The Message

Revelation 2

To Ephesus

1Write this to Ephesus, to the Angel of the church. The One with Seven Stars in his right-fist grip, striding through the golden seven-lights’ circle, speaks:

2-3 “I see what you’ve done, your hard, hard work, your refusal to quit. I know you can’t stomach evil, that you weed out apostolic pretenders. I know your persistence, your courage in my cause, that you never wear out.

4-5 “But you walked away from your first love—why? What’s going on with you, anyway? Do you have any idea how far you’ve fallen? A Lucifer fall!

“Turn back! Recover your dear early love. No time to waste, for I’m well on my way to removing your light from the golden circle.

“You do have this to your credit: You hate the Nicolaitan business. I hate it, too.

“Are your ears awake? Listen. Listen to the Wind Words, the Spirit blowing through the churches. I’m about to call each conqueror to dinner. I’m spreading a banquet of Tree-of-Life fruit, a supper plucked from God’s orchard.”

To Smyrna

Write this to Smyrna, to the Angel of the church. The Beginning and Ending, the First and Final One, the Once Dead and Then Come Alive, speaks:

“I can see your pain and poverty—constant pain, dire poverty—but I also see your wealth. And I hear the lie in the claims of those who pretend to be good Jews, who in fact belong to Satan’s crowd.

10 “Fear nothing in the things you’re about to suffer—but stay on guard! Fear nothing! The Devil is about to throw you in jail for a time of testing—ten days. It won’t last forever.

“Don’t quit, even if it costs you your life. Stay there believing. I have a Life-Crown sized and ready for you.

11 “Are your ears awake? Listen. Listen to the Wind Words, the Spirit blowing through the churches. Christ-conquerors are safe from Devil-death.”

To Pergamum

12 Write this to Pergamum, to the Angel of the church. The One with the sharp-biting sword draws from the sheath of his mouth—out come the sword words:

13 “I see where you live, right under the shadow of Satan’s throne. But you continue boldly in my Name; you never once denied my Name, even when the pressure was worst, when they martyred Antipas, my witness who stayed faithful to me on Satan’s turf.

14-15 “But why do you indulge that Balaam crowd? Don’t you remember that Balaam was an enemy agent, seducing Balak and sabotaging Israel’s holy pilgrimage by throwing unholy parties? And why do you put up with the Nicolaitans, who do the same thing?

16 “Enough! Don’t give in to them; I’ll be with you soon. I’m fed up and about to cut them to pieces with my sword-sharp words.

17 “Are your ears awake? Listen. Listen to the Wind Words, the Spirit blowing through the churches. I’ll give the sacred manna to every conqueror; I’ll also give a clear, smooth stone inscribed with your new name, your secret new name.”

To Thyatira

18 Write this to Thyatira, to the Angel of the church. God’s Son, eyes pouring fire-blaze, standing on feet of furnace-fired bronze, says this:

19 “I see everything you’re doing for me. Impressive! The love and the faith, the service and persistence. Yes, very impressive! You get better at it every day.

20-23 “But why do you let that Jezebel who calls herself a prophet mislead my dear servants into Cross-denying, self-indulging religion? I gave her a chance to change her ways, but she has no intention of giving up a career in the god-business. I’m about to lay her low, along with her partners, as they play their sex-and-religion games. The bastard offspring of their idol-whoring I’ll kill. Then every church will know that appearances don’t impress me. I x-ray every motive and make sure you get what’s coming to you.

24-25 “The rest of you Thyatirans, who have nothing to do with this outrage, who scorn this playing around with the Devil that gets paraded as profundity, be assured I’ll not make life any harder for you than it already is. Hold on to the truth you have until I get there.

26-28 “Here’s the reward I have for every conqueror, everyone who keeps at it, refusing to give up: You’ll rule the nations, your Shepherd-King rule as firm as an iron staff, their resistance fragile as clay pots. This was the gift my Father gave me; I pass it along to you—and with it, the Morning Star!

29 “Are your ears awake? Listen. Listen to the Wind Words, the Spirit blowing through the churches.”

