Kiswahili Contemporary Version (Neno: Bibilia Takatifu)

Yuda 1:1-25

Salamu

11:1 Yn 14:22; Mdo 1:13; Rum 1:6, 7; Yn 17:12Yuda, mtumwa wa Yesu Kristo na nduguye Yakobo:

Kwa wale walioitwa, wapendwa katika Mungu Baba na kuhifadhiwa salama ndani ya Yesu Kristo:

21:2 Rum 1:7; 2Pet 1:2Rehema, amani na upendo viwe kwenu kwa wingi.

Dhambi Na Hukumu Ya Watu Wasiomcha Mungu

31:3 Tit 1:4; 1Tim 6:12Wapendwa, ingawa nilikuwa ninatamani sana kuwaandikia kuhusu wokovu ambao tunaushiriki sisi sote, niliona imenipasa kuwaandikia na kuwasihi kwamba mwitetee imani iliyokabidhiwa watakatifu kwa nafasi moja itoshayo. 41:4 Gal 2:4; 2Pet 2:1; 1Yn 2:22Kwa kuwa kuna watu waliojipenyeza kwa siri katikati yenu, watu walioandikiwa tangu zamani hukumu hii, waovu, wapotoshao neema ya Mungu wetu kuwa ufisadi wakimkana yeye aliye Bwana wetu wa pekee, Bwana Yesu Kristo.

Hukumu Kwa Walimu Wa Uongo

51:5 Kum 1:32; 1Kor 10:1-5Ingawa mmekwisha kujua haya yote, nataka niwakumbushe kuwa Bwana akiisha kuwaokoa watu wake kutoka nchi ya Misri, baadaye aliwaangamiza wale ambao hawakuamini. 61:6 2Pet 2:4, 9; Mwa 6:1; Yn 8:44; Ufu 20:10Nao malaika ambao hawakulinda nafasi zao, lakini wakayaacha makao yao, hawa amewaweka katika giza, wakiwa wamefungwa kwa minyororo ya milele kwa ajili ya hukumu Siku ile kuu. 71:7 Kum 29:23; Mt 25:41; Mwa 19:24; 2Pet 2:6, 10; Mt 10:15Vivyo hivyo, Sodoma na Gomora na pia ile miji iliyokuwa kandokando, ambayo kwa jinsi moja na hao, walijifurahisha kwa uasherati na kufuata tamaa za mwili zisizo za asili, waliwekwa wawe mfano kwa kuadhibiwa katika moto wa milele.

81:8 2Pet 2:10; Kut 22:28Vivyo hivyo, hawa waotao ndoto huutia mwili unajisi, hukataa kuwa chini ya mamlaka na kunena mabaya juu ya wenye mamlaka. 91:9 Dan 12:1; Ufu 12:7; Zek 3:2Lakini hata malaika mkuu Mikaeli alipokuwa anashindana na ibilisi juu ya mwili wa Mose, hakuthubutu kumlaumu, bali alimwambia, “Bwana na akukemee!” 101:10 2Pet 2:12Lakini watu hawa hunena mabaya dhidi ya mambo wasiyoyafahamu. Na katika mambo yale wanayoyafahamu kwa hisia kama wanyama wasio na akili, hayo ndiyo hasa yanayowaharibu.

111:11 Mwa 4:3-8; 2Pet 2:15; Hes 16:1-3; 31:35Ole wao! Kwa kuwa wanaifuata njia ya Kaini, wamekimbilia faida katika kosa la Balaamu na kuangamia katika uasi wa Kora.

121:12 2Pet 2:13; 1Kor 11:20-22; Mit 25:14; 2Pet 2:17; Efe 4:14; Mt 15:13Watu hawa ni dosari katika karamu zenu za upendo, wakila pamoja nanyi bila hofu, wakijilisha pasipo hofu. Wao ni mawingu yasiyokuwa na maji, yakichukuliwa na upepo, miti isiyo na matunda wakati wa mapukutiko, ambayo hunyauka, iliyokufa mara mbili na kungʼolewa kabisa. 131:13 Isa 57:20; Flp 3:19; 2Pet 2:17Wao ni mawimbi makali ya bahari, yakitoa povu la aibu yao wenyewe, ni nyota zipoteazo, ambao weusi wa giza ndio akiba waliowekewa milele.

