Het Boek

Psalmen 47:1-10

1Een psalm van de Korachieten voor de koordirigent.

2Klap in uw handen, alle volken op aarde,

juich voor God met lofliederen.

3De Here, de Allerhoogste, is beroemd en gevreesd,

Hij is de grote Koning van de hele aarde.

4Hij laat ons andere volken overwinnen,

wij heersen over andere landen.

5Hij zoekt voor ons een erfdeel uit,

waar Jakob trots op zal zijn.

God houdt van Jakob.

6God stijgt ten hemel

onder juichende klanken,

de Here stijgt ten hemel

bij het geluid van schallende trompetten.

7Zing voor God, zing psalmen voor onze Koning,

laten onze lofliederen voor Hem opklinken.

8God is immers Koning over de hele aarde!

Zing voor Hem een psalm, een prachtig lied.

9God regeert vanaf zijn heilige troon

over alle volken op aarde.

10De leiders van alle volken komen bij elkaar

en sluiten zich aan bij het volk van Abrahams God.

Want alle bescherming die de aarde biedt,

is van God.

Hij is de Allerhoogste.