Het Boek

Habakuk 2

Gods antwoord aan Habakuk

1Ik zal mijn wachttoren beklimmen of op de wallen gaan staan. Want ik wil uitzien naar Gods antwoord op mijn klacht. Toen antwoordde de Here mij: ‘Schrijf het visioen op, schrijf mijn antwoord duidelijk op een stenen plaat, zodat iedereen het in het voorbijlopen kan lezen. Het duurt nog enige tijd voordat het visioen werkelijkheid wordt, maar eens zal zeker de dag aanbreken waarop het wordt verwezenlijkt. Misschien lijkt het langzaam te gaan, maar blijf er toch op wachten want het komt beslist en zal geen moment te laat komen! Denk eraan: koppige mensen vertrouwen alleen zichzelf en gaan te gronde. Maar de mensen die rechtvaardig zijn, zullen door hun geloof echt leven. Trouwens, die Chaldeeën worden bedrogen, de wijn bedwelmt hen, want die is heel verraderlijk. In hun hebzucht hebben zij talrijke volken rondom zich verzameld, maar net als de dood en het dodenrijk hebben zij nooit genoeg. Zij zijn onverzadigbaar.

De tijd nadert waarop al hun gevangenen hen zullen uitlachen en bespotten. “Wee hun die zich verrijken ten koste van anderen!” zullen zij zeggen. “Hoelang zal dit nog duren? Ja, wee hun die ons uitbuiten!” Plotseling zullen uw schuldeisers ontwaken en u zult zich geen raad weten van angst, zij zullen u helemaal leegplunderen. Vele volken hebt u geplunderd, nu zullen de rollen worden omgekeerd en bent u zelf het slachtoffer. Want u hebt gemoord en gewelddaden begaan tegen mensen in alle landen en steden. Wee hun die rijk worden ten koste van anderen en denken veilig te zijn. 10 Doordat u vele volken hebt uitgemoord, hebt u uw eigen naam te schande gemaakt en uw leven verknoeid. 11 Zelfs de stenen uit de muren van uw huizen roepen dit en de balken in het plafond beamen hun woorden.

12 Wee hun die steden bouwen met geld dat is verkregen uit moord en roof! 13 Heeft de Here van de hemelse legers niet bepaald dat de winst van de goddeloze volken in rook zal opgaan? Zij sloven zich uit, maar tevergeefs! 14 Maar er zal een tijd komen waarop de aarde helemaal vol zal zijn met de kennis van de heerlijkheid van de Here, net zoals de zee boordevol water is.

15 Wee hun die hun naasten te drinken geven en er gif bij mengen, die hen dronken voeren om hen naakt te kunnen zien! 16 Binnenkort zal uw eer moeten plaatsmaken voor schande. Drink uit de beker met het oordeel van de Here. Drink en laat uw onbesnedenheid zien. Uw eer zal moeten wijken voor de grote schande die u zal treffen. 17 Eens kapte u de bossen van de Libanon, maar nu wordt u zelf geveld. De wilde dieren die in uw vallen waren gevangen, joegen u angst aan, maar nu zal u zelf het angstzweet uitbreken omdat u overal hebt gemoord en geweld hebt gepleegd. 18 Welk nut heeft het uw zelfgemaakte afgodsbeelden te aanbidden? Het is een leugen dat zij zouden kunnen helpen. Het is dwaas om te vertrouwen op wat u zelf hebt gemaakt. 19 Wee hun die tegen een stuk hout zeggen: “Word wakker!” of tegen een stomme steen: “Opstaan!” Kunnen zulke afgodsbeelden spreken namens God? Zij zijn wel overtrokken met zilver en goud, maar er is volstrekt geen leven in!

20 De Here woont echter in zijn heilige tempel. Laat de hele aarde voor Hem zwijgen.’

New International Version - UK

Habakkuk 2

1I will stand at my watch
    and station myself on the ramparts;
I will look to see what he will say to me,
    and what answer I am to give to this complaint.[a]

The Lord’s answer

Then the Lord replied:

‘Write down the revelation
    and make it plain on tablets
    so that a herald[b] may run with it.
For the revelation awaits an appointed time;
    it speaks of the end
    and will not prove false.
Though it linger, wait for it;
    it[c] will certainly come
    and will not delay.

‘See, the enemy is puffed up;
    his desires are not upright –
    but the righteous person will live by his faithfulness[d] –
indeed, wine betrays him;
    he is arrogant and never at rest.
Because he is as greedy as the grave
    and like death is never satisfied,
he gathers to himself all the nations
    and takes captive all the peoples.

‘Will not all of them taunt him with ridicule and scorn, saying,

‘“Woe to him who piles up stolen goods
    and makes himself wealthy by extortion!
    How long must this go on?”
Will not your creditors suddenly arise?
    Will they not wake up and make you tremble?
    Then you will become their prey.
Because you have plundered many nations,
    the peoples who are left will plunder you.
For you have shed human blood;
    you have destroyed lands and cities and everyone in them.

‘Woe to him who builds his house by unjust gain,
    setting his nest on high
    to escape the clutches of ruin!
10 You have plotted the ruin of many peoples,
    shaming your own house and forfeiting your life.
11 The stones of the wall will cry out,
    and the beams of the woodwork will echo it.

12 ‘Woe to him who builds a city with bloodshed
    and establishes a town by injustice!
13 Has not the Lord Almighty determined
    that the people’s labour is only fuel for the fire,
    that the nations exhaust themselves for nothing?
14 For the earth will be filled with the knowledge of the glory of the Lord
    as the waters cover the sea.

15 ‘Woe to him who gives drink to his neighbours,
    pouring it from the wineskin till they are drunk,
    so that he can gaze on their naked bodies!
16 You will be filled with shame instead of glory.
    Now it is your turn! Drink and let your nakedness be exposed![e]
The cup from the Lord’s right hand is coming round to you,
    and disgrace will cover your glory.
17 The violence you have done to Lebanon will overwhelm you,
    and your destruction of animals will terrify you.
For you have shed human blood;
    you have destroyed lands and cities and everyone in them.

18 ‘Of what value is an idol carved by a craftsman?
    Or an image that teaches lies?
For the one who makes it trusts in his own creation;
    he makes idols that cannot speak.
19 Woe to him who says to wood, “Come to life!”
    Or to lifeless stone, “Wake up!”
Can it give guidance?
    It is covered with gold and silver;
    there is no breath in it.’

20 The Lord is in his holy temple;
    let all the earth be silent before him.

Notas al pie

  1. Habakkuk 2:1 Or and what to answer when I am rebuked
  2. Habakkuk 2:2 Or so that whoever reads it
  3. Habakkuk 2:3 Or Though he linger, wait for him; / he
  4. Habakkuk 2:4 Or faith
  5. Habakkuk 2:16 Masoretic Text; Dead Sea Scrolls, Aquila, Vulgate and Syriac (see also Septuagint) and stagger