Mawu a Mulungu mu Chichewa Chalero

Masalimo 118

1Yamikani Yehova chifukwa ndi wabwino;
    pakuti chikondi chake chosasinthika ndi chosatha.

Israeli anene kuti:
    “Chikondi chake ndi chosatha.”
Banja la Aaroni linene kuti,
    “Chikondi chake ndi chosatha.”
Iwo amene amaopa Yehova anene kuti:
    “Chikondi chake ndi chosatha.”

Ndili mʼmasautso anga ndinalirira Yehova,
    ndipo Iye anayankha pondichotsa mʼmasautsowo.
Yehova ali nane; sindidzachita mantha.
    Munthu angandichite chiyani?
Yehova ali nane; Iye ndiye thandizo langa.
    Ndidzayangʼana adani anga mwachipambano.

Nʼkwabwino kuthawira kwa Yehova
    kusiyana ndi kudalira munthu.
Nʼkwabwino kuthawira kwa Yehova
    kusiyana ndi kudalira mafumu.

10 Anthu a mitundu yonse anandizinga,
    koma mʼdzina la Yehova ndinawawononga.
11 Anandizinga mbali zonse,
    koma mʼdzina la Yehova ndinawawononga.
12 Anandizinga ngati njuchi,
    koma anatha msanga ngati moto wapaminga;
    mʼdzina la Yehova ndinawawononga.

13 Anandikankha uku ndi uko ndipo ndinali pafupi kugwa,
    koma Yehova anandithandiza.
14 Yehova ndiye mphamvu yanga ndi nyimbo yanga;
    Iye wakhala chipulumutso changa.

15 Mfuwu wachimwemwe ndi chipambano
    ukumveka mʼmatenti a anthu olungama mtima kuti:
“Dzanja lamanja la Yehova lachita zamphamvu!
16     Dzanja lamanja la Yehova latukulidwa mmwamba
    Dzanja lamanja la Yehova lachita zamphamvu!”

17 Sindidzafa koma ndidzakhala ndi moyo
    ndipo ndidzalalika za ntchito ya Yehova.
18 Yehova wandilanga koopsa,
    koma sanandipereke ku imfa.

19 Tsekulireni zipata zachilungamo,
    kuti ndifike kudzayamika Yehova.
20 Ichi ndicho chipata cha Yehova
    chimene olungama mtima okha adzalowerapo.
21 Ndidzakuyamikani chifukwa Inu munandiyankha;
    mwakhala chipulumutso changa.

22 Mwala umene amisiri omanga nyumba anawukana
    wasanduka wapangodya;
23 Yehova ndiye wachita zimenezi
    ndipo nʼzodabwitsa pamaso pathu.
24 Lero ndiye tsiku limene Yehova walipanga;
    tiyeni tikondwere ndi kusangalala nalo.

25 Inu Yehova, tipulumutseni;
    Yehova, tipambanitseni.
26 Wodala amene akubwera mʼdzina la Yehova.
    Tikukudalitsani kuchokera ku nyumba ya Yehova.
27 Yehova ndi Mulungu,
    ndipo kuwala kwake kwatiwunikira Ife.
Lowani nawo pa mʼdipiti wa ku chikondwerero mutanyamula nthambi mʼdzanja lanu,
    mpaka ku nyanga za guwa.

28 Inu ndinu Mulungu wanga, ndipo ndidzakuyamikani;
    Inu ndinu Mulungu wanga, ndipo ndidzakukwezani.

29 Yamikani Yehova chifukwa ndi wabwino;
    pakuti chikondi chake chosasinthika ndi chosatha.

Het Boek

Psalmen 118

1Prijs de Here, want Hij is een goede God.
Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.
Laat eerst het volk van Israël zeggen:
‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’
Laat dan het nageslacht van Aäron zeggen:
‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’
En laat nu ieder die ontzag heeft voor de Here, zeggen:
‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’
Toen ik het heel erg moeilijk had,
heb ik de Here aangeroepen.
Hij heeft mij antwoord gegeven en mij bevrijd.
Ik kon het allemaal weer aan.
De Here is dicht bij mij,
ik ben nergens meer bang voor.
Want wat kan een mens mij nu nog aandoen?
De Here is dicht bij mij en mijn vrienden,
daarom kan ik neerzien op mijn tegenstanders.
Het is het beste te leven onder de bescherming van de Here,
dat biedt meer zekerheid
dan wanneer men op mensen vertrouwt.
Het is het beste te leven onder de bescherming van de Here,
dat biedt meer zekerheid
dan wanneer men het verwacht van machthebbers.
10 Toen ik van alle kanten werd ingesloten,
heb ik de vijand neergeslagen in de naam van de Here.
11 Toen zij mij omringden,
heb ik ze in de naam van de Here neergeslagen.
12 Het leek wel alsof ik door een zwerm bijen werd aangevallen,
maar ik heb ze uitgerookt,
ik heb hen neergeslagen in de naam van de Here.
13 U hebt mij flink te pakken gehad,
ik was zelfs gevallen.
Maar de Here hielp mij.
14 De Here is mijn kracht
en ik zing een loflied voor Hem.
Hij heeft mij bevrijd.
15 Luister!
Vanuit de huizen van de gelovigen
klinken overwinningsliederen en lofzangen.
De rechterhand van de Here
is sterk en doet grote dingen.
16 De rechterhand van de Here
helpt mensen overeind.
De rechterhand van de Here
is sterk en doet grote dingen.
17 Ik kom niet om in de strijd,
maar zal overleven
en iedereen vertellen wat de Here heeft gedaan.
18 De Here heeft mij pijnlijk gestraft,
maar Hij heeft mij in leven gelaten.
19 Laat mij zien waar de rechtvaardigheid is,
dan zal ik daar naar binnen gaan.
Ik wil de Here prijzen.
20 De rechtvaardigheid is waar de Here woont,
de gelovigen mogen bij Hem komen.
21 Ik prijs U, want U hebt mij gehoord
en geantwoord. U hebt mij gered.
22 De steen die door de bouwers was afgekeurd,
is juist de hoeksteen geworden.
23 Zo heeft de Here het gewild
en wij zien dat als een groot wonder.
24 Deze dag heeft de Here gemaakt,
het is goed dat wij deze dag jubelen
en grote blijdschap ervaren.
25 Here, geef ons bevrijding!
Here, geef ons welvaart.
26 Gezegend is hij
die komt in de naam van de Here.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Here.
27 De Here is onze God.
Hij zorgt ervoor dat wij in het licht kunnen leven.
Zet de lofoffers maar vast klaar naast het altaar.
Bind ze eraan vast.
28 U bent mijn God,
ik zal U prijzen.
Mijn God, U bent de Allerhoogste!
29 Prijs de Here,
Hij is een goede God!
Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.