New Living Translation

Zechariah 1

A Call to Return to the Lord

1In November[a] of the second year of King Darius’s reign, the Lord gave this message to the prophet Zechariah son of Berekiah and grandson of Iddo:

“I, the Lord, was very angry with your ancestors. Therefore, say to the people, ‘This is what the Lord of Heaven’s Armies says: Return to me, and I will return to you, says the Lord of Heaven’s Armies.’ Don’t be like your ancestors who would not listen or pay attention when the earlier prophets said to them, ‘This is what the Lord of Heaven’s Armies says: Turn from your evil ways, and stop all your evil practices.’

“Where are your ancestors now? They and the prophets are long dead. But everything I said through my servants the prophets happened to your ancestors, just as I said. As a result, they repented and said, ‘We have received what we deserved from the Lord of Heaven’s Armies. He has done what he said he would do.’”

A Man among the Myrtle Trees

Three months later, on February 15,[b] the Lord sent another message to the prophet Zechariah son of Berekiah and grandson of Iddo.

In a vision during the night, I saw a man sitting on a red horse that was standing among some myrtle trees in a small valley. Behind him were riders on red, brown, and white horses. I asked the angel who was talking with me, “My lord, what do these horses mean?”

“I will show you,” the angel replied.

10 The rider standing among the myrtle trees then explained, “They are the ones the Lord has sent out to patrol the earth.”

11 Then the other riders reported to the angel of the Lord, who was standing among the myrtle trees, “We have been patrolling the earth, and the whole earth is at peace.”

12 Upon hearing this, the angel of the Lord prayed this prayer: “O Lord of Heaven’s Armies, for seventy years now you have been angry with Jerusalem and the towns of Judah. How long until you again show mercy to them?” 13 And the Lord spoke kind and comforting words to the angel who talked with me.

14 Then the angel said to me, “Shout this message for all to hear: ‘This is what the Lord of Heaven’s Armies says: My love for Jerusalem and Mount Zion is passionate and strong. 15 But I am very angry with the other nations that are now enjoying peace and security. I was only a little angry with my people, but the nations inflicted harm on them far beyond my intentions.

16 “‘Therefore, this is what the Lord says: I have returned to show mercy to Jerusalem. My Temple will be rebuilt, says the Lord of Heaven’s Armies, and measurements will be taken for the reconstruction of Jerusalem.[c]

17 “Say this also: ‘This is what the Lord of Heaven’s Armies says: The towns of Israel will again overflow with prosperity, and the Lord will again comfort Zion and choose Jerusalem as his own.’”

Four Horns and Four Blacksmiths

18 [d]Then I looked up and saw four animal horns. 19 “What are these?” I asked the angel who was talking with me.

He replied, “These horns represent the nations that scattered Judah, Israel, and Jerusalem.”

20 Then the Lord showed me four blacksmiths. 21 “What are these men coming to do?” I asked.

The angel replied, “These four horns—these nations—scattered and humbled Judah. Now these blacksmiths have come to terrify those nations and throw them down and destroy them.”

Notas al pie

  1. 1:1 Hebrew In the eighth month. A number of dates in Zechariah can be cross-checked with dates in surviving Persian records and related accurately to our modern calendar. This month of the ancient Hebrew lunar calendar occurred within the months of October and November 520 B.c.
  2. 1:7 Hebrew On the twenty-fourth day of the eleventh month, the month of Shebat, in the second year of Darius. This event occurred on February 15, 519 B.c.; also see note on 1:1.
  3. 1:16 Hebrew and the measuring line will be stretched out over Jerusalem.
  4. 1:18 Verses 1:18-21 are numbered 2:1-4 in Hebrew text.

Het Boek

Zacharia 1

De boodschap van de engel van de Here

1In de achtste maand van koning Dariusʼ tweede regeringsjaar ontving de profeet Zacharia, de zoon van Berechja en kleinzoon van Iddo, deze boodschap van de Here.

‘De Here is toornig geweest op uw voorouders. Maar tegen u zegt Hij: “Als u bij Mij terugkomt, zal Ik ook bij u terugkomen.” Wees niet zoals uw voorouders! De vroegere profeten zeiden tegen hen: “De Here van de hemelse legers zegt dat u moet ophouden met uw kwade praktijken,” maar zij luisterden niet. Zij bekommerden zich niet om Mij. Wat is er van uw voorouders en hun profeten geworden? Maar mijn woord houdt eeuwig stand! De woorden die Ik door mijn profeten liet verkondigen, hebben uw voorouders ten slotte toch bereikt, waarna zij tot inkeer kwamen. Toen moesten zij erkennen: “De Here van de hemelse legers had ons nog zo gewaarschuwd, maar moest uiteindelijk zijn dreigementen toch uitvoeren. Wij kregen wat wij verdienden.” ’

Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, de maand Sebat, nog steeds in het tweede regeringsjaar van koning Darius, ontving de profeet Zacharia opnieuw een boodschap van de Here. Deze keer kwam de boodschap ʼs nachts in de vorm van een visioen: ik zag een man op een rood paard. Hij stond tussen de mirtestruiken in een rivierdal en achter hem stonden andere paarden, rode, bruine en witte. Een engel stond naast mij en ik vroeg hem: ‘Waarvoor zijn al die paarden daar, mijn heer?’ ‘Ik zal het u vertellen,’ zei hij. 10 De man die tussen de mirtestruiken stond, zei: ‘De Here heeft hen uitgestuurd om voor Hem de hele aarde te verkennen.’ 11 Toen brachten de andere ruiters de engel van de Here verslag uit van hun tocht: ‘Wij hebben de hele aarde verkend en het is overal volkomen rustig.’ 12 Bij het horen hiervan zei de engel van de Here: ‘Here van de hemelse legers, U bent nu al zeventig jaar toornig geweest op Jeruzalem en de andere steden in Juda. Hoelang zal het nog duren voordat U Zich hun lot aantrekt en weer medelijden toont?’ 13 De Here antwoordde de engel die naast mij stond met vriendelijke, troostrijke woorden.

14 Toen zei de engel tegen mij: ‘Predik dit namens de Here van de hemelse legers: “Denkt u dat het Mij niets kan schelen wat er met Jeruzalem en Juda is gebeurd? Ik waak over hen! 15 Ik ben in grote woede ontstoken tegen de heidense volken die zo zelfverzekerd zijn. Ik was niet erg kwaad op mijn volk, maar die volken hebben hen buitensporig zwaar gestraft. 16 Daarom,” zegt de Here, “zal Ik medelijden hebben en terugkeren naar Jeruzalem. Mijn tempel zal worden herbouwd en ook Jeruzalem zal weer herrijzen. 17 Herhaal het nog eens: de Here van de hemelse legers belooft dat de steden van Israël zullen overvloeien van welvaart. En de Here zal Jeruzalem weer troosten en zegenen en in haar wonen.” ’

18 Toen keek ik op en zag vier horens. 19 ‘Wat betekent dat?’ vroeg ik de engel. Hij antwoordde: ‘Zij vertegenwoordigen de vier wereldmachten die Juda, Israël en Jeruzalem hebben verstrooid.’ 20 Vervolgens liet de Here mij vier smeden zien. 21 ‘Wat komen die mannen doen?’ vroeg ik. De engel antwoordde: ‘Zij zijn gekomen om de vier horens die de bevolking van Juda zo volkomen hebben uiteengeslagen, vast te grijpen. Zij zullen hen stukslaan op het aambeeld en weggooien.’