Het Boek

Psalmen 130:1-8

1Een bedevaartslied.

Ik zit zo diep in de put, Here,

en ik roep naar U.

2Luister naar mij, Here.

Laten uw oren naar mij luisteren.

3Here, als U al onze zonden blijft onthouden,

kunnen wij immers niet blijven leven?

4Maar ik weet dat U vergeeft,

zodat iedereen ontzag voor U zal hebben.

5Ik verwacht alles van de Here.

Ik ken zijn woord en heb er alle vertrouwen in.

6Ik zie uit naar de Here.

Ik zie naar Hem uit met nog meer verlangen

dan de nachtwachter uitkijkt naar de nieuwe morgen.

7Laten de Israëlieten al hun vertrouwen op de Here stellen,

want de Here is rijk aan goedheid en liefde.

Hij zorgt voor de bevrijding.

8Hij zal het volk Israël bevrijden

van al zijn zonden.

New International Reader's Version

Psalm 130:1-8

Psalm 130

A song for those who go up to Jerusalem to worship the Lord.

1Lord, I cry out to you

because I’m suffering so deeply.

2Lord, listen to me.

Pay attention to my cry for your mercy.

3Lord, suppose you kept a close watch on sins.

Lord, who then wouldn’t be found guilty?

4But you forgive.

So we can serve you with respect.

5With all my heart I wait for the Lord to help me.

I put my hope in his word.

6I wait for the Lord to help me.

I want his help more than night watchmen want the morning to come.

I’ll say it again.

I want his help more than night watchmen want the morning to come.

7Israel, put your hope in the Lord,

because the Lord’s love never fails.

He sets his people completely free.

8He himself will set Israel

free from all their sins.