The Message

Joel 1

Get in Touch with Reality—and Weep!

11-3 God’s Message to Joel son of Pethuel:

Attention, elder statesmen! Listen closely,
    everyone, whoever and wherever you are!
Have you ever heard of anything like this?
    Has anything like this ever happened before—ever?
Make sure you tell your children,
    and your children tell their children,
And their children their children.
    Don’t let this message die out.

What the chewing locust left,
    the gobbling locust ate;
What the gobbling locust left,
    the munching locust ate;
What the munching locust left,
    the chomping locust ate.

5-7 Sober up, you drunks!
    Get in touch with reality—and weep!
Your supply of booze is cut off.
    You’re on the wagon, like it or not.
My country’s being invaded
    by an army invincible, past numbering,
Teeth like those of a lion,
    fangs like those of a tiger.
It has ruined my vineyards,
    stripped my orchards,
And clear-cut the country.
    The landscape’s a moonscape.

8-10 Weep like a young virgin dressed in black,
    mourning the loss of her fiancé.
Without grain and grapes,
    worship has been brought to a standstill
    in the Sanctuary of God.
The priests are at a loss.
    God’s ministers don’t know what to do.
The fields are sterile.
    The very ground grieves.
The wheat fields are lifeless,
    vineyards dried up, olive oil gone.

11-12 Dirt farmers, despair!
    Grape growers, wring your hands!
Lament the loss of wheat and barley.
    All crops have failed.
Vineyards dried up,
    fig trees withered,
Pomegranates, date palms, and apple trees—
    deadwood everywhere!
And joy is dried up and withered
    in the hearts of the people.

Nothing’s Going On in the Place of Worship

13-14 And also you priests,
    put on your robes and join the outcry.
You who lead people in worship,
    lead them in lament.
Spend the night dressed in gunnysacks,
    you servants of my God.
Nothing’s going on in the place of worship,
    no offerings, no prayers—nothing.
Declare a holy fast, call a special meeting,
    get the leaders together,
Round up everyone in the country.
    Get them into God’s Sanctuary for serious prayer to God.

15-18 What a day! Doomsday!
    God’s Judgment Day has come.
The Strong God has arrived.
    This is serious business!
Food is just a memory at our tables,
    as are joy and singing from God’s Sanctuary.
The seeds in the field are dead,
    barns deserted,
Grain silos abandoned.
    Who needs them? The crops have failed!
The farm animals groan—oh, how they groan!
    The cattle mill around.
There’s nothing for them to eat.
    Not even the sheep find anything.

19-20 God! I pray, I cry out to you!
    The fields are burning up,
The country is a dust bowl,
    forest and prairie fires rage unchecked.
Wild animals, dying of thirst,
    look to you for a drink.
Springs and streams are dried up.
    The whole country is burning up.

Het Boek

Joël 1

Sprinkhanen over het land

1Joël, de zoon van Pethuël, ontving deze boodschap van de Here: Luister, leiders van mijn volk! Ja, laat iedereen luisteren! Hebt u ooit in uw leven of voor zover u zich uit de geschiedenis kunt herinneren, gehoord van wat Ik u nu ga vertellen? Vertel het in de toekomst aan uw kinderen. Geef dit vreselijke verhaal door van generatie op generatie.

Nadat de knaagsprinkhanen uw gewassen hebben opgegeten, zullen de gewone sprinkhanen komen om de rest kaal te vreten. En na hen zullen de roofsprinkhanen komen! En daarna ook nog de veldsprinkhanen!

Word wakker, dronkaards, want alle druiven zijn opgevreten en uw wijn is van u weggenomen. Een reusachtige zwerm sprinkhanen is neergestreken op het land. Het is een machtig, ontelbaar leger, met tanden zo scherp als die van een leeuw. Het heeft mijn wijnstok vernield en de schors van mijn vijgenboom afgestroopt. Alleen de stam en zijn naakte, witte ranken zijn nog over.

Huil bittere tranen en trek rouwkleren aan als een bruid bij de dood van haar bruidegom. Wég zijn alle graanoffers en sprenkeloffers die voor de tempel van de Here waren bestemd. De priesters komen om van de honger. Luister maar naar het hulpgeroep van deze dienaren van de Here. 10 De velden zijn verwoest. De aarde treurt, want al het koren is verdwenen, de jonge wijn opgedroogd en de voorraad olijfolie sterk geslonken. 11 Die het land bewerken, mogen zich inderdaad verslagen voelen. Want de tarwe en de gerst, ja, de hele oogst is verloren gegaan. De wijnbouwers mogen gerust hun tranen laten vloeien. 12 De wijnstokken zijn verdord, de vijgebomen stervend. De granaatappelbomen en palmen verdrogen en de appels verschrompelen aan de boom. Alle vreugde is met hen verdord.

13 Priesters, trek uw rouwkleding aan. Dienaren van mijn God, ga de hele nacht huilend voor het altaar op de grond liggen. Want er zijn geen graanoffers en geen sprenkeloffers meer voor u overgebleven. 14 Roep een heilige vastentijd uit. Houd een plechtige bijeenkomst. Verzamel de leiders en de hele bevolking in de tempel van de Here, uw God, en roep Hem aan.

15 Pas op, die vreselijke dag van de Here komt dichterbij. De Almachtige stuurt bijna zijn verwoesting. 16 Ons voedsel zal voor onze ogen verdwijnen. Alle vertoon van blijdschap en vreugde in de tempel van God zal tot het verleden behoren. 17 Het zaad ligt in de grond te verschrompelen, de voorraadschuren en graanopslagplaatsen zijn leeg en het koren op het veld is verdroogd. 18 Hoor het vee eens jammeren van de honger! Kudden runderen dwalen rond, maar vinden nergens een weide. Zelfs de schapen hebben zwaar te lijden. 19 Here, help ons! Door de verzengende hitte zijn alle weiden vergeeld en alle bomen verschroeid. 20 Zelfs de wilde dieren roepen tot U om hulp, want de beken liggen droog en alle weiden zijn verbrand.