Het Boek

Psalmen 16:1-11

1Een speciaal lied van David.

Zorg voor mij, mijn God,

ik zoek mijn bescherming bij U.

2Ik zei tegen de Here:

‘U bent mijn God,

er is niets of niemand beter dan U.

3Als ik kijk naar de andere mensen die U volgen,

wordt mijn hart warm van blijdschap.

4Mensen die afgoden nalopen,

worden getroffen door veel ellende.

Ik zal nooit aan hun afgoden offeren,

zelfs hun namen zal ik niet noemen.

5Here, U bent alles wat ik bezit en ooit begeer

U leidt mijn hele leven.

6U geeft mij meer dan ik nodig heb

en alles wat ik van U ontvang,

geeft mij grote vreugde.’

7Ik loof de Here,

die mij steeds de weg wees.

Zelfs wanneer ik slaap, leidt Hij mij.

8Ik heb de Here altijd voor ogen,

Hij leidt mij en houdt mij overeind.

9Daarom is er vreugde in mijn hart

en ben ik gelukkig.

Zelfs mijn lichaam

is veilig bij Hem.

10U zult mij niet

in het dodenrijk laten liggen.

U zult het lichaam van uw beminde niet

laten vergaan.

11U leert mij hoe ik leven moet,

mijn grootste vreugde is dicht bij U te zijn.

Uw liefde is er tot in eeuwigheid.