Nádej pre kazdého

List Filemónovi

Milý priateľ, želám milosť a pokoj tebe,

2-3 sestre Apfii, Archippovi i celému tvojmu domu! Píšem ti z väzenia, do ktorého som sa dostal pre zvesť o Kristu. Práve je pri mne aj Timotej.

Neprestajne ďakujem v modlitbách Bohu

za tvoju vernosť Pánu Ježišovi a lásku k všetkým bratom.

A modlím sa, aby si poznal, koľko dobra môžeme vykonať pod vplyvom Pána Ježiša Krista.

Tvoja láska, brat môj, mi spôsobila veľkú radosť a povzbudila ma, lebo si potešil srdcia všetkých veriacich.

Príhovor za sluhu

Chcem ťa o niečo poprosiť. Mohol by som ti síce v mene Krista prikázať, čo máš robiť, ale to by odo mňa nebolo príliš láskavé.

Preto dávam prednosť prosbe -- som už starý človek a teraz pre Krista ešte aj v žalári.

10 Týka sa to Onezima, ktorého som tu vo väzení priviedol k viere a mám ho rád ako vlastného syna.

11 Doteraz ti spôsobil viac škody ako osohu, ale teraz bude užitočný nám obidvom.

12 Posielam ti ho späť, akoby som ti posielal vlastné srdce.

13 Rád by som si ho nechal tu, aby mi uľahčoval môj pobyt vo väzení.

14 Nechcem to však urobiť bez tvojho súhlasu, aby ten dobrý skutok nebol vynútený, ale aby vyšiel od teba.

15 Azda preto sa musel Onezimus od teba na krátky čas vzdialiť, aby sa stal navždy tvojím -- už nie otrokom, ale milovaným bratom.

16 Ak je taký drahý mne, o to väčšmi bude milý tebe -- ako človek aj ako kresťan.

17 Ak som skutočne tvojím priateľom, prijmi ho tak, ako by som to bol ja sám.

18 Ak ťa nejako poškodil alebo je ti niečo dlžný, pripíš to na môj účet.

19 Ja, Pavol, potvrdzujem vlastnoručne, že ti to zaplatím. Nechcem ti pripomínať, že si mi dlžný aj sám seba.

20 Brat môj, mysli na Pána a urob mi tú láskavosť.

21 Nežiadal by som ťa o to, keby som si nebol istý, že urobíš ešte viac, ako ťa prosím.

22 Zároveň mi priprav aj prístrešie, lebo dúfam, že sa vďaka vašim modlitbám budem môcť čoskoro k vám vrátiť.

Pozdravy

23-24 Pozdravuje ťa Epafras, ktorý je tu so mnou vo väzení pre vieru v Ježiša Krista, a tiež moji spolupracovníci Marek, Aristarchos, Démas a Lukáš.

25 Milosť Pána Ježiša Krista nech je s vami.

Het Boek

Filémon

Paulus pleit voor Onesimus

Van: Paulus, die in de gevangenis zit omdat hij het goede nieuws van Jezus Christus heeft bekendgemaakt, en van onze broeder Timotheüs. Aan: Filemon, onze medewerker.

Wij schrijven niet alleen aan u persoonlijk, maar ook aan onze zuster Apfia, aan onze medestrijder Archippus en aan heel de gemeente die in uw huis samenkomt. Wij wensen u de genade en vrede van God, onze Vader, en van onze Here Jezus Christus toe.

Als ik voor u bid, dank ik God telkens weer, want ik hoor dat u de Here Jezus trouw bent en dat u uw medechristenen liefhebt. Ik bid ook dat het geloof dat u met ons deelt u een beter begrip geeft van al het goede dat wij voor Christus kunnen doen. Uw liefde heeft mij veel troost en blijdschap gegeven, broeder, uw vriendelijkheid heeft vele christenen goed gedaan.

Nu wil ik u een gunst vragen, ik zou het namens Christus van u kunnen eisen omdat het uw plicht is, maar op grond van de liefde geef ik er de voorkeur aan het u dringend te vragen. Ik, Paulus, ben nu een oude man en zit hier in de gevangenis door mijn geloof in Jezus Christus. 10 Ik vraag u om een gunst voor Onesimus, die tijdens mijn gevangenschap als een kind voor mij geworden is. 11 Onesimus is u tot nu toe niet van veel nut geweest, maar vanaf nu zal hij u en mij goede diensten kunnen bewijzen. 12 Ik stuur hem naar u terug. Ik wil dat u weet dat hij mij heel na aan het hart ligt.

13 Ik wilde hem eerst bij mij houden, terwijl ik hier gevangen zit, omdat ik het goede nieuws heb bekendgemaakt. Dan zou u, door hem, mij een grote dienst hebben bewezen, 14 maar ik wilde het niet zonder uw medeweten doen. U kunt alleen maar goed doen uit vrije wil en niet onder dwang. 15 Misschien kunt u het zo bekijken: u bent hem een tijdje kwijt geweest, maar nu kan hij voor altijd van u zijn, 16 niet alleen als uw slaaf, maar ook als uw geliefde broeder, die een speciaal plekje in mijn hart heeft. Is dat niet veel beter? Hij zal nu veel meer voor u betekenen, omdat hij niet alleen uw slaaf maar ook uw broeder in Christus is. 17 Als ik werkelijk uw vriend ben, ontvang Onesimus dan even hartelijk als u mij zou ontvangen. 18 En als hij u benadeeld heeft of u iets schuldig is, breng het mij dan in rekening. 19 Ik zal het u betalen. Dat garandeer ik, Paulus, hier met mijn eigen handschrift. En ik ga er dan maar aan voorbij dat u mij uzelf schuldig bent. 20 Ja, broeder, bewijs mij deze dienst omwille van de Here, stel mijn hart gerust om Christusʼ wil.

21 Ik heb u deze brief geschreven omdat ik ervan overtuigd ben dat u zult doen wat ik u vraag en zelfs meer dan dat. 22 Houd een kamer voor mij klaar, want ik hoop dat God uw gebeden zal verhoren, zodat ik binnenkort als vrij man naar u toe zal kunnen komen.

23 U moet de groeten hebben van Epafras, die hier ook gevangen zit omdat hij Christus Jezus heeft bekendgemaakt. 24 Ook mijn medewerkers Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas groeten u. 25 Ik wens u toe dat uw geest door de genade van de Here Jezus Christus gesterkt zal worden.