141:14 Mwa 5:18; 21:24; Kum 33:2; Dan 7:10Enoki, mtu wa saba kuanzia Adamu alitoa unabii kuhusu watu hawa, akisema: “Tazama, Bwana anakuja pamoja na maelfu kwa maelfu ya watakatifu wake, 151:15 2Pet 2:6-9; 1Tim 1:9ili kumhukumu kila mmoja na kuwapatiliza wote wasiomcha Mungu kwa matendo yao yote ya uasi waliyoyatenda, pamoja na maneno yote ya kuchukiza ambayo wenye dhambi wamesema dhidi yake.” 161:16 2Pet 2:18; 2:10Watu hawa ni wenye kunungʼunika na wenye kutafuta makosa; wao hufuata tamaa zao mbaya, hujisifu kwa maneno makuu kuhusu wao wenyewe na kuwasifu mno watu wenye vyeo kwa ajili ya kujipatia faida.

Maonyo Na Mausia

171:17 2Pet 3:2; Efe 4:11; Ebr 2:3Lakini ninyi wapenzi, kumbukeni yale mitume wa Bwana Yesu Kristo waliyonena zamani. 181:18 1Tim 4:1; 2Pet 2:4Kwa kuwa waliwaambia, “Siku za mwisho kutakuwa na watu wenye kudhihaki, watakaofuata tamaa zao wenyewe za upotovu.” 191:19 1Kor 2:14, 15Hawa ndio watu wanaowagawa ninyi, wafuatao tamaa zao za asili, wala hawana Roho.

201:20 Kol 2:7; Efe 6:18Lakini ninyi wapendwa, jijengeni katika imani yenu iliyo takatifu sana tena ombeni katika Roho Mtakatifu. 211:21 Tit 2:13; 2Pet 3:12; Ebr 9:28; Mt 25:46Jilindeni katika upendo wa Mungu mkitazamia kwa furaha rehema ya Bwana wetu Yesu Kristo ili awalete katika uzima wa milele.

22Wahurumieni walio na mashaka; 231:23 Amo 4:11; Zek 3:2-5; Ufu 3:4wengine waokoeni kwa kuwanyakua kutoka kwenye moto; nao wengine wahurumieni mkiwa na hofu, mkichukia hata vazi lenye mawaa na kutiwa unajisi na mwili.

Dua Ya Kutakia Heri

241:24 Rum 16:25; 2Kor 4:14; Kol 1:22Kwake yeye awezaye kuwalinda ninyi msianguke na kuwaleta mbele za utukufu wake mkuu bila dosari na kwa furaha ipitayo kiasi: 251:25 Yn 5:44kwake yeye Mungu pekee Mwokozi wetu, kwa Yesu Kristo Bwana wetu, utukufu, ukuu, uweza na mamlaka ni vyake tangu milele, sasa na hata milele! Amen.

Het Boek

Judas 1:1-25

Waarschuwing tegen onbetrouwbare mensen

1Van: Judas, een dienaar van Jezus Christus en een broer van Jakobus. Aan: alle mensen die door God, de Vader, geroepen zijn. Hij houdt van u en zijn Zoon Jezus Christus bewaart u. 2Ik wens u meer en meer Gods genade, vrede en liefde toe.

3Vrienden, ik was al begonnen u te schrijven over de bevrijding die wij allemaal hebben ervaren, maar nu zie ik mij genoodzaakt eerst over iets anders te beginnen. Ik roep u op te strijden voor het geloof dat God gegeven heeft aan wie Hem toebehoren.

