The Message

Deuteronomy 24

11-4 If a man marries a woman and then it happens that he no longer likes her because he has found something wrong with her, he may give her divorce papers, put them in her hand, and send her off. After she leaves, if she becomes another man’s wife and he also comes to hate her and this second husband also gives her divorce papers, puts them in her hand, and sends her off, or if he should die, then the first husband who divorced her can’t marry her again. She has made herself ritually unclean, and her remarriage would be an abomination in the Presence of God and defile the land with sin, this land that God, your God, is giving you as an inheritance.

When a man takes a new wife, he is not to go out with the army or be given any business or work duties. He gets one year off simply to be at home making his wife happy.

Don’t seize a handmill or an upper millstone as collateral for a loan. You’d be seizing someone’s very life.

If a man is caught kidnapping one of his kinsmen, someone of the People of Israel, to enslave or sell him, the kidnapper must die. Purge that evil from among you.

8-9 Warning! If a serious skin disease breaks out, follow exactly the rules set down by the Levitical priests. Follow them precisely as I commanded them. Don’t forget what God, your God, did to Miriam on your way out of Egypt.

10-13 When you make a loan of any kind to your neighbor, don’t enter his house to claim his pledge. Wait outside. Let the man to whom you made the pledge bring the pledge to you outside. And if he is destitute, don’t use his cloak as a bedroll; return it to him at nightfall so that he can sleep in his cloak and bless you. In the sight of God, your God, that will be viewed as a righteous act.

14-15 Don’t abuse a laborer who is destitute and needy, whether he is a fellow Israelite living in your land and in your city. Pay him at the end of each workday; he’s living from hand to mouth and needs it now. If you hold back his pay, he’ll protest to God and you’ll have sin on your books.

16 Parents shall not be put to death for their children, nor children for their parents. Each person shall be put to death for his own sin.

17-18 Make sure foreigners and orphans get their just rights. Don’t take the cloak of a widow as security for a loan. Don’t ever forget that you were once slaves in Egypt and God, your God, got you out of there. I command you: Do what I’m telling you.

19-22 When you harvest your grain and forget a sheaf back in the field, don’t go back and get it; leave it for the foreigner, the orphan, and the widow so that God, your God, will bless you in all your work. When you shake the olives off your trees, don’t go back over the branches and strip them bare—what’s left is for the foreigner, the orphan, and the widow. And when you cut the grapes in your vineyard, don’t take every last grape—leave a few for the foreigner, the orphan, and the widow. Don’t ever forget that you were a slave in Egypt. I command you: Do what I’m telling you.

Het Boek

Deuteronomium 24

1‘Als een vrouw haar man totaal niet bevalt en er is volgens hem iets schandelijks op haar aan te merken, mag hij een brief schrijven waarin hij verklaart dat hij van haar scheidt, hij geeft haar die brief en mag haar dan wegsturen. Als zij vervolgens hertrouwt en haar tweede man ook van haar scheidt of sterft, mag haar eerste man niet opnieuw met haar trouwen, want zij is onrein geworden, dit is afschuwelijk in Gods ogen en het zou schuld brengen over het land dat de Here, uw God, u geeft.

Een pasgetrouwd man mag niet meteen in het leger dienstdoen, noch met speciale verantwoordelijkheden worden belast, een jaar lang moet hij rustig thuis kunnen blijven, gelukkig met zijn vrouw.

Het is verboden een handmolen of een bovenste molensteen als onderpand te nemen, want het is een stuk gereedschap waarmee de eigenaar in zijn levensonderhoud moet voorzien.

Als iemand een broeder, een Israëliet, ontvoert en hem als een slaaf behandelt of verkoopt, moet de ontvoerder sterven om zo het kwaad uit uw midden weg te doen.

Zorg ervoor dat u de aanwijzingen van de priester bij een geval van melaatsheid opvolgt, want ik heb hem richtlijnen gegeven die u tot op de letter moet gehoorzamen: denk aan wat de Here, uw God, met Mirjam deed toen u uit Egypte kwam.

10 Als u een vordering op iemand hebt, mag u zijn huis niet zomaar binnengaan om een onderpand te halen. 11 U moet buiten blijven staan. Hij zal wel naar buiten komen met wat hij u schuldig is. 12 Als de man arm is en u zijn mantel als onderpand geeft, slaap er dan niet in. 13 Breng de mantel bij zonsondergang terug, zodat hij erin kan slapen en hij zal u daarvoor zegenen. De Here, uw God, zal dat als een daad van rechtvaardigheid beschouwen. 14,15 Behandel een arme, gehuurde werkkracht niet hard, of het nu een Israëliet is of een buitenlander die bij u woont. Betaal hem elke dag voor zonsondergang zijn loon, want hij is arm en heeft het geld meteen nodig. Als u dat niet doet, klaagt hij u aan bij de Here en Hij zal dat als zonde beschouwen.

16 Vaders mogen niet ter dood worden gebracht voor de zonden van hun zonen en zonen niet voor de zonden van hun vaders, iedere schuldige zal voor zijn eigen zonde ter dood worden gebracht. 17 U moet rechtvaardig zijn tegenover vreemdelingen en wezen. U mag nooit de mantel van een weduwe accepteren als onderpand voor haar schuld. 18 Onthoud altijd dat u slaven was in Egypte en dat de Here, uw God, u redde, daarom heb ik u dit gebod gegeven.

19 Als u in de oogsttijd een schoof van het veld vergeet te halen, ga dan niet terug om hem te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, wezen en weduwen, dan zal de Here, uw God, u zegenen en voorspoed geven bij alles wat u doet. 20 Als u de olijven van uw olijfbomen slaat, zoek de takken dan niet nog een keer na, laat het overblijfsel hangen voor de vreemdelingen, wezen en weduwen. 21 Hetzelfde geldt voor de druiven in uw wijngaard, zoek na het plukken de planten niet nog eens na, maar laat het overblijfsel achter voor hen die het nodig hebben. 22 Onthoud dat u slaven was in het land Egypte, daarom geef ik u dit gebod.’