Het Boek

Openbaring 2

Brieven aan de gemeenten

1Efeze

Schrijf aan de boodschapper van de gemeente in Efeze:

Dit zijn de woorden van Hem die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt en tussen de zeven gouden kandelaars loopt: Ik weet dat u veel goed doet, hard werkt en standvastig bent. Ik weet dat u geen slechte mensen kunt verdragen, u hebt die zogenaamde apostelen als leugenaars aan de kaak gesteld. Ik weet dat u Mij dwars door alles heen trouw bent gebleven, u hebt het niet opgegeven. Toch heb Ik één ding op u tegen. U hebt de liefde van vroeger opgegeven. Denk er aan hoe diep u bent gevallen. Keer daarvan terug en doe weer dezelfde dingen als vroeger. Anders zal Ik uw kandelaar wegnemen. Het is wel goed dat u de verderfelijke praktijken van de Nikolaïeten haat, want Ik haat ze ook.

Als u oren hebt, luister dan naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal Ik te eten geven van de boom die leven geeft en die in Gods paradijs staat.

Smyrna

Schrijf aan de boodschapper van de gemeente in Smyrna:

Dit zijn de woorden van de eerste en de laatste, van Hem die dood geweest is en weer levend is geworden: Ik weet hoe u omwille van Mij vervolgd wordt en in wat voor armoede u leeft, hoewel u rijk bent. Ik weet ook welke lelijke dingen er over u gezegd worden door mensen die zich Joden noemen, maar in feite dienaren van Satan zijn. 10 Wees niet bang voor wat u nog moet doormaken. De duivel zal sommigen van u in de gevangenis gooien om u op de proef te stellen, u zult tien dagen zwaar te lijden hebben. Blijf Mij trouw tot in de dood, dan zal Ik u de erekrans van het eeuwige leven geven.

11 Als u oren hebt, luister dan naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal niet door de tweede dood getroffen worden.

12 Pergamum

Schrijf aan de boodschapper van de gemeente in Pergamum:

Dit zijn de woorden van Hem die het scherpe, tweesnijdende zwaard heeft: 13 Ik weet dat u in de stad woont waar Satan regeert. Toch bent u Mij trouw gebleven. U hebt het geloof in Mij niet herroepen, ook niet toen mijn trouwe getuige Antipas vermoord werd in uw stad, waar Satan woont. 14 Maar er zijn enkele dingen die Ik tegen u heb. U laat de volgelingen van Bileam onder u hun gang gaan. Bileam vertelde koning Balak immers hoe hij de Israëlieten ten val kon brengen: door hen vlees te laten eten dat aan afgoden geofferd was en door hen ontucht te laten plegen. 15 Zo zijn er ook onder u mensen die de verderfelijke leer van de Nikolaïeten volgen. 16 Keer daarvan terug. Anders kom Ik binnenkort naar u toe om hen met het zwaard uit mijn mond te bevechten.

17 Als u oren hebt, luister dan naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal Ik te eten geven van het verborgen manna, van het voedsel uit de hemel. En Ik zal hem een witte steen geven met daarop zijn nieuwe naam, die niemand kent, behalve hijzelf als hij hem ontvangt.

18 Thyatira

Schrijf aan de boodschapper van de gemeente in Thyatira:

Dit zijn de woorden van de Zoon van God, die ogen heeft als vlammend vuur en voeten die gloeien als brons: 19 Ik ken uw doen en laten, uw liefde, uw geloof en hulpvaardigheid en ik weet hoe moedig u volhoudt. Ik weet ook dat u nu nog meer doet dan eerst. 20 Toch heb Ik iets tegen u. U laat die vrouw Izebel maar haar gang gaan. Zij beweert namens Mij te spreken, maar leert de vreselijkste dingen. Zij verleidt mijn dienaren tot ontucht en het eten van vlees dat aan afgoden geofferd is. 21 Ik heb haar de tijd gegeven om zich te bekeren van haar ontucht, maar zij wil niet. 22 Daarom zal Ik haar op bed doen liggen en hen die ontucht met haar bedrijven laten lijden, tenzij zij met haar breken. 23 Ik zal haar kinderen doden. Alle gemeenten zullen weten dat Ik de diepste gedachten en wensen van de mens ken en dat Ik ieder zal geven wat hij verdient. 24 Maar gelukkig zijn er in Thyatira nog mensen die deze verderfelijke leer niet volgen, die niet de zogenaamde diepten van Satan hebben leren kennen. Van u vraag Ik niets meer 25 dan dat u vasthoudt wat u hebt, totdat Ik kom.

26 Wie overwint en tot het einde doet wat Ik van hem vraag, zal Ik macht geven over vreemde volken. 27 Hij zal met een ijzeren staf over hen regeren, zij worden verbrijzeld als bros aardewerk. 28 Dat is de macht die Ik ook van mijn Vader gekregen heb. Wie overwint, zal Ik de morgenster geven.

29 Als u oren hebt, luister dan naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt.