Het Boek

Psalmen 145

1Een loflied van David.

Mijn God, ik zal U roemen.
U bent mijn Koning.
Uw naam wil ik mijn leven lang loven.
Elke dag zal ik U eren
en uw naam prijzen zolang ik leef.
De Here is een grote God
en Hem komt alle eer toe.
Voor ons mensen is niet te begrijpen
hoe groot Hij is.
Van generatie op generatie
zal men U prijzen om wat U doet.
Men zal dan vertellen
over uw grote daden.
Ik wil vertellen
over uw geweldige heerlijkheid
en uw machtige wonderen.
Die gaan over uw macht en roem.
Ik wil vertellen hoe groot U bent.
Laat uw grote goedheid geroemd worden
en juichende liederen worden gezongen
over uw rechtvaardigheid.
De Here geeft genade
en ontfermt Zich liefdevol.
Hij heeft een onmetelijk geduld
en is groot in zijn goedheid en liefde.
De Here is goed voor iedereen
en vol liefde ontfermt Hij Zich
over alles wat Hij heeft gemaakt.
10 Alles wat U hebt gemaakt,
prijst U, Here.
Ook allen die U liefhebt,
zullen U loven.
11 Zij vertellen over uw goddelijk koningschap
en over uw grote macht.
12 Zo zullen alle mensen horen
over uw grote daden
en over de geweldige majesteit van uw koningschap.
13 Uw koningschap is eeuwig,
U heerst over elke generatie.
14 De Here ondersteunt
ieder die dreigt te vallen.
Ieder die gebukt gaat,
helpt Hij overeind.
15 Alle ogen zijn op U gericht,
U voorziet ieder op zijn tijd van voedsel.
16 Als U uw hand opendoet,
maakt U iedereen gelukkig.
17 De Here is rechtvaardig
in alles wat Hij doet.
Zijn goedheid en liefde stralen af
van alles wat Hij maakt.
18 De Here is dichtbij ieder
die Hem aanroept met een zuiver hart.
19 Mensen die ontzag voor Hem hebben,
komt Hij tegemoet.
Hij hoort hun roepen om hulp en redt hen.
20 De Here zorgt voor ieder
die van Hem houdt,
maar Hij vernietigt de ongelovigen.
21 Zonder ophouden wil ik vertellen
over de grootheid van de Here.
Tot in de eeuwigheid zal alles wat leeft
zijn heilige naam eren.

New Living Translation

Psalm 145

Psalm 145[a]

A psalm of praise of David.

I will exalt you, my God and King,
    and praise your name forever and ever.
I will praise you every day;
    yes, I will praise you forever.
Great is the Lord! He is most worthy of praise!
    No one can measure his greatness.

Let each generation tell its children of your mighty acts;
    let them proclaim your power.
I will meditate on your majestic, glorious splendor
    and your wonderful miracles.
Your awe-inspiring deeds will be on every tongue;
    I will proclaim your greatness.
Everyone will share the story of your wonderful goodness;
    they will sing with joy about your righteousness.

The Lord is merciful and compassionate,
    slow to get angry and filled with unfailing love.
The Lord is good to everyone.
    He showers compassion on all his creation.
10 All of your works will thank you, Lord,
    and your faithful followers will praise you.
11 They will speak of the glory of your kingdom;
    they will give examples of your power.
12 They will tell about your mighty deeds
    and about the majesty and glory of your reign.
13 For your kingdom is an everlasting kingdom.
    You rule throughout all generations.

The Lord always keeps his promises;
    he is gracious in all he does.[b]
14 The Lord helps the fallen
    and lifts those bent beneath their loads.
15 The eyes of all look to you in hope;
    you give them their food as they need it.
16 When you open your hand,
    you satisfy the hunger and thirst of every living thing.
17 The Lord is righteous in everything he does;
    he is filled with kindness.
18 The Lord is close to all who call on him,
    yes, to all who call on him in truth.
19 He grants the desires of those who fear him;
    he hears their cries for help and rescues them.
20 The Lord protects all those who love him,
    but he destroys the wicked.

21 I will praise the Lord,
    and may everyone on earth bless his holy name
    forever and ever.

Notas al pie

  1. 145 This psalm is a Hebrew acrostic poem; each verse (including 13b) begins with a successive letter of the Hebrew alphabet.
  2. 145:13 As in Dead Sea Scrolls and Greek and Syriac versions; the Masoretic Text lacks the final two lines of this verse.