La Bible du Semeur

Proverbes 15

1Une réponse douce apaise la colère,
mais une parole blessante excite l’irritation.
Qui enseigne avec sagesse rend le savoir attrayant,
mais la bouche des sots ne répand que des sottises.
L’Eternel voit ce qui se passe en tout lieu;
il observe tous les hommes, méchants et bons.
Des paroles réconfortantes sont comme un arbre de vie,
mais la langue malfaisante démoralise.
Seul un insensé méprise ce que son père lui a enseigné,
qui tient compte des avertissements est un homme avisé.
Il y a de nombreux trésors dans la maison du juste,
mais les profits du méchant sont source d’ennuis[a].
Les lèvres des sages répandent le savoir,
mais il n’en est pas ainsi du cœur des insensés.
L’Eternel a en horreur les sacrifices offerts par les méchants,
mais les prières des hommes droits lui sont agréables.
L’Eternel a en horreur la conduite du méchant,
mais il aime celui qui recherche ce qui est juste.
10 Une dure leçon attend celui qui s’écarte du droit chemin;
qui déteste être repris périra.
11 L’Eternel connaît le séjour des morts, le lieu des disparus,
combien plus le cœur des humains est-il à découvert devant lui!
12 Le moqueur n’aime pas qu’on le reprenne,
c’est pourquoi il ne demande pas l’avis des sages.
13 Un cœur joyeux rend le visage aimable,
mais quand le cœur est triste, l’esprit est abattu.
14 L’homme intelligent cherche toujours à apprendre,
alors que les sots se repaissent de sottises.
15 Pour l’affligé, tous les jours sont mauvais,
mais celui qui a le contentement dans son cœur est toujours en fête.
16 Mieux vaut avoir peu et craindre Dieu
que de posséder une grande fortune avec du tourment.
17 Mieux vaut un plat de légumes là où règne l’amour
qu’un bœuf gras assaisonné de haine.
18 L’homme irascible suscite des querelles,
mais celui qui garde son sang-froid apaise les disputes.
19 Le chemin du paresseux est une haie de ronces,
mais le sentier des hommes droits est une route bien aplanie.
20 Un fils sage fait la joie de son père;
seul un homme insensé a du mépris pour sa mère.
21 La sottise ravit l’homme dépourvu de sens;
un homme intelligent marche droit.
22 Quand on ne consulte personne, les projets échouent,
mais lorsqu’il y a beaucoup de conseillers, ils se réalisent.
23 Savoir donner la bonne réponse est une source de joie,
et combien est agréable une parole dite à propos.
24 L’homme avisé suit le sentier qui mène en haut vers la vie
et qui le fait échapper au séjour des morts en bas.
25 L’Eternel renverse la maison des orgueilleux,
mais il protège la propriété de la veuve.
26 Les projets malveillants sont en horreur à l’Eternel,
mais les paroles aimables sont pures.
27 Qui veut s’enrichir à tout prix entraîne sa famille dans le malheur,
mais qui déteste les pots-de-vin vivra longtemps.
28 Le juste réfléchit bien avant de répondre,
mais la bouche des méchants répand le mal.
29 L’Eternel se tient loin des méchants,
mais il entend la prière des justes.
30 Un regard lumineux met le cœur en joie;
une bonne nouvelle fortifie jusqu’aux os.
31 Qui prête une oreille attentive aux critiques constructives
habitera parmi les sages.
32 Qui refuse d’être repris se méprise lui-même,
mais qui écoute les avertissements acquiert du bon sens.
33 La crainte de l’Eternel est une école de la sagesse[b];
avant d’être honoré, il faut savoir être humble[c].

Footnotes

  1. 15.6 Autre traduction: sont troubles.
  2. 15.33 Voir 1.7 et note.
  3. 15.33 Voir 18.12.

Het Boek

Spreuken 15

1Een zachtmoedig antwoord sust de woede, maar een tactloze uitspraak roept de woede juist op.
Een verstandig mens weet zijn kennis goed te vertolken, maar de woorden van een zot zijn een bron van dwaasheid.
Gods ogen zien alles, al het kwade én al het goede.
Gezonde woorden zijn als een boom van leven, verkeerde woorden richten echter schade aan.
Een dwaas zal de lessen van zijn vader negeren, maar wie luistert naar de terechtwijzingen van zijn vader, toont zich verstandig.
Het huis van de rechtvaardige bergt vele schatten, maar de goddeloze doet zichzelf schade aan.
Verstandige mensen strooien kennis om zich heen, terwijl het hart van de dwaas een dwaalspoor kiest.
De Here verafschuwt het offer van de goddelozen, maar een oprecht gebed doet Hem goed.
De Here verafschuwt goddeloos gedrag, maar wie zich toelegt op oprechtheid, zal Hij liefhebben.
10 Onderwijs en berisping zijn onaangenaam voor wie de goede weg verlaat. Wie terechtwijzing haat, gaat de dood tegemoet.
11 De diepten van de hel zijn voor de Here als een open boek, dus kan Hij de harten van de mensen zeker peilen!
12 Een spotter houdt er niet van als hij bestraft wordt en mijdt daarom verstandige mensen.
13 Een vrolijk hart geeft een blij gezicht, maar een treurig hart knakt de geest.
14 Een verstandig hart verlangt naar kennis, maar de dwaas put uit een bron van dwaasheid.
15 Een bedrukt mens lijdt een triest leven, maar een vrolijk hart geeft levenslust.
16 Weinig bezit met een eerbiedig ontzag voor de Here is beter dan veel rijkdom en een onrustig geweten.
17 Een eenvoudig maal in een liefdevolle sfeer is beter dan een overvloedig diner met een liefdeloze sfeer.
18 Een lichtgeraakt mens veroorzaakt ruzie, een geduldig mens zorgt voor verzoening.
19 Een luiaard is vol dorens en distels, maar voor een oprechte wordt de weg gebaand.
20 Een verstandige zoon geeft zijn vader veel vreugde, maar een dwaas veracht zijn moeder.
21 Een onverstandig mens beleeft plezier aan zijn eigen dwaasheid, maar een verstandig mens zoekt de goede weg.
22 Zonder goede raad gaan plannen teniet, maar veel adviseurs doen plannen slagen.
23 Een passend antwoord maakt de spreker blij en wat is een woord goed op zijn tijd!
24 De levensweg leidt de verstandige naar boven, hij blijft buiten bereik van het dodenrijk beneden.
25 De Here richt een hoogmoedige ten gronde, maar voor de weduwe springt Hij in de bres.
26 De Here verafschuwt de gedachten van een boosdoener, maar woorden uit liefde gesproken zijn zuiver.
27 Een oneerlijk mens brengt onrust in zijn eigen huis, maar wie smeergeld haat, zal leven.
28 Een rechtvaardige denkt voordat hij spreekt, een goddeloze spuit volop vuile taal.
29 De Here houdt goddelozen op een afstand, maar het gebed van rechtvaardigen zal Hij verhoren.
30 Vriendelijke ogen maken het hart blij en een goed bericht schenkt nieuwe moed.
31 Wie luistert naar opbouwende terechtwijzingen, bevindt zich in wijs gezelschap.
32 Wie de berisping verwerpt, doet zich zelf tekort, maar wie luistert, krijgt verstand en wijsheid.
33 Eerbiedig ontzag voor de Here leidt tot wijsheid en nederigheid leidt tot eerbetoon.