The Message

Proverbs 1

Wise Sayings of Solomon

A Manual for Living

11-6 These are the wise sayings of Solomon,
    David’s son, Israel’s king—
Written down so we’ll know how to live well and right,
    to understand what life means and where it’s going;
A manual for living,
    for learning what’s right and just and fair;
To teach the inexperienced the ropes
    and give our young people a grasp on reality.
There’s something here also for seasoned men and women,
    still a thing or two for the experienced to learn—
Fresh wisdom to probe and penetrate,
    the rhymes and reasons of wise men and women.

Start with God

Start with God—the first step in learning is bowing down to God;
    only fools thumb their noses at such wisdom and learning.

8-19 Pay close attention, friend, to what your father tells you;
    never forget what you learned at your mother’s knee.
Wear their counsel like flowers in your hair,
    like rings on your fingers.
Dear friend, if bad companions tempt you,
    don’t go along with them.
If they say—“Let’s go out and raise some hell.
    Let’s beat up some old man, mug some old woman.
Let’s pick them clean
    and get them ready for their funerals.
We’ll load up on top-quality loot.
    We’ll haul it home by the truckload.
Join us for the time of your life!
    With us, it’s share and share alike!”—
Oh, friend, don’t give them a second look;
    don’t listen to them for a minute.
They’re racing to a very bad end,
    hurrying to ruin everything they lay hands on.
Nobody robs a bank
    with everyone watching,
Yet that’s what these people are doing—
    they’re doing themselves in.
When you grab all you can get, that’s what happens:
    the more you get, the less you are.

Lady Wisdom

20-21 Lady Wisdom goes out in the street and shouts.
    At the town center she makes her speech.
In the middle of the traffic she takes her stand.
    At the busiest corner she calls out:

22-24 “Simpletons! How long will you wallow in ignorance?
    Cynics! How long will you feed your cynicism?
Idiots! How long will you refuse to learn?
    About face! I can revise your life.
Look, I’m ready to pour out my spirit on you;
    I’m ready to tell you all I know.
As it is, I’ve called, but you’ve turned a deaf ear;
    I’ve reached out to you, but you’ve ignored me.

25-28 “Since you laugh at my counsel
    and make a joke of my advice,
How can I take you seriously?
    I’ll turn the tables and joke about your troubles!
What if the roof falls in,
    and your whole life goes to pieces?
What if catastrophe strikes and there’s nothing
    to show for your life but rubble and ashes?
You’ll need me then. You’ll call for me, but don’t expect
        an answer.
    No matter how hard you look, you won’t find me.

29-33 “Because you hated Knowledge
    and had nothing to do with the Fear-of-God,
Because you wouldn’t take my advice
    and brushed aside all my offers to train you,
Well, you’ve made your bed—now lie in it;
    you wanted your own way—now, how do you like it?
Don’t you see what happens, you simpletons, you idiots?
    Carelessness kills; complacency is murder.
First pay attention to me, and then relax.
    Now you can take it easy—you’re in good hands.”

Het Boek

Spreuken 1

1Dit zijn de spreuken van Salomo, zoon van David en koning van Israël.

Hij schreef deze spreuken om de mensen te leren hoe zij moesten leven. Hoe zij moesten handelen in allerlei omstandigheden. Want hij wilde dat zij verstandig zouden zijn en eerlijk en oprecht in hun hele levenswijze. ‘Ik wil de eenvoudige wijsheid geven,’ zei hij. ‘En ik wil de jonge mensen waarschuwen voor problemen die zij in hun leven zullen ontmoeten.’

Zo kan een wijze nog wijzer worden en merkt een verstandig mens dat er nog veel te leren valt, voordat hij deze spreuken goed begrijpt en weet wat er achter de woorden van een wijze schuilt.

Maar de basis van alle kennis is het eerbiedig ontzag voor de Here. Alleen dwazen schatten Gods lessen en wijsheid niet op hun waarde.

Mijn zoon, luister naar de wijze lessen van je vader. Zoek je houvast in wat je moeder je geleerd heeft.
Dat zal je in het leven verder helpen.
10 Mijn zoon, als zondaars proberen je over te halen, doe dan niet met hen mee.
11 Ook niet als zij zeggen: ‘Kom op, we nemen er een stel te pakken, wat maakt het uit als zij onschuldig zijn?
12 Wij maken hen af en jagen ze de dood in.
13 Zij hebben genoeg geld en spullen, dus wij kunnen een flinke slag slaan.
14 Reken maar dat jij je deel krijgt, want de buit is voor ons allemaal.’
15 Mijn zoon, trek niet met zulke mensen op. Blijf liever bij hen uit de buurt.
16 Zij hebben weinig goeds in de zin en gebruiken maar al te graag geweld.
17 Als een vogel het vangnet ziet, vliegt hij weg.
18 Maar deze mannen niet. Zij stellen hun leven in de waagschaal en vormen zo een bedreiging voor zichzelf.
19 Want wie zich zo probeert te verrijken, gaat aan die gewelddadige hebzucht ten onder.
20 De wijsheid is niet moeilijk te vinden en wordt als het ware van de daken geschreeuwd.
21 Zij is te horen in de drukte op de straten, op de plaatsen waar mensen samen zijn. Op de toegangswegen van de stad roept zij:
22 ‘Slechte mensen, hoelang blijft u nog prat gaan op uw slechtheid? En spotters, hoelang blijft u genieten van uw eigen sneren? Hoelang blijven dwazen de wijsheid negeren?
23 Laat mijn vermaning een les voor u zijn. Want ik zal u laten zien wat ik wil en wat ik denk. Als verfrissend water stromen mijn woorden u tegemoet.
24 Ik riep, maar u luisterde niet en niemand zag hoe ik mijn hand uitstak.
25 Mijn raad hebt u naast u neergelegd en mijn vermaning wees u van de hand.
26 Daarom zal ik lachen wanneer u valt en de spot met u drijven als u in het nauw zit.
27 Mijn spotgelach zal u in de oren klinken, wanneer uw leven snel en meedogenloos wordt verwoest en u niets anders overblijft dan angst en uitzichtloosheid.
28 Ja, dan zullen ze mij roepen, maar geen antwoord krijgen. Zij zullen hun best doen mij te vinden, maar zonder resultaat.
29 Zij wilden immers niets weten van kennis en inzicht, van eerbiedig ontzag voor de Here?
30 Zij legden mijn adviezen naast zich neer en wezen mijn vermaningen af.
31 Daarom moeten zij de gevolgen dragen en ondervinden wat zij zich op de hals hebben gehaald.
32 Want hun onwil wordt hun dood en hun voorspoed zal bedrieglijk blijken, ook die kan hun val niet voorkomen.
33 Maar wie wel naar mij luistert, hoeft zich nergens zorgen om te maken en hoeft niet bang te zijn voor het kwaad.’