The Message

1 Timothy 5

The Family of Faith

11-2 Don’t be harsh or impatient with an older man. Talk to him as you would your own father, and to the younger men as your brothers. Reverently honor an older woman as you would your mother, and the younger women as sisters.

3-8 Take care of widows who are destitute. If a widow has family members to take care of her, let them learn that religion begins at their own doorstep and that they should pay back with gratitude some of what they have received. This pleases God immensely. You can tell a legitimate widow by the way she has put all her hope in God, praying to him constantly for the needs of others as well as her own. But a widow who exploits people’s emotions and pocketbooks—well, there’s nothing to her. Tell these things to the people so that they will do the right thing in their extended family. Anyone who neglects to care for family members in need repudiates the faith. That’s worse than refusing to believe in the first place.

9-10 Sign some widows up for the special ministry of offering assistance. They will in turn receive support from the church. They must be over sixty, married only once, and have a reputation for helping out with children, strangers, tired Christians, the hurt and troubled.

11-15 Don’t put young widows on this list. No sooner will they get on than they’ll want to get off, obsessed with wanting to get a husband rather than serving Christ in this way. By breaking their word, they’re liable to go from bad to worse, frittering away their days on empty talk, gossip, and trivialities. No, I’d rather the young widows go ahead and get married in the first place, have children, manage their homes, and not give critics any foothold for finding fault. Some of them have already left and gone after Satan.

16 Any Christian woman who has widows in her family is responsible for them. They shouldn’t be dumped on the church. The church has its hands full already with widows who need help.

17-18 Give a bonus to leaders who do a good job, especially the ones who work hard at preaching and teaching. Scripture tells us, “Don’t muzzle a working ox” and “A worker deserves his pay.”

19 Don’t listen to a complaint against a leader that isn’t backed up by two or three responsible witnesses.

20 If anyone falls into sin, call that person on the carpet. Those who are inclined that way will know right off they can’t get by with it.

21-23 God and Jesus and angels all back me up in these instructions. Carry them out without favoritism, without taking sides. Don’t appoint people to church leadership positions too hastily. If a person is involved in some serious sins, you don’t want to become an unwitting accomplice. In any event, keep a close check on yourself. And don’t worry too much about what the critics will say. Go ahead and drink a little wine, for instance; it’s good for your digestion, good medicine for what ails you.

24-25 The sins of some people are blatant and march them right into court. The sins of others don’t show up until much later. The same with good deeds. Some you see right off, but none are hidden forever.

Het Boek

1 Timotheüs 5

Het omgaan met verschillende mensen binnen de gemeente

1Ga niet tekeer tegen een man die ouder is dan jezelf. Als je hem moet terechtwijzen, spreek hem dan toe alsof hij je eigen vader was. Spreek met een jonge man alsof hij je broer is. Behandel een oudere vrouw als je eigen moeder en een jongere vrouw als je eigen zuster, zonder onzuivere gedachten en gevoelens.

Zorg voor de weduwen, als zij tenminste niemand anders hebben die voor hen zorgt. Als een weduwe echter kinderen of kleinkinderen heeft, moeten die voor haar zorgen. Zij moeten allereerst aan hun eigen familieleden tonen wat het betekent om met God te leven. Dit zal zichtbaar worden in hun zorg voor ouders en grootouders. Dat is Gods wil en een vreugde voor Hem. Een echte weduwe, die in deze wereld niemand meer heeft, vertrouwt op God en zal dag en nacht zijn hulp zoeken en tot Hem bidden. Maar een weduwe die er maar op los leeft, is levend dood. Dit moet je de christenen voorschrijven, Timotheüs, zodat er niets op hun levenswijze aan te merken zal zijn. Wie niet voor zijn eigen familieleden wil zorgen, als die hulp nodig hebben, in het bijzonder als ze tot zijn eigen gezin horen, mag zich geen christen noemen. Zo iemand is slechter dan een ongelovige.

Als weduwe mogen alleen vrouwen worden ingeschreven die tenminste zestig jaar zijn en die trouw zijn geweest aan haar man. 10 Zij moet bij iedereen goed bekend staan door alles wat zij heeft gedaan. Heeft zij haar kinderen goed grootgebracht? Heeft zij zowel vreemdelingen als christenen gastvrij ontvangen? Heeft zij zieken en gewonden geholpen? Staat zij altijd klaar om te helpen? 11 De jongere weduwen mogen geen deel uitmaken van deze bepaalde groep, want als hun verlangen naar een man na een tijdje sterker wordt dan hun toewijding aan Christus, zullen zij weer willen trouwen. 12 Dan zal er een oordeel over hen komen, omdat zij zich niet houden aan de belofte die zij Christus hadden gedaan. 13 Bovendien zullen zij zich snel vervelen en met roddelpraatjes van het ene huis naar het andere gaan en zich met andermans zaken bemoeien. 14 Daarom vind ik het nodig dat de jongere weduwen opnieuw trouwen, kinderen krijgen en voor hun eigen gezin zorgdragen, dan zal de vijand niets op hen hebben aan te merken. 15 Enkelen van hen hebben zich al van de gemeente afgekeerd en zijn Satan gevolgd. 16 Laat ik je er nog eens op wijzen dat een weduwe door haar familie ondersteund moet worden en niet op kosten van de gemeente mag gaan leven. Dan kan de gemeente zorgen voor weduwen die echt alleen zijn en van niemand hulp kunnen verwachten.

17 Oudsten die hun werk goed doen, moeten dubbel beloond worden en dat geldt in het bijzonder voor de oudsten die hun tijd besteden aan het prediken en het onderwijzen. 18 Want er staat in de Boeken: ‘U mag een os tijdens het dorsen geen muilband aanleggen,’ ofwel: laat hem tijdens het werk eten zoveel hij wil. En ergens anders staat: ‘Een arbeider is zijn loon waard.’ 19 Luister niet naar klachten over een oudste, tenzij er twee of drie getuigen zijn die hem aanklagen.

20 Als iemand kwaad heeft gedaan, moet hij in aanwezigheid van de hele gemeente worden terechtgewezen, opdat niemand anders zijn slechte voorbeeld zal volgen.

21 In tegenwoordigheid van God, de Here Jezus Christus en de heilige engelen draag ik je op dit bevel uit te voeren, onbevooroordeeld en zonder aanzien des persoons. 22 Leg nooit iemand te snel de handen op en hou je ver van de zonden van anderen. Zorg ervoor dat je zelf altijd zuiver blijft.

23 Je moet trouwens niet alleen water drinken, maar ook af en toe wat wijn. Dat is goed voor je maag, omdat je zo vaak ziek bent.

24 Sommige mensen leiden zo openlijk een zondig leven dat het voor iedereen duidelijk is. Daardoor vallen zij onder het oordeel. Maar bij anderen zal de vreselijke waarheid pas op de dag van het grote oordeel aan het licht komen.

25 Zo is het ook met de goede werken: sommige zijn direct bekend, maar andere worden pas later zichtbaar.