New International Version

Exodus 22:1-31

Protection of Property

In Hebrew texts 22:1 is numbered 21:37, and 22:2-31 is numbered 22:1-30. 1“Whoever steals an ox or a sheep and slaughters it or sells it must pay back five head of cattle for the ox and four sheep for the sheep.

2“If a thief is caught breaking in at night and is struck a fatal blow, the defender is not guilty of bloodshed; 3but if it happens after sunrise, the defender is guilty of bloodshed.

“Anyone who steals must certainly make restitution, but if they have nothing, they must be sold to pay for their theft. 4If the stolen animal is found alive in their possession—whether ox or donkey or sheep—they must pay back double.

5“If anyone grazes their livestock in a field or vineyard and lets them stray and they graze in someone else’s field, the offender must make restitution from the best of their own field or vineyard.

6“If a fire breaks out and spreads into thornbushes so that it burns shocks of grain or standing grain or the whole field, the one who started the fire must make restitution.

7“If anyone gives a neighbor silver or goods for safekeeping and they are stolen from the neighbor’s house, the thief, if caught, must pay back double. 8But if the thief is not found, the owner of the house must appear before the judges, and they must22:8 Or before God, and he will determine whether the owner of the house has laid hands on the other person’s property. 9In all cases of illegal possession of an ox, a donkey, a sheep, a garment, or any other lost property about which somebody says, ‘This is mine,’ both parties are to bring their cases before the judges.22:9 Or before God The one whom the judges declare22:9 Or whom God declares guilty must pay back double to the other.

10“If anyone gives a donkey, an ox, a sheep or any other animal to their neighbor for safekeeping and it dies or is injured or is taken away while no one is looking, 11the issue between them will be settled by the taking of an oath before the Lord that the neighbor did not lay hands on the other person’s property. The owner is to accept this, and no restitution is required. 12But if the animal was stolen from the neighbor, restitution must be made to the owner. 13If it was torn to pieces by a wild animal, the neighbor shall bring in the remains as evidence and shall not be required to pay for the torn animal.

14“If anyone borrows an animal from their neighbor and it is injured or dies while the owner is not present, they must make restitution. 15But if the owner is with the animal, the borrower will not have to pay. If the animal was hired, the money paid for the hire covers the loss.

Social Responsibility

16“If a man seduces a virgin who is not pledged to be married and sleeps with her, he must pay the bride-price, and she shall be his wife. 17If her father absolutely refuses to give her to him, he must still pay the bride-price for virgins.

18“Do not allow a sorceress to live.

19“Anyone who has sexual relations with an animal is to be put to death.

20“Whoever sacrifices to any god other than the Lord must be destroyed.22:20 The Hebrew term refers to the irrevocable giving over of things or persons to the Lord, often by totally destroying them.

21“Do not mistreat or oppress a foreigner, for you were foreigners in Egypt.

22“Do not take advantage of the widow or the fatherless. 23If you do and they cry out to me, I will certainly hear their cry. 24My anger will be aroused, and I will kill you with the sword; your wives will become widows and your children fatherless.

25“If you lend money to one of my people among you who is needy, do not treat it like a business deal; charge no interest. 26If you take your neighbor’s cloak as a pledge, return it by sunset, 27because that cloak is the only covering your neighbor has. What else can they sleep in? When they cry out to me, I will hear, for I am compassionate.

28“Do not blaspheme God22:28 Or Do not revile the judges or curse the ruler of your people.

29“Do not hold back offerings from your granaries or your vats.22:29 The meaning of the Hebrew for this phrase is uncertain.

“You must give me the firstborn of your sons. 30Do the same with your cattle and your sheep. Let them stay with their mothers for seven days, but give them to me on the eighth day.

31“You are to be my holy people. So do not eat the meat of an animal torn by wild beasts; throw it to the dogs.

Het Boek

Exodus 22:1-31

Over persoonlijke eigendommen

1‘Als iemand een rund of een schaap steelt en het daarna slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen als vergoeding geven voor het rund en vier schapen voor het schaap.

2Als een inbreker op heterdaad wordt betrapt en iemand doodt hem, is degene die hem doodde, onschuldig. 3Maar als dit bij daglicht gebeurt, geldt het als moord en is de dader schuldig. Als een dief wordt gepakt, moet hij de schade volledig vergoeden. Als hij dat niet kan, moet hij als slaaf worden verkocht om de schade te vergoeden. 4Als het gestolene levend in zijn bezit wordt aangetroffen—een rund of een ezel of een schaap—moet hij het dubbele terugbetalen.

