Korean Living Bible

시편 56

하나님을 신뢰하는 기도

(다윗이 가드에서 블레셋 사람들에게 잡혔을 때 지은 시. 성가대 지휘자를 따라 ‘멀리 상수리나무에 앉은 비둘기’ 란 곡조에 맞춰 부른 노래)

1하나님이시여,
나를 불쌍히 여기소서.
사람들이 나를 짓밟고
하루 종일 몰아붙이고 있습니다.
내 원수들이 종일
나를 추격합니다.
교만하게 나를 대적하는 자
많습니다.

내가 두려울 때
주를 신뢰하겠습니다.
내가 하나님을 신뢰하고
주의 말씀을 찬양합니다.
내가 하나님을 신뢰하므로
두려워하지 않겠습니다.
사람에 불과한 자가
나를 어떻게 하겠습니까?

내 원수들이 하루 종일
내 말을 곡해하며
항상 나를 해할 음모를
꾸미고 있습니다.
그들이 공모하고 숨어서
내 거동을 일일이 살피며
나를 죽일 기회만 엿보고 있습니다.
하나님이시여,
그들이 결코 피하지 못하게 하시고
주의 분노로 그들을 벌하소서.
주는 나의 슬픔을 아십니다.
내 눈물을 주의 병에 담으소서.
내 눈물이
주의 책에 기록되지 않았습니까?
내가 소리쳐 주를 부를 때
내 원수들이 물러갈 것이므로
내가 이것으로 하나님이
내 편에 계시는 것을 알 것입니다.
10 내가 하나님을 신뢰하고
주의 말씀을 찬양합니다.
내가 여호와를 신뢰하고
주의 말씀을 찬양합니다.
11 내가 하나님을 신뢰하고
두려워하지 않을 것입니다.
사람이 나를 어찌하겠습니까?
12 하나님이시여,
내가 주께 약속한 것이 있으니
감사제를 주께 드리겠습니다.
13 주께서는
나를 죽음에서 건져 주시고
넘어지지 않게 하셨으며
나를 [a]주 앞에서 생명의 빛 가운데
다니도록 하셨습니다.

Notas al pie

  1. 56:13 또는 ‘하나님’

Het Boek

Psalmen 56

1Een waardevol lied van David voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van: ‘De duif op verre eilanden.’ Dit lied schreef hij nadat de Filistijnen hem bij Gath gevangennamen.

Wees mij nabij, o God,
en geef mij uw genade,
want de mensen trappen mij tegen de grond.
De hele dag brengen mijn tegenstanders
mij in het nauw.
Mijn vijanden tergen mij de hele dag.
Tallozen staan nu boven mij
en strijden tegen mij.
Juist als alles mij angst aanjaagt,
stel ik op U mijn vertrouwen.
Op U, mijn God.
Ik prijs uw woord.
Ik vertrouw op God en ken geen angst,
wat zouden mensen mij kunnen aandoen?
Zij verdraaien voortdurend mijn woorden,
zij beramen kwade plannen tegen mij.
Zij willen mij overvallen en bespioneren mij.
Zij letten op elke stap die ik zet
in de hoop mij te kunnen doden.
Zouden zij die zoveel slechts en zoveel zonden doen,
kunnen ontkomen? O God, vernietig hen.
U neemt mijn zwerftochten waar
en kent elke traan die ik stort.
Alles staat immers in uw boek?
10 Als ik U te hulp roep,
zullen mijn vijanden terugdeinzen.
Ik weet zeker dat God mij zal helpen.
11 Ik loof en prijs het woord van God.
Ik loof en prijs het woord van de Here.
12 Ik vertrouw op God en ken geen angst.
Wat zou een mens mij kunnen aandoen?
13 Ik heb U geloften gedaan, o God.
Ik zal ze nakomen met offers
waarmee ik U zal loven en prijzen.
14 Want U hebt mij bevrijd van de dood,
mij het leven teruggegeven.
U hebt mij weer in ere hersteld.
Nu mag ik weer leven voor Gods aangezicht
in zijn licht, dat leven geeft.