The Message

Psalm 37

A David Psalm

11-2 Don’t bother your head with braggarts
    or wish you could succeed like the wicked.
In no time they’ll shrivel like grass clippings
    and wilt like cut flowers in the sun.

3-4 Get insurance with God and do a good deed,
    settle down and stick to your last.
Keep company with God,
    get in on the best.

5-6 Open up before God, keep nothing back;
    he’ll do whatever needs to be done:
He’ll validate your life in the clear light of day
    and stamp you with approval at high noon.

Quiet down before God,
    be prayerful before him.
Don’t bother with those who climb the ladder,
    who elbow their way to the top.

8-9 Bridle your anger, trash your wrath,
    cool your pipes—it only makes things worse.
Before long the crooks will be bankrupt;
    God-investors will soon own the store.

10-11 Before you know it, the wicked will have had it;
    you’ll stare at his once famous place and—nothing!
Down-to-earth people will move in and take over,
    relishing a huge bonanza.

12-13 Bad guys have it in for the good guys,
    obsessed with doing them in.
But God isn’t losing any sleep; to him
    they’re a joke with no punch line.

14-15 Bullies brandish their swords,
    pull back on their bows with a flourish.
They’re out to beat up on the harmless,
    or mug that nice man out walking his dog.
A banana peel lands them flat on their faces—
    slapstick figures in a moral circus.

16-17 Less is more and more is less.
    One righteous will outclass fifty wicked,
For the wicked are moral weaklings
    but the righteous are God-strong.

18-19 God keeps track of the decent folk;
    what they do won’t soon be forgotten.
In hard times, they’ll hold their heads high;
    when the shelves are bare, they’ll be full.

20 God-despisers have had it;
    God’s enemies are finished—
Stripped bare like vineyards at harvest time,
    vanished like smoke in thin air.

21-22 Wicked borrows and never returns;
    Righteous gives and gives.
Generous gets it all in the end;
    Stingy is cut off at the pass.

23-24 Stalwart walks in step with God;
    his path blazed by God, he’s happy.
If he stumbles, he’s not down for long;
    God has a grip on his hand.

25-26 I once was young, now I’m a graybeard—
    not once have I seen an abandoned believer,
    or his kids out roaming the streets.
Every day he’s out giving and lending,
    his children making him proud.

27-28 Turn your back on evil,
    work for the good and don’t quit.
God loves this kind of thing,
    never turns away from his friends.

28-29 Live this way and you’ve got it made,
    but bad eggs will be tossed out.
The good get planted on good land
    and put down healthy roots.

30-31 Righteous chews on wisdom like a dog on a bone,
rolls virtue around on his tongue.
His heart pumps God’s Word like blood through his veins;
    his feet are as sure as a cat’s.

32-33 Wicked sets a watch for Righteous,
he’s out for the kill.
God, alert, is also on watch—
    Wicked won’t hurt a hair of his head.

34 Wait passionately for God,
don’t leave the path.
He’ll give you your place in the sun
    while you watch the wicked lose it.

35-36 I saw Wicked bloated like a toad,
croaking pretentious nonsense.
The next time I looked there was nothing—
    a punctured bladder, vapid and limp.

37-38 Keep your eye on the healthy soul,
scrutinize the straight life;
There’s a future
    in strenuous wholeness.
But the willful will soon be discarded;
    insolent souls are on a dead-end street.

39-40 The spacious, free life is from God,
it’s also protected and safe.
God-strengthened, we’re delivered from evil—
    when we run to him, he saves us.

Het Boek

Psalmen 37

1Een lied van David.

