O Livro

Gálatas 1

11/2 Eu, Paulo, chamado para ser apóstolo, não por qualquer organização ou autoridade humanas, mas por Jesus Cristo e por Deus o Pai, que ressuscitou Jesus da morte, dirijo esta carta às igrejas da Galácia, na companhia de todos os cristãos daqui, nossos irmãos na mesma fé.

Desejo que vos sejam dadas a graça e paz de Deus nosso Pai, e do Senhor Jesus Cristo, o qual se deu a si mesmo, sofrendo o castigo dos nossos pecados, de acordo com o plano de Deus, para nos livrar deste mundo mau. Assim, damos toda a honra a Deus por toda a eternidade. Amém.

Há um só evangelho

6/7 Estou muito admirado da rapidez com que vocês se desviaram de Deus, que na sua misericórdia vos chamou a participar da vida eterna através de Cristo. Afinal, estão a seguir outro evangelho, que aliás nem sequer é evangelho algum. Há quem ande a enganar­vos, torcendo o sentido do evangelho de Cristo.

Se alguém — ainda que seja eu próprio ou mesmo um anjo do céu — vier pregar­vos, sob o nome de evangelho, outra mensagem além do que já vos temos anunciado, que seja maldito. Já antes vos tinha dito o mesmo, e repito agora: se alguém vier pregar­vos outras boas novas diferentes daquelas que vocês já uma vez aceitaram, que seja amaldiçoado.

10 Se eu falo assim, lembrem­se que é porque procuro agradar não a pessoas mas a Deus. Se procurasse conformar­me às opiniões de homens não poderia ser servo de Cristo.

Paulo foi chamado por Deus

11/12 Posso garantir­vos, irmãos, que este caminho para Deus, que vos tenho anunciado, não é de origem humana, não foi arquitectado pelo pensamento humano. Também nem sequer foi de homens que o recebi. Mas foi antes Jesus Cristo mesmo quem mo revelou.

13/14 Vocês sabem como eu era quando seguia a religião judaica, e como perseguia sem misericórdia a igreja de Deus, procurando destruí­la. Na prática da religião judaica ultrapassava muitos da minha idade, meus compatriotas, e era extremamente zeloso no respeito das tradições de meus pais.

15/17 Mas a vontade de Deus era outra! Mesmo antes de nascer, Deus já me tinha escolhido e designado, com uma bondade que eu não merecia, para revelar seu Filho em mim, a fim de que o pregasse entre os gentios. Pois quando chegou o momento de cumprir esse mandato, não hesitei nem fui procurar a opinião de ninguém; nem sequer voltei a Jerusalém para trocar impressões com os que já antes de mim eram apóstolos. Mas antes parti para a Arábia, regressando depois a Damasco.

18/19 Foi só passados três anos que tornei a ir a Jerusalém para contactar pessoalmente com Pedro, tendo ficado com ele durante quinze dias. E não vi nenhum outro dos apóstolos, senão Tiago, irmão do Senhor. 20 Acreditem de que isto que aqui vos escrevo é a verdade; Deus é testemunha disso. 21/24 E depois dessa visita parti para a Síria e para a Cilícia. E entretanto os crentes das igrejas da Judeia continuavam sem me conhecerem pessoalmente; apenas tinham ouvido dizer que aquele que perseguia os cristãos anunciava agora a fé que antes procurava destruir. E davam louvores a Deus por minha causa.

Het Boek

Galaten 1

Er is geen ander evangelie

1Van: Paulus, een apostel, niet door mensen uitgekozen om apostel te zijn, maar door Jezus Christus en God de Vader, die Hem uit de dood heeft laten opstaan. En van alle gelovigen die hier bij mij zijn. Aan: de gemeenten in Galatië.

Ik wens u de genade en vrede van God, onze Vader, en van onze Here Jezus Christus.

Christus heeft Zichzelf voor onze zonden aan de dood overgegeven, om ons te bevrijden uit de macht van deze door het kwaad beheerste wereld. Daarmee deed Hij de wil van God, onze Vader, aan wie alle eer toekomt, voor altijd en eeuwig. Amen.

Het verbaast me dat u God, die u in zijn genade geroepen heeft door Jezus Christus, zo vlug de rug hebt toegekeerd en een ander evangelie gelooft, dat helemaal geen evangelie is. U bent van de wijs gebracht door bepaalde personen, die een verkeerd beeld van Christus geven. Als iemand iets anders verkondigt dan het goede nieuws dat u van mij gehoord hebt, moet u hem uit de weg gaan als een vervloekte, zelfs al zou ik het zijn of een engel uit de hemel. Ik herhaal het nog maar eens: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan het goede nieuws dat u van ons ontvangen hebt, dan is zo iemand een vloek. 10 Probeer ik bij de mensen in de gunst te komen? Praat ik iedereen naar de mond? Nee, ik probeer Gods wil te doen. Als ik de mensen naar de mond zou praten, zou ik geen dienaar van Christus zijn.

11 U moet weten, broeders en zusters, dat het goede nieuws dat ik bekendmaak, niet door mensen is bedacht. 12 Ik heb het niet van mensen ontvangen, maar Jezus Christus Zelf heeft het mij bekendgemaakt. 13 U hebt natuurlijk wel gehoord wat ik heb gedaan toen ik nog volgens de Joodse godsdienst leefde. Ik heb de christenen fanatiek vervolgd en geprobeerd hen uit te roeien. 14 Ik was verder in de Joodse leer dan mijn leeftijdgenoten en ik was een overijverig voorvechter van de tradities van onze voorouders.

15 Maar toen vond God dat de tijd gekomen was dat zijn Zoon in mij kwam wonen. Al voor mijn geboorte had Hij dat in zijn genadige goedheid besloten. 16 Hij wilde dat ik het goede nieuws van zijn Zoon bij de andere volken bekend zou maken. Ik ben er niet onmiddellijk met iemand anders over gaan praten, 17 zelfs niet in Jeruzalem met hen die al vóór mij apostel waren. Nee, ik vertrok naar Arabië en keerde daarna naar Damascus terug. 18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Petrus kennis te maken en ik logeerde twee weken bij hem. 19 De enige andere apostel die ik toen ontmoet heb, was Jakobus, de broer van onze Here. 20 Denk niet dat ik lieg. God weet dat ik de waarheid spreek.

21 Daarna ging ik naar Syrië en Cilicië. 22 En nog steeds wisten de christenen van Judea niet hoe ik er uitzag. 23 Het enige wat zij over mij hoorden, was dat de man die hen vroeger vervolgde, nu zelf het goede nieuws van het geloof in Christus bekendmaakte, het geloof dat hij vroeger probeerde uit te roeien. 24 En zij prezen God om wat er met mij gebeurd was.