The Message

Exodus 30

The Altar of Incense

11-5 “Make an Altar for burning incense. Construct it from acacia wood, one and one-half feet square and three feet high with its horns of one piece with it. Cover it with a veneer of pure gold, its top, sides, and horns, and make a gold molding around it with two rings of gold beneath the molding. Place the rings on the two opposing sides to serve as holders for poles by which it will be carried. Make the poles of acacia wood and cover them with a veneer of gold.

6-10 “Place the Altar in front of the curtain that hides the Chest of The Testimony, in front of the Atonement-Cover that is over The Testimony where I will meet you. Aaron will burn fragrant incense on it every morning when he polishes the lamps, and again in the evening as he prepares the lamps for lighting, so that there will always be incense burning before God, generation after generation. But don’t burn on this Altar any unholy incense or Whole-Burnt-Offering or Grain-Offering. And don’t pour out Drink-Offerings on it. Once a year Aaron is to purify the Altar horns. Using the blood of the Absolution-Offering of atonement, he is to make this atonement every year down through the generations. It is most holy to God.”

The Atonement-Tax

11-16 God spoke to Moses: “When you take a head count of the Israelites to keep track of them, all must pay an atonement-tax to God for their life at the time of being registered so that nothing bad will happen because of the registration. Everyone who gets counted is to give a half-shekel (using the standard Sanctuary shekel of a fifth of an ounce to the shekel)—a half-shekel offering to God. Everyone counted, age twenty and up, is to make the offering to God. The rich are not to pay more nor the poor less than the half-shekel offering to God, the atonement-tax for your lives. Take the atonement-tax money from the Israelites and put it to the maintenance of the Tent of Meeting. It will be a memorial fund for the Israelites in honor of God, making atonement for your lives.”

The Washbasin

17-21 God spoke to Moses: “Make a bronze Washbasin; make it with a bronze base. Place it between the Tent of Meeting and the Altar. Put water in it. Aaron and his sons will wash their hands and feet in it. When they enter the Tent of Meeting or approach the Altar to serve there or offer gift offerings to God, they are to wash so they will not die. They are to wash their hands and their feet so they will not die. This is the rule forever, for Aaron and his sons down through the generations.”

Holy Anointing Oil

22-25 God spoke to Moses: “Take the best spices: twelve and a half pounds of liquid myrrh; half that much, six and a quarter pounds, of fragrant cinnamon; six and a quarter pounds of fragrant cane; twelve and a half pounds of cassia—using the standard Sanctuary weight for all of them—and a gallon of olive oil. Make these into a holy anointing oil, a perfumer’s skillful blend.

26-29 “Use it to anoint the Tent of Meeting, the Chest of The Testimony, the Table and all its utensils, the Lampstand and its utensils, the Altar of Incense, the Altar of Whole-Burnt-Offerings and all its utensils, and the Washbasin and its base. Consecrate them so they’ll be soaked in holiness, so that anyone who so much as touches them will become holy.

30-33 “Then anoint Aaron and his sons. Consecrate them as priests to me. Tell the Israelites, ‘This will be my holy anointing oil throughout your generations.’ Don’t pour it on ordinary men. Don’t copy this mixture to use for yourselves. It’s holy; keep it holy. Whoever mixes up anything like it, or puts it on an ordinary person, will be expelled.”

Holy Incense

34-38 God spoke to Moses: “Take fragrant spices—gum resin, onycha, galbanum—and add pure frankincense. Mix the spices in equal proportions to make an aromatic incense, the art of a perfumer, salted and pure—holy. Now crush some of it into powder and place some of it before The Testimony in the Tent of Meeting where I will meet with you; it will be for you the holiest of holy places. When you make this incense, you are not to copy the mixture for your own use. It’s holy to God; keep it that way. Whoever copies it for personal use will be excommunicated.”

