New Amharic Standard Version

ዕንባቆም 2:1-20

1በመጠበቂያ ላይ እቆማለሁ፤

በምሽጒ ቅጥር ላይ ወጥቼ እቈያለሁ፤

ምን እንደሚለኝ፣

ለክርክሩም2፥1 ወይም በተገሠጽሁ ጊዜ የምሰጠውን ምላሽ የምሰጠውን መልስ ለማወቅ እጠባበቃለሁ።

የእግዚአብሔር መልስ

2እግዚአብሔርም እንዲህ ሲል መለሰ፤

“በቀላሉ እንዲነበብ፣

ራእዩን ጻፈው፤

በሰሌዳም ላይ ቅረጸው።

3ራእዩ የተወሰነለትን ጊዜ ይጠብቃልና፤

ስለ መጨረሻውም ይናገራል፤

እርሱም አይዋሽም፤

የሚዘገይ ቢመስልም ጠብቀው፤

በርግጥ ይመጣል2፥3 የሚመጣ ሰው እንዳለ የሚያመለክቱ አሉ።፤ ከቶም አይዘገይም።

4“እነሆ፤ እርሱ ታብዮአል፤

ምኞቱ ቀና አይደለም፤

ጻድቅ ግን በእምነት2፥4 በታማኝነቱ የሚሉ አሉ። ይኖራል።

5በእርግጥ የወይን ጠጅ አታሎታል፤

ትዕቢተኛ ነው፤ ከቶ አያርፍም፤

እንደ ሲኦል2፥5 መቃብር የሚሉ አሉ። ስስታም ነው፣

እንደ ሞት ከቶ አይጠግብም፤

ሕዝቦችን ለራሱ ይሰበስባል፤

ሰዎችንም ሁሉ ማርኮ ይወስዳል።

6“ታዲያ በእንደዚህ ዐይነቱ ሰው ላይ በማፌዝና በመዘበት እንዲህ እያሉ ሁሉም አይሣለቁበትምን?

“የተሰረቀውን ሸቀጥ ለራሱ ለሚያከማች፣

ራሱን በዐመፅ ባለጠጋ ለሚያደርግ ወዮለት!

ይህ የሚቀጥለውስ እስከ መቼ ነው?”

7ባለ ዕዳ2፥7 ወይም አበዳሪ ያደረግሃቸው ድንገት አይነሡብህምን?

ነቅተውስ አያስደነግጡህምን?

በእጃቸውም ትወድቃለህ።

8አንተ ብዙ ሕዝብ ስለ ዘረፍህ፣

የተረፉት ሕዝቦች ይዘርፉሃል፤

የሰው ደም አፍሰሃልና፤

አገሮችንና ከተሞችን፣ በውስጣቸው የሚኖሩትን ሁሉ አጥፍተሃል።

9“በተጭበረበረ ትርፍ መኖሪያውን ለሚገነባ፣

ከጠላት እጅ ለማምለጥ፣

ቤቱን በከፍታ ላይ ለሚሠራ ወዮለት!

10የብዙ ሰዎች ነፍስ እንዲጠፋ አሢረሃል፤

በገዛ ቤትህ ላይ ውርደትን፣ በራስህም ላይ ጥፋትን አምጥተሃል።

11ድንጋይ ከቅጥሩ ውስጥ ይጮኻል፤

ከዕንጨት የተሠሩ ተሸካሚዎችም ይመልሱለታል።

12“ከተማን ደም በማፍሰስ ለሚሠራ፣

በወንጀልም ለሚመሠርታት ወዮለት።

13ሰዎች ለእሳት ማገዶ እንዲሆን እንዲለፉ፣

ሕዝቦችም በከንቱ እንዲደክሙ፣

እግዚአብሔር ጸባኦት ወስኖ የለምን?

14ውሃ ባሕርን እንደሚሸፍን ሁሉ፣

ምድርም የእግዚአብሔርን ክብር በማወቅ ትሞላለችና።

15“ኀፍረተ ሥጋቸውን ለማየት፤

ባልንጀሮቹን ለሚያጠጣ፣

እስኪሰክሩም ድረስ ወይን ለሚቀዳላቸው ወዮለት!

16በክብር ፈንታ ዕፍረት ትሞላለህ፤

አሁን ደግሞ ተራው የአንተ ነውና፤ ጠጣ፤ ኀፍረተ ሥጋህም ይገለጥ፤

በእግዚአብሔር ቀኝ እጅ ያለው ጽዋ ይመለስብሃል፤

ክብርህንም ውርደት ይሸፍነዋል።

17በሊባኖስ ላይ የሠራኸው ግፍ ያጥለቀልቅሃል፤

እንስሳቱን ማጥፋትህም ያስደነግጥሃል፤

የሰው ደም አፍሰሃልና፤

አገሮችንና ከተሞችን በውስጣቸው የሚኖሩትንም ሁሉ አጥፍተሃልና።

18“የሰው እጅ የቀረጸው ጣዖት፣

ሐሰትንም የሚናገር ምስል ምን ፋይዳ አለው?

