Het Boek

Psalmen 124:1-8

1Een bedevaartslied van David.

Laat Israël het volgende zeggen:

‘Was de Here niet steeds bij ons?

2Was de Here niet steeds bij ons,

toen wij werden aangevallen door vreemde mensen?

3Zij hadden ons wel levend kunnen verslinden,

toen zij in hun woede op ons afkwamen.

4Wij hadden kunnen verdrinken in een woeste rivier.

5Het kolkende water had zich dan boven ons gesloten.’

6Maar prijs de Here!

Hij liet dat niet toe.

Dankzij Hem kregen zij ons niet te pakken.

7Wij ontkwamen,

zoals een vogel wegglipt uit het net van de vogelvanger.

De valstrik is kapot

en wij zijn ontsnapt.

8Wij vinden hulp bij de Here.

Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.