Bibelen på hverdagsdansk

Prædikeren 7

Tanker om livet

1Et godt ry er vigtigere end kostbar parfume, ligesom den dag, man dør, er vigtigere end den dag, man blev født. Det er vigtigere at gå til begravelse end at gå til fest, for døden indhenter os alle, og det bør man altid huske på. Sorg er vigtigere end latter, for det giver én noget at tænke over. Den kloge tænker over dødens alvor, mens tåben slår tiden ihjel med morskab.

Det er bedre at lytte til en vismands kritik end til en tåbes ros. En tåbes latter er som tjørnekviste, der knitrer lystigt under gryden, men hurtigt brænder ud. Det er der intet formål med. Uhæderlighed gør den vise til en tåbe, bestikkelse gør sindet korrupt. At kunne føre en sag igennem til sin afslutning er vigtigere end at kunne begynde den, tålmodighed er bedre end stolthed. Lad dig ikke provokere til vrede, for det er tåbeligt at gå rundt og bære nag. 10 Lad være at sukke efter „de gode, gamle dage”, for det afslører din mangel på visdom.

11 Det er godt at få en arv, og det er godt at have visdom. 12 Både visdom og rigdom giver sikkerhed i livet, men visdommen har dog et fortrin: Den er bedre til at holde et menneske i live.

13 Tænk på, hvordan Gud handler. Hvem kan rette det ud, som han har gjort skævt? 14 Glæd dig, når du oplever fremgang. Men når modgangen kommer, så husk på, at begge dele kommer fra Gud, og du kan aldrig vide, hvad fremtiden bringer.

15 Jeg har set mange uretfærdige ting i mit liv. Jeg har set et godt menneske dø i en al for ung alder, og jeg har set et ondt menneske leve længe på trods af sin ondskab. 16 Tro ikke, at Gud automatisk velsigner dig på grund af din store godhed eller visdom. Du kunne blive dybt skuffet. 17 På den anden side er det farligt at være ond eller tåbelig. Du kunne risikere at dø i en ung alder. 18 Lyt til begge advarsler, for et gudfrygtigt menneske vil følge begge råd.

19 Ti officerer kan beskytte en by, men visdom giver endnu mere beskyttelse, 20 for intet menneske er så godt, at det altid handler rigtigt og aldrig synder.

21 Lyt ikke til alt, hvad der bliver sladret om, for du kunne risikere at høre din egen tjener kritisere dig, 22 og du ved jo, hvor ofte du selv har kritiseret andre.

23 Jeg tænkte dybt over alt, hvad jeg så, for jeg ville gerne forstå det hele, men det lykkedes dog ikke. 24 Livets mening og dybe sammenhæng overgår min forstand. Intet menneske forstår det til bunds. 25 Alligevel undersøgte jeg alle ting grundigt og stillede spørgsmål for gennem visdom at kunne forstå tingenes sammenhæng. Jeg var sikker på, at gudløshed er tåbeligt, og tåbelighed er vanvid.

26 Jeg fandt også ud af noget andet: En forførende kvinde er dødsensfarlig. Hendes lidenskab er en fælde og hendes arme som lænker. Den, der lever ret for Gud, kan undslippe fælden, men en synder bliver et let bytte.

27-28 Jeg har efterhånden stillet mange spørgsmål om livet og opdaget mange ting, men hvad jeg virkelig søgte efter, fandt jeg ikke. Blandt 1000 mænd fandt jeg kun én eneste, der var retskaffen, og blandt kvinder fandt jeg ingen.

29 Jeg er overbevist om, at Gud har skabt menneskene, som de bør være. De har bare så mange sære ting for.

Het Boek

Prediker 7

Wijsheid gaat boven rijkdom

1Een goede reputatie is beter dan het duurste parfum. De dag waarop iemand sterft, is beter dan de dag van zijn geboorte. Het is beter uw tijd te besteden aan begrafenissen dan aan feesten. Want ook u zult eens sterven en het is goed daaraan te denken nu u er nog de tijd voor hebt. Verdriet is beter dan blijdschap, want verdriet is beter voor je ziel. Een wijs mens denkt vaak aan de dood, terwijl een dwaas zich alleen maar zorgen maakt over de vraag hoe hij dit moment het prettigste kan doorbrengen. Het is beter kritiek te krijgen van een wijs man dan lof te ontvangen van een dwaas. Want het compliment van een dwaas is net zo snel verdwenen als een stuk papier in het vuur en het is dom daarvan onder de indruk te raken. De wijze man wordt een dwaas als hij zich laat omkopen, het ondermijnt zijn inzicht.

Iets afmaken is beter dan met iets beginnen. Geduld is beter dan trots. Erger je niet, want ergernis is iets voor dwazen. 10 Vraag niet waarom het vroeger beter was dan nu, zoʼn vraag getuigt niet van wijsheid. 11 Wijsheid en bezit zijn goede zaken in het leven. 12 Zowel met wijsheid als met geld kunt u veel bereiken, maar wijsheid stelt u in staat in leven te blijven. 13 Kijk eens hoe God te werk gaat en probeer niet zijn werk te veranderen: niemand kan recht maken wat Hij gebogen heeft. 14 Geniet van de voorspoed zoveel u kunt en als er moeilijker tijden aanbreken, bedenk dan dat God zowel het een als het ander geeft. Wij weten niet hoe de toekomst zal zijn.

15 In dit zinloze leven heb ik alles gezien wat er te zien valt, ook het feit dat goede mensen jong sterven en sommige slechte mensen heel oud worden. 16 Wees daarom niet al te goed en niet al te wijs. Waarom zou u zichzelf vernietigen? 17 Aan de andere kant moet u ook niet al te slecht zijn, wees geen dwaas. Waarom zou u sterven voor het uw tijd is? 18 Voor wie ontzag voor God heeft, is het het beste de middenweg te kiezen tussen verstandig en dwaas zijn. 19 Een wijs man is sterker dan de bestuurders van tien grote steden. 20 Nergens op aarde is een mens te vinden die altijd het goede doet en nooit zondigt. 21 Luister geen gesprekken af. U zou wel eens kunnen horen dat uw dienaar u verwenst. 22 U weet toch hoe vaak u zelf anderen verwenst!

23 Ik heb mijn best gedaan wijs te zijn. Ik verklaarde: ‘Ik zál wijs zijn,’ maar het hielp niet. 24 Wijsheid ligt te ver weg en is moeilijk te vinden. 25 Ik zocht overal, vastbesloten de wijsheid en de reden voor alle gebeurtenissen te vinden en mijzelf te bewijzen dat zonde dwaasheid is en dat dwaasheid gelijk staat aan waanzin. 26 Ik ontdekte iets dat bitterder is dan de dood: een vrouw die tot ontucht wil verleiden, zij is een valstrik en een vangnet. Wie met God leeft, ontsnapt daaraan, maar zondaars raken in haar web verstrikt.

27 Dit is mijn conclusie, zegt de Prediker, stap voor stap bereikte ik dit resultaat, na in elke richting te hebben gezocht: 28 één op de duizend mensen met wie ik sprak, kan als wijs worden beschouwd. Onder hen bevond zich echter geen enkele vrouw. 29 En ik kwam erachter dat God de mens eenvoudig heeft gemaakt en dat de mens zelf allerlei ingewikkelde dingen bedenkt.