Korean Living Bible

시편 7

구원에 대한 소망의 기도

(베냐민 사람 구시에 관하여 여호와께 불러 드린 다윗의 노래)

1여호와 나의 하나님이시여,
내가 주를 의지합니다.
나를 쫓는 모든 자에게서
나를 구해 주소서.
그렇지 않으면
그들이 사자같이 달려들어
갈기갈기 찢어도
나를 구해 줄 자 없을 것입니다.
여호와 나의 하나님이시여,
내가 만일 누구를 해쳤거나
나와 화목하게 지내는 자에게
악을 행하였거나
이유 없이
내 원수를 약탈하였다면
내 원수가 나를 붙잡아
땅바닥에 짓밟아 죽이고
내 영광이 흙 속에 묻히게 하소서.

여호와여,
분개한 마음으로 일어나소서.
미쳐 날뛰는
나의 대적들을 막아 주시고
나를 위해 심판을 내려 주소서.
모든 민족들을 주 앞에 모으시고
위에서 그들을 다스리소서.
주는 모든 인류의
심판자이십니다.
여호와여,
나의 의로움과 성실함에 따라
나를 심판하소서.
의로우신 하나님이시여,
사람의 마음을
깊이 살피시는 주여,
악인들의 악을 끊고
의로운 자를 안전하게 하소서.

10 나의 방패는 하나님이시다.
그는 마음이 정직한 자를
구원하신다.
11 하나님은
의로우신 재판장이시므로
악인들에게 매일 분노하신다.
12 사람이 회개하지 않으면
하나님이 칼을 가실 것이다.
그가 활을 당겨
이미 쏠 준비를 하셨다.
13 그는 죽이는 무기를 갖추시고
불붙는 화살로 겨냥하고 계신다.

14 악인이 악을 품고 못된 것을 임신하여 거짓을 낳았구나.
15 그는 자기가 판 함정에 자기가 빠지고 말았다.
16 악인은 남을 해하려다가 자기가 손해를 보고 자기 폭력에 자기가 다칠 것이다.

17 내가 여호와의 의로우심에 대하여 감사하리라. 가장 높으신 여호와의 이름을 찬양하리라.

Het Boek

Psalmen 7

1Een klaaglied van David, dat hij voor de Here zong als reactie op de woorden van Kus (uit de stam Benjamin).

Bij U zoek ik bescherming, Here, mijn God!
U kunt mij redden
uit de handen van hen die mij opjagen.
Laten zij mij niet bespringen,
zoals een leeuw zou doen,
en mij verscheuren en wegslepen
zonder dat iemand mij redt.
Het zou iets anders zijn, Here,
als ik zelf slechte dingen deed,
als ik goed met kwaad vergold
of iemand die mij vertrouwde, oneerlijk behandelde.
Dan zou het terecht zijn
als mijn vijanden mij wilden vernietigen,
mij op de grond smeten
en mijn leven vertrapten in het stof.
Maar zo is het niet, Here!
Stel uw toorn tegenover
de woede van mijn vijanden.
Kom erbij, Here,
en eis het recht voor mij op!
Laat alle mensen voor U aantreden,
verhef U boven hen en spreek recht.
Laat het recht openlijk over mij zegevieren!
Geef mij eerherstel ten overstaan van allen,
want ik ben onschuldig.
10 Zorg toch dat er een einde komt
aan al die slechtheid, Here.
Zegen allen die U oprecht liefhebben.
U, de rechtvaardige God, bent de Enige
die alles doorziet in elk mensenhart.
U beoordeelt motieven en gedachten.
11 God is mijn schild en mijn verdediging.
Hij redt wie eerlijk en oprecht is.
12 God is een rechter
die altijd eerlijk vonnist.
Dag in, dag uit wordt zijn toorn opgewekt
door slechte mensen.
13 Hij zal zijn zwaard scherpen en hen verslaan,
tenzij zij zich bekeren.
Hij spant zijn boog en legt aan.
14 Er liggen dodelijke pijlen op,
die uit vuur bestaan.
15 De zondaar beraamt een slecht plan,
werkt het uit tot in alle duistere details
en zo ontstaan leugen en bedrog.
16 Hij valt zelf in de kuil
die hij voor een ander groef.
17 Het geweld dat hij tegen anderen beraamde,
zal als een boemerang op hem terugslaan,
zijn boosheid komt op zijn eigen hoofd neer.
18 Ik prijs de Here en ben vol dankbaarheid
omdat Hij goed en rechtvaardig is.
Ik zal de naam van de Here lofprijzen.
Hij is Here, de Allerhoogste.