Erger u niet aan zondaars,
aan mensen die slechte dingen doen.
Zij verdwijnen net zo snel als het gras
en verwelken als eendagsbloemen.
Stel heel uw vertrouwen op de Here
en doe wat Hij goed vindt.
Woon rustig in uw woonplaats
en zorg dat u in alles trouw bent.
Verheug u in de Here,
dan zal Hij u geven wat u nodig hebt
en waar u naar verlangt.
Vertel alles wat u bezighoudt aan de Here
en vertrouw Hem.
Hij zal in alles voor u zorgen.
Hij zal u openlijk recht verschaffen
en uw oprechtheid aan het licht brengen.
Word stil voor de Here
en verwacht alles van Hem.
Wees niet jaloers op wie slechte plannen beraamt
en wie het ogenschijnlijk goed gaat.
Word niet boos
en laat elke vorm van kwaadheid schieten,
wees ook nooit jaloers,
want dat brengt u van kwaad tot erger.
Eenmaal worden alle zondaars vernietigd,
maar wie uitzien naar de Here,
zullen alles ontvangen wat zij nodig hebben.
10 Nog een klein poosje
en dan zal de zondaar zijn verdwenen,
dan zoekt u hem
en ziet u hem niet meer.
11 Maar wie nederig van hart is,
zal in het land mogen wonen
en genieten van een overvloedige vrede.
12 De goddeloze beraamt
slechte plannen tegen de gelovige,
hij kan hem niet verdragen.
13 Maar de Here lacht erom,
Hij weet dat zijn tijd is gekomen.
14 De zondaars grijpen naar de wapens
om arme mensen te doden
en de gelovigen te vernietigen.
15 Zij zullen echter door hun eigen geweld worden vernietigd
en hun wapens zullen kapot op de grond liggen.
16 Het is beter met een eerlijk hart
weinig te bezitten
dan veel rijkdom te hebben
en God niet te kennen.
17 Want de Here zal
de goddelozen machteloos maken
en oprechte mensen ondersteunen.
18 De Here zorgt voor zijn volgelingen
en er wacht hun een geweldige toekomst.
19 In moeilijke momenten
zal Hij hen niet in de steek laten.
Wanneer er hongersnood is,
zal Hij voor voedsel zorgen.
20 De goddeloze zal te gronde gaan.
De tegenstanders van de Here
zullen verdwijnen als bloemen op het veld,
in rook opgaan.
21 De goddeloze leent wel,
maar geeft nooit terug.
Maar de oprechte mens
bekommert zich om een ander
en geeft wat nodig is.
22 Het is werkelijk waar:
zij die door God gezegend zijn,
mogen in het land wonen en het bezitten.
Maar wie Hij vervloekt,
wordt vernietigd.
23 Als de Here instemt met iemands wijze van leven,
zal Hij hem bevestigen in alles wat hij doet.
24 Als zo iemand valt,
stort hij niet naar beneden,
omdat de Here zijn hand vasthoudt.
25 Gedurende mijn hele, lange leven
heb ik nog nooit een oprecht iemand gezien
die door de Here werd verlaten.
En ook diens kinderen ontbrak het aan niets.
26 Zo iemand bekommert zich om anderen
en geeft wat nodig is,
ook zijn kinderen helpen waar dat nodig is.
27 Houd u ver van het kwaad en doe wat goed is,
want dan zult u altijd in dit land kunnen wonen.
28 De Here heeft oprechtheid lief
en Hij zal zijn volgelingen nooit in de steek laten.
Hij zal hen altijd bewaren en beschermen.
Maar de goddelozen vernietigt Hij.
29 De oprechte mensen mogen het land in bezit nemen
en er altijd blijven wonen.
30 De oprechte mens spreekt wijze woorden
en alles wat hij zegt, is eerlijk.
31 In alles geldt voor hem de wet van God.
Hij raakt nooit uit zijn evenwicht.
32 De goddeloze zoekt naar een gelegenheid
om de oprechte mens te vermoorden.
33 De Here laat dat niet toe.
De Here zorgt ervoor dat hij,
als hij voor de rechter moet verschijnen,
niet wordt veroordeeld.
34 Zie onder alles uit naar de Here
en blijf op zijn weg.
Dan zal Hij u uitkiezen om het land in bezit te nemen
en er altijd te wonen,
en u zult de vernietiging van de goddelozen meemaken.
35 Ik zag eens een goddeloos mens.
Het leek heel wat
en hij breidde zich uit als een grote woekerplant,
36 maar opeens was hij weg.
Ik zocht nog naar hem,
maar kon hem niet vinden.
37 Kijk maar eens naar de gelovige
en let op de oprechte mens:
vredelievende mensen hebben de toekomst.
38 De zondaars worden echter allemaal vernietigd,
ook hun kinderen hebben geen toekomst.
39 Maar de redding van de oprechten komt van de Here,
Hij beschermt hen in moeilijke tijden.
40 De Here helpt hen ontkomen aan de goddelozen
en bevrijdt hen.
Dat komt doordat zij bij Hem schuilen.