Het Boek

Psalmen 123:1-4

1Een bedevaartslied.

Ik kijk omhoog naar mijn God,

die in de hemel woont.

2Zoals knechten wachten op het bevel van hun meester

en een dienstmeisje wacht op het teken van haar meesteres,

richten wij onze ogen op de Here, onze God,

en verwachten van Hem genade.

3Geeft U ons genade, Here, en helpt U ons.

Want wij hebben al te veel minachting ontmoet.

4Wij werden overladen met spot van ongelovigen

en trotse mensen hebben ons met minachting behandeld.

Meer kunnen wij niet verdragen.

King James Version

Psalms 123:1-4

A Song of degrees.

1Unto thee lift I up mine eyes, O thou that dwellest in the heavens.

2Behold, as the eyes of servants look unto the hand of their masters, and as the eyes of a maiden unto the hand of her mistress; so our eyes wait upon the LORD our God, until that he have mercy upon us.

3Have mercy upon us, O LORD, have mercy upon us: for we are exceedingly filled with contempt.

4Our soul is exceedingly filled with the scorning of those that are at ease, and with the contempt of the proud.