Het Boek

Exodus 30

De voorwerpen in de tabernakel

1‘Maak een altaar voor het brengen van reukoffers. Gebruik acaciahout en maak het 45 cm in het vierkant en 90 cm hoog. Uit de hoeken van het altaar moeten horens steken, die uit hetzelfde stuk hout zijn gesneden. Overtrek de bovenkant, de zijden en horens van het altaar met puur goud en maak een gouden omlijsting rond het hele altaar. Onder de omlijsting moet u aan beide zijkanten gouden ringen aanbrengen voor de draagstokken. De draagstokken moeten van acaciahout worden gemaakt en overtrokken met goud. Zet dit reukofferaltaar voor het gordijn, waarachter de Ark van het verbond en het verzoendeksel zich bevinden. Daar zal Ik u ontmoeten. Aäron moet elke morgen als hij de lampen in orde maakt, geurige kruiden op het altaar verbranden. Ook als hij ʼs avonds de lampen aansteekt, moet hij de kruiden voor de Here op het altaar verbranden, van generatie op generatie moet dit doorgaan. Offer alleen de voorgeschreven kruiden, brandoffers, spijsoffers of drankoffers op dit altaar. 10 Eenmaal per jaar moet Aäron met het bloed van het zondoffer der verzoening het altaar verzoenen, door het bloed op de horens aan te brengen. Dit moet elk jaar, van geslacht op geslacht, gebeuren, want dit is een allerheiligst altaar voor de Here.’

11,12 En de Here zei tegen Mozes: ‘Elke keer als u een volkstelling onder de Israëlieten houdt, moet iedere getelde een verzoeningssom voor zijn ziel aan de Here betalen, zodat er geen plaag onder het volk komt als u het telt. 13 Iedere getelde moet 5,5 gram zilver betalen. 14 Iedereen van twintig jaar en ouder moet dit offer aan de Here geven. 15 De rijke zal niet meer en de arme niet minder betalen dan 5,5 gram zilver, want het is een offer voor de Here voor de verzoening van hun leven. 16 Gebruik dit geld voor de dienst in de tabernakel, dit offer vestigt de aandacht van de Here op zijn volk en is een verzoening voor hun leven.’

17,18 De Here zei tegen Mozes: ‘Maak een koperen wasvat met een voetstuk van koper. Zet het tussen de tabernakel en het altaar en vul het met water. 19 Aäron en zijn zonen moeten daarin hun handen en voeten wassen, 20 wanneer zij de tabernakel ingaan om de Here onder ogen te komen of wanneer zij het altaar naderen om brandoffers voor de Here te brengen. Zij moeten zich altijd wassen voordat zij dat doen, anders zullen zij sterven. 21 Deze regels gelden voor Aäron en zijn zonen en zullen van geslacht op geslacht van kracht blijven.’

22,23 Daarna gaf de Here Mozes opdracht een hoeveelheid van de beste kruiden te verzamelen: 5,5 kilo pure mirre, 2,8 kilo kaneel, 2,8 kilo kalmoes, 24 5,5 kilo kassie en 3,7 liter olijfolie. 25 De Here droeg ervaren zalfmengers op dit alles te verwerken tot een heilige zalfolie. 26,27 ‘Gebruik dit,’ zei Hij, ‘om de tabernakel, de ark van het verbond, de tafel met al het toebehoren, de kandelaar met al het toebehoren, het reukofferaltaar 28 en het brandofferaltaar met al het toebehoren en het wasvat met het voetstuk te zalven. 29 Heilig deze, zodat ze allerheiligst worden, alles wat ermee in aanraking komt, zal heilig zijn. 30 Ook Aäron en zijn zonen moeten ermee worden gezalfd, zodat zij Mij als priesters kunnen dienen. 31 En zeg tegen het volk Israël: “Dit is voor altijd mijn heilige zalfolie. 32 Het mag nooit worden uitgegoten over een gewoon mens en u mag nooit iets dergelijks voor uzelf maken, want het is heilig en u moet het ook zo behandelen. 33 Degene die een dergelijke zalf bereidt en uitgiet over iemand die geen priester is, zal worden verstoten.” ’

34 Dit zijn de aanwijzingen die de Here aan Mozes gaf over het reukwerk: ‘Gebruik aangenaam geurende kruiden: hars, onyx, galbanum en pure wierook. Weeg van elke stof dezelfde hoeveelheid af en maak er een reukwerk van, 35 zoals een zalfmenger dat ook doet, gezouten, zuiver en heilig. 36 Stamp een deel ervan heel fijn en leg een gedeelte daarvan voor de Ark van het Verbond in de tabernakel, waar Ik u ontmoet. Dit moet iets allerheiligst voor u zijn. 37 Maak nooit iets voor uzelf, want het is uitsluitend bestemd voor de Here en u moet het als heilig behandelen. 38 Ieder die iets dergelijks voor zichzelf maakt, moet uit de gemeenschap gestoten worden.’