Het Boek

Prediker 10

Wees bedachtzaam

1Dode vliegen zullen zelfs een pot zalf doen stinken. Ja, een kleine dwaasheid kan veel wijsheid en aanzien tenietdoen! Het hart van een wijs man laat hem het goede doen, maar het hart van een dwaas leidt hem naar het kwaad. Waar de dwaas ook heen gaat, steeds ontbreekt het hem aan verstand, zodat iedereen merkt dat hij een dwaas is.

Als u van uw meerdere de wind van voren krijgt, neem dan geen ontslag. Een rustig optreden kan fouten voorkomen. Er is nog een slecht ding dat ik zag toen ik de wereld in het voorbijgaan bekeek, een droevige zaak, die koningen en heersers betreft: ik heb gezien hoe onnadenkende mensen groot gezag kregen en verstandige mensen hun verdiende ereplaats werd onthouden. Ik heb zelfs dienaren zien rijden, terwijl vorsten te voet gingen als dienaren. Wie een put graaft, kan erin vallen. Wie een oude muur sloopt, kan gebeten worden door een slang. Terwijl u aan het werk bent in een mijn, kunnen vallende stenen u verpletteren. Elke slag van uw bijl kan gevaarlijk zijn. 10 Een botte bijl vraagt veel van uw krachten, wees wijs en slijp het blad. 11 Als een slang bijt vóór de bezwering, dan baat de bezweerder niet.

12 Het is prettig om naar wijze woorden te luisteren, maar als een dwaas het woord neemt, voert hem dat naar de ondergang. 13 Omdat hij al vanuit een dwaas uitgangspunt begint, is zijn conclusie pure onzin! 14 Een dwaas vertelt iedereen precies wat er gebeuren gaat, maar bestaat er werkelijk iemand die kan vertellen wat de toekomst brengt? 15 Een dwaas raakt ondersteboven van een klein beetje werk, omdat hij niet eens weet hoe hij het moet aanpakken.

16 Wee het land waarvan de koning een kind is en waarvan de leiders al in de ochtenduren dronken zijn! 17 Gelukkig is het land waarvan de leiders edel zijn en alleen eten en drinken om op krachten te komen en niet om zich te bedrinken. 18 Door luiheid raakt het dak lek, waarna de dakbalken al snel beginnen te rotten. 19 Sommigen eten alleen voor hun plezier en drinken wijn om vrolijk te worden, dat kun je doen als je geld hebt. 20 Vervloek nooit de koning, zelfs niet in gedachten en doe dat ook niet bij een rijke man, want een klein vogeltje zal hun gaan vertellen wat u hebt gezegd.

La Bible du Semeur

Ecclésiaste 10

1Les mouches mortes gâtent et font fermenter l’huile parfumée. Un brin de folie a plus d’effet que la sagesse et l’honneur. Le cœur du sage le dirige du bon côté, tandis que celui de l’insensé le pousse du mauvais côté. Même quand ce dernier s’avance en chemin, le bon sens lui fait défaut et il dit à tout le monde: «Il est insensé celui-là!»[a].

Si la mauvaise humeur du chef se tourne contre toi, ne quitte pas ton poste, car le calme évite de graves fautes.

Les gens qui ne sont pas à leur place

Il est un autre mal que j’ai constaté sous le soleil et qui est comme une méprise ayant échappé au souverain: la sottise est promue au rang le plus élevé, alors que des gens riches sont dans l’abaissement. J’ai vu des esclaves aller à cheval[b] et des princes marcher à pied comme des esclaves.

Le risque zéro n’existe pas

Qui creuse un trou risque d’y tomber, et qui abat un mur peut être mordu par un serpent. Qui arrache des pierres risque de se blesser, et qui fend du bois se met en danger.

10 Si le fer de la hache est émoussé et qu’on n’en aiguise pas le tranchant, il faudra redoubler de force, mais la sagesse a l’avantage d’assurer la réussite.

11 Si le serpent mord parce qu’il n’a pas été charmé, le charmeur n’a aucun avantage.

La folie de l’insensé

12 Les paroles du sage sont empreintes de bonté, mais la bouche de l’insensé cause sa perte. 13 Il commence par dire des sottises et finit en proférant les pires insanités. 14 L’insensé multiplie les paroles, mais l’homme ignore l’avenir et personne ne peut lui révéler ce qui arrivera après lui.

15 Le labeur de l’insensé l’exténue: il ne sait même pas comment aller à la ville.

Sur les gouvernements

16 Malheur au pays dont le roi est un gamin et dont les ministres festoient dès le matin! 17 Heureux le pays dont le roi est issu d’une famille dirigeante et dont les ministres mangent en temps voulu pour prendre des forces et non pour s’adonner à la boisson.

18 Quand les mains sont paresseuses, la charpente s’effondre, et quand on a les bras ballants, la maison finit par avoir des gouttières.

19 On prépare un repas pour se réjouir, le vin égaie la vie et l’argent répond à toutes sortes de besoins.

20 Ne maudis pas le roi, même en pensée, et ne maudis pas un riche, même dans ta chambre à coucher, car un oiseau emporterait tes paroles, la gent ailée colporterait tes propos.

Footnotes

  1. 10.3 Autres traductions: il dit de tous les autres qu’ils sont des insensés, ou: il manifeste à tout le monde qu’il est un insensé.
  2. 10.7 Dans l’Ancien Testament, les chevaux sont l’apanage des personnages de haut rang (Est 6.8-9; Jr 17.25; Ez 23.12).