The Message

Exodus 24

11-2 He said to Moses, “Climb the mountain to God, you and Aaron, Nadab, Abihu, and seventy of the elders of Israel. They will worship from a distance; only Moses will approach God. The rest are not to come close. And the people are not to climb the mountain at all.”

So Moses went to the people and told them everything God had said—all the rules and regulations. They all answered in unison: “Everything God said, we’ll do.”

4-6 Then Moses wrote it all down, everything God had said. He got up early the next morning and built an Altar at the foot of the mountain using twelve pillar-stones for the twelve tribes of Israel. Then he directed young Israelite men to offer Whole-Burnt-Offerings and sacrifice Peace-Offerings of bulls. Moses took half the blood and put it in bowls; the other half he threw against the Altar.

Then he took the Book of the Covenant and read it as the people listened. They said, “Everything God said, we’ll do. Yes, we’ll obey.”

Moses took the rest of the blood and threw it out over the people, saying, “This is the blood of the covenant which God has made with you out of all these words I have spoken.”

9-11 Then they climbed the mountain—Moses and Aaron, Nadab and Abihu, and seventy of the elders of Israel—and saw the God of Israel. He was standing on a pavement of something like sapphires—pure, clear sky-blue. He didn’t hurt these pillar-leaders of the Israelites: They saw God; and they ate and drank.

12-13 God said to Moses, “Climb higher up the mountain and wait there for me; I’ll give you tablets of stone, the teachings and commandments that I’ve written to instruct them.” So Moses got up, accompanied by Joshua his aide. And Moses climbed up the mountain of God.

14 He told the elders of Israel, “Wait for us here until we return to you. You have Aaron and Hur with you; if there are any problems, go to them.”

15-17 Then Moses climbed the mountain. The Cloud covered the mountain. The Glory of God settled over Mount Sinai. The Cloud covered it for six days. On the seventh day he called out of the Cloud to Moses. In the view of the Israelites below, the Glory of God looked like a raging fire at the top of the mountain.

18 Moses entered the middle of the Cloud and climbed the mountain. Moses was on the mountain forty days and forty nights.

Het Boek

Exodus 24

Veertig dagen en nachten op de berg

1De Here zei tegen Mozes: ‘Klim naar boven met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de leiders van Israël. Allen, behalve Mozes, moeten op een afstand neerknielen. Alleen Mozes mag naar Mij toe komen en onthoud goed dat het volk de berg absoluut niet mag betreden.’

Toen gaf Mozes alle regels en wetten die de Here hem had gegeven, aan het volk door. En het volk riep eenstemmig: ‘Aan alles wat de Here heeft gezegd, zullen wij gehoorzamen.’ Mozes schreef alle wetten van de Here op. Vroeg in de morgen bouwde hij een altaar onder aan de berg van de Here met twaalf grote gedenkstenen er omheen, voor elke stam van Israël een. Toen liet hij een aantal jongemannen brandoffers en stieren als vredeoffers aan de Here brengen. Daarna nam Mozes de helft van het bloed van de offers en deed het in schalen. De andere helft sprenkelde hij over het altaar. En hij las de mensen voor uit het boek dat de regels en wetten van het verbond met God bevatte. En het volk zei opnieuw: ‘Wij zullen ons aan al deze wetten houden.’ Toen nam Mozes een schaal met bloed, sprenkelde het over het volk en zei: ‘Dit bloed bevestigt het verbond dat de Here met u heeft gesloten door deze regels en wetten te geven.’

Toen klommen Mozes, Aäron, Nadab en Abihu en de zeventig leiders de berg op. 10 Zij zagen de God van Israël en het leek alsof Hij op een vloer van saffieren stond, helder als de hemel. 11 Hoewel de leiders God nu zagen, doodde Hij hen niet. Nadat zij God hadden gezien, aten en dronken zij gewoon. Er was niets met hen gebeurd.

12 De Here zei tegen Mozes: ‘Klim omhoog naar de plaats waar Ik ben, dan zal Ik u de wet en de geboden geven, die Ik op stenen plaquettes heb geschreven, zodat u het volk ermee kunt onderwijzen.’ 13 Mozes en Jozua stonden op en klommen verder omhoog naar de berg van God. 14 Tegen de leiders zei Mozes: ‘Blijf hier op ons wachten. Als er problemen zijn, kunnen jullie bij Aäron en Chur terecht.’ 15 Toen klom Mozes de berg op en verdween in de wolk die de top van de berg bedekte. 16 De heerlijkheid van de Here rustte zes dagen lang op de berg Sinaï en op de zevende dag riep God Mozes vanuit de wolk. 17 Het volk onder aan de berg was getuige van het indrukwekkende schouwspel, de heerlijkheid van de Here op de bergtop leek op een verterend vuur.

18 Mozes beklom de berg verder en verdween in de wolk. Daar bleef hij veertig dagen en nachten.