4Ik zeg dit omdat er onbetrouwbare mensen zijn binnengedrongen die beweren dat wij er maar op los kunnen leven. Volgens hen is Gods genade zo groot dat Hij alles door de vingers ziet. Het staat allang vast dat mensen die dit zeggen en toepassen, daarvoor veroordeeld zullen worden. Zij weigeren Jezus Christus als Leider en Heer van hun leven te erkennen. 5U weet het allemaal al, maar ik wil u er toch nog eens aan herinneren dat God zijn hele volk uit het land Egypte heeft bevrijd, maar de mensen die Hem niet vertrouwden, heeft Hij gedood. 6Hij heeft engelen die hun oorspronkelijke positie ontrouw werden en de hun toegewezen plaats verlieten, gevangengezet in de eeuwige duisternis, daar houdt Hij hen vast tot de grote dag van het oordeel. 7En denk eens aan Sodom en Gomorra en de steden daar in de buurt. Hun inwoners werden ook ontrouw en gingen zich aan allerlei onnatuurlijke praktijken te buiten. De steden en hun inwoners, die gestraft zijn met altijddurend vuur, liggen daar als een blijvende waarschuwing voor ons.

8Maar de mensen over wie ik net sprak, trekken zich daar niets van aan. Zij laten hun fantasie de vrije loop en doen schandalige dingen met hun lichaam. Zij aanvaarden geen enkel gezag en spotten met de hemelse machten.

9Wat een verschil met Michaël, een van de voornaamste engelen! Toen die met de duivel streed om het lichaam van Mozes, durfde hij de duivel niet te veroordelen of te beledigen. Hij zei alleen: ‘De Here zal je straffen.’ 10Maar deze mannen spotten met alles wat zij niet kennen. Zij doen precies waar ze zin in hebben, net als dieren die hun instinct volgen, en gaan daaraan dan ook te gronde. 11Het ziet er heel slecht voor hen uit. Zij volgen het voorbeeld van Kaïn, die zijn broer vermoordde. Zij zijn net als Bileam, die zich voor geld overgaf aan bedrog. Zij gaan Korach achterna, die tegen God in opstand kwam en dat met de dood moest bekopen.

12Deze mensen bederven de feestelijke maaltijden die u met elkaar houdt. Het is hun alleen om eten en drinken begonnen. Zij schamen zich nergens voor en denken alleen maar aan zichzelf. Zij zijn als wolken die over dorstig land drijven, zonder regen te geven. Zij lijken op vruchtbomen die zelfs in de oogsttijd geen vruchten geven en daarom omgehakt worden, al het leven is er uit. 13Zij zijn net als woeste golven op zee die schuimkoppen krijgen, zij laten zich zó door hun schandalige begeerten opzwepen dat er allerlei vuiligheid naar boven komt. Dwaalsterren zijn het, die hun einde zullen vinden in de eeuwige duisternis.

14Wat Henoch zei, die van de zevende generatie na Adam was, is ook op hen van toepassing: ‘Daar komt de Here met de tienduizenden die bij Hem horen, om over alle mensen recht te spreken. 15Hij zal alle onbetrouwbare mensen straffen voor hun verzet tegen God en voor de grote mond die zij tegen Hem hebben opgezet.’

16Zij doen niets dan mopperen en zeuren, zij willen alleen hun eigen zin doen. Praatjesmakers zijn het. En áls zij eens aardig zijn, doen zij het om er beter van te worden.

17Vergeet niet, vrienden, wat de apostelen van onze Here Jezus Christus vroeger hebben gezegd: 18‘Tegen het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich aan hun onreine verlangens overgeven.’ 19Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien, ze zijn alleen op het wereldse gericht en hebben de Geest van God niet. 20Maar, vrienden, u moet uw allerheiligst geloof sterker laten worden en u bij uw bidden laten leiden door de Heilige Geest. 21Houd vast aan de liefde van God en blijf de goedheid verwachten van onze Here Jezus Christus, die u het eeuwige leven schenkt. 22Leef mee met de mensen die twijfelen. 23Houd hen vast en red hen uit het vuur. Maar bij sommige mensen moet u voorzichtig zijn met uw medeleven, u zou mogelijk door hun zonden kunnen worden beïnvloed. Haat elk spoor van hun zonde.

24God kan ervoor zorgen dat u niet struikelt. Hij kan u zover brengen dat u zonder gebreken en vol blijdschap voor zijn schitterende troon komt te staan. 25Hij is de enige God, Hij redt ons door onze Here Jezus Christus. Hem komt alle heerlijkheid en majesteit toe, alle kracht en macht, vanaf het begin, nu en voor eeuwig. Amen.