ሠሪው በገዛ እጁ ሥራ ይታመናልና፣

መናገር የማይችሉ ጣዖታትን ይሠራልና።

19ዕንጨቱን፣ ‘ንቃ!’

ሕይወት የሌለውንም ድንጋይ፣ ‘ተነሣ!’ ለሚል ወዮለት፤

በውኑ ማስተማር ይችላልን?

እነሆ፤ በወርቅና በብር ተለብጦአል፤

እስትንፋስም የለውም።

20እግዚአብሔር ግን በተቀደሰ መቅደሱ አለ፣

ምድር ሁሉ በፊቱ ጸጥ ትበል።

Het Boek

Habakuk 2:1-20

Gods antwoord aan Habakuk

1Ik zal mijn wachttoren beklimmen of op de wallen gaan staan. Want ik wil uitzien naar Gods antwoord op mijn klacht.

2Toen antwoordde de Here mij: ‘Schrijf het visioen op, schrijf mijn antwoord duidelijk op een stenen plaat, zodat iedereen het in het voorbijlopen kan lezen.

3Het duurt nog enige tijd voordat het visioen werkelijkheid wordt, maar eens zal zeker de dag aanbreken waarop het wordt verwezenlijkt. Misschien lijkt het langzaam te gaan, maar blijf er toch op wachten, want het komt beslist en zal geen moment te laat komen!

4Denk eraan: koppige mensen vertrouwen alleen zichzelf en gaan te gronde. Maar de mensen die rechtvaardig zijn, zullen door hun geloof echt leven.

5Trouwens, die Chaldeeën worden bedrogen, de wijn bedwelmt hen, want die is heel verraderlijk. In hun hebzucht hebben zij talrijke volken rondom zich verzameld, maar net als de dood en het dodenrijk hebben zij nooit genoeg. Zij zijn onverzadigbaar.

6De tijd nadert waarop al hun gevangenen hen zullen uitlachen en bespotten. “Wee hun die zich verrijken ten koste van anderen!” zullen zij zeggen. “Hoelang zal dit nog duren? Ja, wee hun die ons uitbuiten!”

7Plotseling zullen uw schuldeisers ontwaken en u zult zich geen raad weten van angst, zij zullen u helemaal leegplunderen.

8Vele volken hebt u geplunderd, nu zullen de rollen worden omgekeerd en bent u zelf het slachtoffer. Want u hebt gemoord en gewelddaden begaan tegen mensen in alle landen en steden.

9Wee hun die rijk worden ten koste van anderen en denken veilig te zijn.

10Doordat u vele volken hebt uitgemoord, hebt u uw eigen naam te schande gemaakt en uw leven verknoeid.

11Zelfs de stenen uit de muren van uw huizen roepen dit en de balken in het plafond beamen hun woorden.

12Wee hun die steden bouwen met geld dat is verkregen uit moord en roof!

13Heeft de Here van de hemelse legers niet bepaald dat de winst van de goddeloze volken in rook zal opgaan? Zij sloven zich uit, maar tevergeefs!

14Maar er zal een tijd komen waarop de aarde helemaal vol zal zijn met de kennis van de heerlijkheid van de Here, net zoals de zee boordevol water is.

15Wee hun die hun naasten te drinken geven en er gif bij mengen, die hen dronken voeren om hen naakt te kunnen zien!

16Binnenkort zal uw eer moeten plaatsmaken voor schande. Drink uit de beker met het oordeel van de Here. Drink en laat uw onbesnedenheid zien. Uw eer zal moeten wijken voor de grote schande die u zal treffen.

17Eens kapte u de bossen van de Libanon, maar nu wordt u zelf geveld. De wilde dieren die in uw vallen waren gevangen, joegen u angst aan, maar nu zal u zelf het angstzweet uitbreken omdat u overal hebt gemoord en geweld hebt gepleegd.

18Welk nut heeft het uw zelfgemaakte afgodsbeelden te aanbidden? Het is een leugen dat zij zouden kunnen helpen. Het is dwaas om te vertrouwen op wat u zelf hebt gemaakt.

19Wee hun die tegen een stuk hout zeggen: “Word wakker!” of tegen een stomme steen: “Opstaan!” Kunnen zulke afgodsbeelden spreken namens God? Zij zijn wel overtrokken met zilver en goud, maar er is volstrekt geen leven in!

20De Here woont echter in zijn heilige tempel. Laat de hele aarde voor Hem zwijgen.’