5Als iemand zijn vee opzettelijk loslaat en het graast de weide of de wijngaard van iemand anders af, moet hij alle schade vergoeden door het beste deel van de opbrengst van zijn eigen oogst aan de eigenaar van de weide of de wijngaard af te staan.

6Als een veld wordt afgebrand en het vuur verspreidt zich te ver, zodat de korenschoven of het staande koren van iemand anders worden beschadigd, moet degene die het vuur aanstak alle schade vergoeden.

7Als iemand geld of spullen bij een kennis in bewaring geeft en het wordt uit diens huis gestolen, moet de dief—als hij wordt gevonden—de dubbele prijs vergoeden. 8Als de dief niet wordt gevonden, moet de bewaarder van het geld of de spullen voor de overheid worden gebracht om te onderzoeken of hij het niet zelf heeft gestolen. 9Bij elke gelegenheid waarbij een rund, een ezel, een schaap, een kledingstuk of wat dan ook wordt verduisterd en de eigenaar vindt het bij iemand die ontkent dat hij het heeft gestolen, moeten zij hun zaak aan de overheid voorleggen. Hij die door de overheid schuldig wordt verklaard, moet de andere partij het dubbele vergoeden.

10Als iemand een ander vraagt of hij zolang een ezel, een rund een schaap of wat voor dier ook, bij zich wil houden en het dier sterft of wordt gewond of weggejaagd zonder dat er getuigen van zijn, 11moet de bewaarder bij God zweren dat hij niet de schuldige is. Die eed moet voldoende zijn voor de ander en er hoeft niets te worden vergoed. 12Maar als het dier werkelijk is gestolen, moet de bewaarder de schade vergoeden aan de eigenaar. 13Als het dier door een roofdier verscheurd is, moet de bewaarder het kadaver als bewijs overleggen. Dan mag geen schadevergoeding van hem worden geëist.

14Als iemand iets, een voorwerp of een dier, van zijn naaste leent en het wordt beschadigd of sterft zonder dat de eigenaar erbij is, moet de lener het geleende volledig vergoeden. 15Als de eigenaar erbij is, hoeft hij niets te vergoeden. Als het gehuurd was, is de schade bij de huurprijs inbegrepen.

16Als iemand een meisje verleidt dat niet verloofd is en met haar naar bed gaat, moet hij de bruidsschat betalen en met haar trouwen. 17Als de vader van het meisje weigert zijn dochter te laten trouwen, moet de verleider toch de bruidsschat betalen.

18Een tovenares moet worden gedood.

19Iemand die seksuele omgang met een dier heeft, moet worden gedood.

20Iemand die behalve de Here ook nog andere goden dient, moet worden gedood.

21Een vreemdeling mag niet worden onderdrukt of uitgebuit. Denk eraan dat u zelf ook vreemdelingen in Egypte bent geweest.

22Weduwen en wezen mogen niet uitgebuit worden. 23Als u dat toch doet en zij roepen mijn hulp in, 24zal Ik u met het zwaard doden, zodat uw vrouwen weduwen en uw kinderen wezen worden.

25Als u geld leent aan een arme broeder van uw eigen volk, mag u geen rente vragen, zoals u normaal wel doet.

26Als u een arme geld leent en zijn mantel aanneemt als onderpand, geef hem dan het kledingstuk vóór zonsondergang terug, want het is zijn enige mantel, 27waarin zou hij anders moeten slapen? Als u dat niet doet en hij roept mijn hulp in, zal Ik hem helpen, want Ik ben erg genadig.

28U mag hen die namens God rechtspreken, niet belasteren en de leiders van het volk niet verwensen.

29U moet Mij tijdig mijn deel van uw wijnoogst en van uw korenoogst geven. Ook uw oudste zoon is mijn eigendom, de prijs daarvoor moet u tijdig bij de priesters betalen. 30Hetzelfde geldt voor de runderen en het kleinvee, zeven dagen mag het eerstgeborene bij de moeder blijven, daarna moet u het aan Mij geven.

31Omdat u behoort tot een heilig volk en een ander leven hoort te leiden dan de heidenen, mag u het vlees van een dier dat op het land door een wild dier is aangevallen en gedood, niet eten. Laten de honden het maar opeten.’