. 30 Ik heb niet veel tijd meer om met jullie te praten, want de heerser van de wereld is in aantocht en heeft niets met Mij te maken. 31 De wereld moet echter weten dat Ik van de Vader houd en uitsluitend doe wat Hij Mij opdraagt. Kom, laten wij hier vandaan gaan.’