Het Boek

Psalmen 26:1-12

1Een lied van David.

Laat het recht over mij zegevieren, Here,

want ik ben onschuldig.

Ik vertrouwde op de Here

zonder uit mijn evenwicht te raken.

2Stel mij maar op de proef, Here,

en ga na of er iets fout is.

Beoordeel mijn hele leven,

ja, ook mijn gedachten.

3Ik houd steeds uw goedheid en liefde voor ogen.

Ik ga mijn weg in uw waarheid.

4Nooit zoek ik contact met slechte mensen

en de huichelaars mijd ik.

5Ik wil niet omgaan met misdadigers

en zal mij nooit bemoeien met de goddelozen.

6Ik was mijn handen in onschuld

en kom graag bij uw altaar, Here.

7Ik zing daar uit volle borst een lied om U te loven

en vertel er over uw wonderen.

8Here, ik houd zoveel van uw huis,

de plaats waar U Zelf immers woont!

9Laat mij niet met de zondaars

en moordenaars verloren gaan.

10Aan hun handen kleeft de misdaad

en zij nemen geschenken aan als verradersloon.

11Niets van deze dingen heb ik gedaan,

verlos mij en toon mij uw genade.

12Ik ben op het rechte pad.

Ik zal de Here prijzen in de samenkomsten.

Nova Versão Internacional

Salmos 26:1-12

Salmo 26

Davídico.

1Faze-me justiça, Senhor,

pois tenho vivido com integridade.

Tenho confiado no Senhor, sem vacilar.

2Sonda-me, Senhor, e prova-me,

examina o meu coração e a minha mente;

3pois o teu amor está sempre diante de mim,

e continuamente sigo a tua verdade.

4Não me associo com homens falsos

nem ando com hipócritas;

5detesto o ajuntamento dos malfeitores

e não me assento com os ímpios.

6Lavo as mãos na inocência,

e do teu altar, Senhor, me aproximo

7cantando hinos de gratidão

e falando de todas as tuas maravilhas.

8Eu amo, Senhor, o lugar da tua habitação,

onde a tua glória habita.

9Não me dês o destino dos pecadores

nem o fim dos assassinos;

10suas mãos executam planos perversos,

praticam suborno abertamente.

11Mas eu vivo com integridade;

livra-me e tem misericórdia de mim.

12Os meus pés estão firmes na retidão;

na grande assembleia bendirei o Senhor.