Chinese Contemporary Bible (Simplified)

申命记 24

关于婚姻的条例

1“如果有人娶妻后,发觉妻子行为不检,因而嫌弃她,他可以写休书给她,让她离开夫家。 她离开后,可以自由再婚。 如果她的后夫也嫌弃她,写休书给她,让她离开夫家,或者后夫死了, 前夫不可再娶这已被玷污的女子,因为那是耶和华所憎恶的。你们切不可把这种罪恶带到你们的上帝耶和华将要赐给你们的土地上。

体恤人情

“不可叫新婚的人从军出征或办理公务。他可以留在家里一年,使新婚的妻子快乐。

“不可拿别人的磨或磨的上盘作抵押品,因为这等于拿他们的生命作抵押。

“如果有人绑架自己的同胞,奴役他或卖掉他,必须处死绑架者,除掉你们中间的罪恶。

“遇到麻风病,你们要谨遵利未祭司的指示。你们要谨遵我对他们的吩咐。 要记住你们离开埃及后,你们的上帝耶和华在米利暗身上的作为。

10 “如果你们借贷给同胞,不可走进他家里索取抵押物; 11 要站在外面,等他把抵押物拿出来。 12 如果他是穷人,用自己的外袍作抵押,你们不可把他的外袍留到第二天, 13 要在当天日落之前还给他,好让他盖着外袍睡觉。他会因此祝福你们,你们的上帝耶和华也会将此视为你们的义行。

14 “不可欺压穷苦的雇工,不论他们是你们的同胞,还是住在你们城中的外族人。 15 你们要在每天日落前付给他们工钱,因为他们穷苦,靠工钱维生;否则他们向耶和华控诉你们,你们就有罪了。

16 “不可因孩子犯罪而处死父亲,也不可因父亲犯罪而处死孩子。各人要自负罪责。

17 “你们要公正地对待寄居者和孤儿,不可拿寡妇的衣物作抵押。 18 要记住,你们曾在埃及做过奴隶,你们的上帝耶和华拯救了你们。所以,我吩咐你们这样行。

19 “如果你们在田间收割庄稼时忘了一捆,不可回去取,要留给孤儿寡妇和寄居者。这样,你们的上帝耶和华必使你们凡事蒙福。 20 你们打橄榄时,打过一次后不可再打,要把剩下的留给孤儿寡妇和寄居者。 21 你们摘葡萄时,摘过一次后不可再摘,要把剩下的留给孤儿寡妇和寄居者。 22 要记住,你们曾在埃及做过奴隶。所以,我吩咐你们这样行。

Het Boek

Deuteronomium 24

1‘Als een vrouw haar man totaal niet bevalt en er is volgens hem iets schandelijks op haar aan te merken, mag hij een brief schrijven waarin hij verklaart dat hij van haar scheidt, hij geeft haar die brief en mag haar dan wegsturen. Als zij vervolgens hertrouwt en haar tweede man ook van haar scheidt of sterft, mag haar eerste man niet opnieuw met haar trouwen, want zij is onrein geworden, dit is afschuwelijk in Gods ogen en het zou schuld brengen over het land dat de Here, uw God, u geeft.

Een pasgetrouwd man mag niet meteen in het leger dienstdoen, noch met speciale verantwoordelijkheden worden belast, een jaar lang moet hij rustig thuis kunnen blijven, gelukkig met zijn vrouw.

Het is verboden een handmolen of een bovenste molensteen als onderpand te nemen, want het is een stuk gereedschap waarmee de eigenaar in zijn levensonderhoud moet voorzien.

Als iemand een broeder, een Israëliet, ontvoert en hem als een slaaf behandelt of verkoopt, moet de ontvoerder sterven om zo het kwaad uit uw midden weg te doen.

Zorg ervoor dat u de aanwijzingen van de priester bij een geval van melaatsheid opvolgt, want ik heb hem richtlijnen gegeven die u tot op de letter moet gehoorzamen: denk aan wat de Here, uw God, met Mirjam deed toen u uit Egypte kwam.

10 Als u een vordering op iemand hebt, mag u zijn huis niet zomaar binnengaan om een onderpand te halen. 11 U moet buiten blijven staan. Hij zal wel naar buiten komen met wat hij u schuldig is. 12 Als de man arm is en u zijn mantel als onderpand geeft, slaap er dan niet in. 13 Breng de mantel bij zonsondergang terug, zodat hij erin kan slapen en hij zal u daarvoor zegenen. De Here, uw God, zal dat als een daad van rechtvaardigheid beschouwen. 14,15 Behandel een arme, gehuurde werkkracht niet hard, of het nu een Israëliet is of een buitenlander die bij u woont. Betaal hem elke dag voor zonsondergang zijn loon, want hij is arm en heeft het geld meteen nodig. Als u dat niet doet, klaagt hij u aan bij de Here en Hij zal dat als zonde beschouwen.

16 Vaders mogen niet ter dood worden gebracht voor de zonden van hun zonen en zonen niet voor de zonden van hun vaders, iedere schuldige zal voor zijn eigen zonde ter dood worden gebracht. 17 U moet rechtvaardig zijn tegenover vreemdelingen en wezen. U mag nooit de mantel van een weduwe accepteren als onderpand voor haar schuld. 18 Onthoud altijd dat u slaven was in Egypte en dat de Here, uw God, u redde, daarom heb ik u dit gebod gegeven.

19 Als u in de oogsttijd een schoof van het veld vergeet te halen, ga dan niet terug om hem te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, wezen en weduwen, dan zal de Here, uw God, u zegenen en voorspoed geven bij alles wat u doet. 20 Als u de olijven van uw olijfbomen slaat, zoek de takken dan niet nog een keer na, laat het overblijfsel hangen voor de vreemdelingen, wezen en weduwen. 21 Hetzelfde geldt voor de druiven in uw wijngaard, zoek na het plukken de planten niet nog eens na, maar laat het overblijfsel achter voor hen die het nodig hebben. 22 Onthoud dat u slaven was in het land Egypte, daarom geef ik u dit gebod.’