New Living Translation

Haggai 1

A Call to Rebuild the Temple

1On August 29[a] of the second year of King Darius’s reign, the Lord gave a message through the prophet Haggai to Zerubbabel son of Shealtiel, governor of Judah, and to Jeshua[b] son of Jehozadak, the high priest.

“This is what the Lord of Heaven’s Armies says: The people are saying, ‘The time has not yet come to rebuild the house of the Lord.’”

Then the Lord sent this message through the prophet Haggai: “Why are you living in luxurious houses while my house lies in ruins? This is what the Lord of Heaven’s Armies says: Look at what’s happening to you! You have planted much but harvest little. You eat but are not satisfied. You drink but are still thirsty. You put on clothes but cannot keep warm. Your wages disappear as though you were putting them in pockets filled with holes!

“This is what the Lord of Heaven’s Armies says: Look at what’s happening to you! Now go up into the hills, bring down timber, and rebuild my house. Then I will take pleasure in it and be honored, says the Lord. You hoped for rich harvests, but they were poor. And when you brought your harvest home, I blew it away. Why? Because my house lies in ruins, says the Lord of Heaven’s Armies, while all of you are busy building your own fine houses. 10 It’s because of you that the heavens withhold the dew and the earth produces no crops. 11 I have called for a drought on your fields and hills—a drought to wither the grain and grapes and olive trees and all your other crops, a drought to starve you and your livestock and to ruin everything you have worked so hard to get.”

Obedience to God’s Call

12 Then Zerubbabel son of Shealtiel, and Jeshua son of Jehozadak, the high priest, and the whole remnant of God’s people began to obey the message from the Lord their God. When they heard the words of the prophet Haggai, whom the Lord their God had sent, the people feared the Lord. 13 Then Haggai, the Lord’s messenger, gave the people this message from the Lord: “I am with you, says the Lord!”

14 So the Lord sparked the enthusiasm of Zerubbabel son of Shealtiel, governor of Judah, and the enthusiasm of Jeshua son of Jehozadak, the high priest, and the enthusiasm of the whole remnant of God’s people. They began to work on the house of their God, the Lord of Heaven’s Armies, 15 on September 21[c] of the second year of King Darius’s reign.

Notas al pie

  1. 1:1a Hebrew On the first day of the sixth month, of the ancient Hebrew lunar calendar. A number of dates in Haggai can be cross-checked with dates in surviving Persian records and related accurately to our modern calendar. This event occurred on August 29, 520 B.c.
  2. 1:1b Hebrew Joshua, a variant spelling of Jeshua; also in 1:12, 14.
  3. 1:15 Hebrew on the twenty-fourth day of the sixth month, of the ancient Hebrew lunar calendar. This event occurred on September 21, 520 B.c.; also see note on 1:1a.

Het Boek

Haggaï 1

Oproep tot herbouw van de tempel

1Op de eerste dag van de zesde maand van het tweede regeringsjaar van koning Darius I, sprak de Here tot de profeet Haggai.

Haggai moest deze woorden doorgeven aan Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, de gouverneur van Juda, en aan hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak.

De Here van de hemelse legers vraagt u: ‘Waarom zegt dit volk dat het nog geen tijd is om mijn tempel te herbouwen?’ 3,4 En via de profeet Haggai stelde de Here dit volk dezelfde vraag: ‘Is het voor u dan wél tijd om in uw luxueuze huizen te wonen, terwijl mijn tempel in puin ligt? Welnu,’ zegt de Here van de hemelse legers, ‘kijk eens naar het resultaat: u zaait veel, maar oogst weinig. U eet en drinkt wel, maar u heeft nooit genoeg. U hebt wel kleren, maar onvoldoende om u warm te houden. Uw loon is in een mum van tijd verdwenen: het lijkt wel of er gaten in uw zakken zitten! Denk toch eens goed na,’ zegt de Here van de hemelse legers. ‘Ga na wat u hebt gedaan en wat het gevolg ervan is geweest. Trek dan de bergen in, haal hout en herbouw mijn tempel. Dan zal Ik werkelijk blij zijn en daar in macht en majesteit verschijnen,’ zegt de Here. ‘U rekende op veel, maar kreeg weinig. En toen u het binnenhaalde, blies Ik het weg. Niets bleef over. En waarom? Omdat mijn tempel in puin ligt terwijl u allemaal voor uw eigen huis loopt te draven! 10 Daarom houd Ik de regen tegen en geef u slechte oogsten. 11 Ja, Ik liet zelfs een grote droogte over het land en de bergen komen. Zo verdorden het graan, de druiven, de olijven en al uw andere gewassen. Onder de droogte hadden mens en dier te lijden en spande men zich tevergeefs in.’

12 Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, en hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak en de weinige mensen die nog in het land waren overgebleven, luisterden met diep ontzag naar Haggaiʼs boodschap van de Here, hun God. 13 Toen stuurde de Here opnieuw een boodschap aan zijn volk via zijn profeet Haggai en zei: ‘Ik ben met u, Ik zal u zegenen.’ 14 En de Here van de hemelse legers gaf Zerubbabel, Jozua en de weinige mensen die nog in het land waren, het verlangen in het hart om zijn tempel te herbouwen. 15 Zij begonnen het werk op de vierentwintigste dag van die zesde maand, in het tweede regeringsjaar van koning Darius.