Korean Living Bible

시편 88

낙담 가운데서 부르짖는 기도

(고라 자손, 곧 에스라 사람 헤만의 교훈시. 성가대 지휘자를 따라 ‘질병의 고통’ 이란 곡조에 맞춰 부른 노래)

1여호와여,
내 구원의 하나님이시여,
내가 밤낮 주 앞에서 부르짖습니다.
나의 기도를 들으시고
내가 부르짖는 소리에
귀를 기울이소서.
내 영혼이 너무 많은 고통에 시달려
내가 거의 죽게 되었습니다.
나는 곧 무덤에 들어갈
사람과 같이 되어
힘이 하나도 없습니다.
내가 죽은 자처럼 버려져
주의 기억에서 완전히 사라지고
주의 보호의 손길에서 끊어진 채
무덤에 누워 있는
살해당한 사람처럼 되었습니다.

주는 나를 가장 깊은 웅덩이와
흑암 가운데 던져 넣으시고
주의 분노로
나를 무겁게 내리누르시며
주의 모든 파도로
나를 괴롭게 하셨습니다.
주는 내 친구들까지
나를 버리게 하셨으며
내가 그들에게
보기 싫은 놈이 되게 하셨으므로
내가 갇혀서
헤어날 수 없게 되었으며
내 눈마저
슬픔으로 쇠약해졌습니다.
여호와여, 내가 매일
주께 부르짖으며
주를 향해 손을 들고 기도합니다.

10 주께서 죽은 자에게
기적을 보이시겠습니까?
죽은 자가 일어나서
주를 찬양할 수 있겠습니까?
11 주의 사랑이 무덤에서,
주의 성실하심이
파멸 가운데서 선포되겠습니까?
12 흑암 가운데서 주의 기적이,
잊혀진 땅에서
주의 의가 알려지겠습니까?

13 여호와여, 내가 주께 부르짖고
아침마다 주께 기도합니다.
14 어째서 나를 버리시며
어째서 주의 얼굴을
나에게 숨기십니까?
15 내가 어릴 때부터 어려움을 당하여
거의 죽게 되었으며
주께서 두렵게 하시므로
내가 당황하고 있습니다.
16 주의 무서운 분노가 나를 덮치고
주의 두려움이
나를 파멸시켰습니다.
17 하루 종일 이런 일이
홍수처럼 사방에서 밀어닥쳐
나를 완전히 삼켜 버렸습니다.
18 주는 나의
사랑하는 자들과 친구들이
나를 버리게 하셨으므로
[a]흑암이 나의 유일한
친구가 되었습니다.

Notas al pie

  1. 88:18 또는 ‘나의 아는 자를 흑암에 두셨나이다’

Het Boek

Psalmen 88

1Een psalm van de Korachieten voor de koordirigent. Te zingen bij ziekte en droefheid. Het leerzame gedicht werd gemaakt door de Ezrahiet Heman.

Here,
U bent de God die mij redt.
Dag en nacht roep ik U aan
en kom ik tot U.
Laat mijn gebed U toch bereiken,
luister toch naar mij!
Nog meer ziekten en tegenslagen kan ik niet verdragen.
Ik heb het gevoel dat ik ga sterven.
Men beschouwt mij als iemand die de dood nabij is,
alle kracht is uit mij geweken.
Eigenlijk hoor ik al bij de gestorvenen,
de mensen aan wie U niet meer denkt
en die door U zijn vergeten.
U hebt mij door de diepste diepte
en door de donkerste duisternis gevoerd.
U hebt Zich tegen mij gekeerd
en ik kan dat niet verdragen.
Ik heb het gevoel
alsof U mij tegen de grond hebt geslagen.
U hebt ervoor gezorgd dat mijn kennissen
mij niet meer willen zien en van mij gruwen.
Ik zie geen uitweg meer.
10 Ik weet niet meer waar ik het zoeken moet.
Dag in, dag uit bid ik tot U, Here.
Mijn handen strek ik naar U uit.
11 Kunt U wonderen onder de doden doen?
Kunnen de geesten van de gestorvenen U prijzen?
12 Spreekt men in het graf over uw liefde en goedheid?
Blijkt uw trouw waar lichamen vergaan?
13 Kan uw grote macht dan in de duisternis
worden bekendgemaakt?
Blijkt uw rechtvaardigheid dan daar
waar alles en iedereen wordt vergeten?
14 Toch roep ik naar U, Here.
Ik leg alles ʼs morgens voor U neer.
15 Here, waarom verwerpt U mij?
Waarom wilt U mij niet zien?
16 Van jongs af aan heb ik het moeilijk
en ben ik vaak ernstig ziek.
Het is aan mij te zien hoe U mij beproeft,
ik weet mij geen raad meer.
17 Uw toorn gaat als vuur over mij heen
en ik word vernietigd door wat U mij aandoet.
18 Ik kan er niet aan ontkomen,
alles komt op mij af.
19 U hebt ervoor gezorgd dat vrienden en kennissen
mij niet meer willen kennen,
ik hoor van niemand meer iets.