Korean Living Bible

시편 31

하나님을 의지하는 기도

(다윗의 시. 성가대 지휘자를 따라 부른 노래)

1여호와여,
내가 주를 신뢰합니다.
내가 패배의 수치를
당하지 않게 하소서.
주는 의로운 하나님이십니다.
나를 건져 주소서.
나에게 귀를 기울여
나의 부르짖음을 들으시고
속히 나를 구해 주소서.
내가 피할 바위가 되시고
나를 구할 요새가 되소서.
주는 나의 반석이시며
요새이십니다.
주의 이름을 위해
나를 인도하시고 지도하소서.
내 원수들이 나를 잡으려고
쳐 둔 그물에서
나를 안전하게 지키소서.
주는 나의 피난처이십니다.
내가 주의 손에
나의 영을 맡깁니다.
진리의 하나님이신 여호와여,
나를 구원하소서.
내가 거짓된 신들을
숭배하는 자들을 미워하고
여호와를 신뢰합니다.
내가 주의 사랑 가운데서
기뻐하고 즐거워하는 것은
주께서 나의 고통을 보셨고
내 영혼의 고민을
아셨기 때문입니다.
주께서는 나를
내 원수들의 손에 넘기지 않고
[a]나에게 자유로운
환경을 주셨습니다.

여호와여,
내가 고통을 당하고 있습니다.
나를 불쌍히 여기소서.
내가 근심으로 시력이 약해지고
내 몸과 영혼이 쇠약해졌습니다.
10 내가 슬픔과 탄식으로
나날을 보내다가 지쳤으며
이 모든 [b]고통 때문에
내가 기력을 잃었으며
내 뼈마저 쇠약해 가고 있습니다.
11 내가 나의 모든 대적들과
심지어 이웃 사람들에게까지
모욕을 당하고 있으니
나를 아는 자들이 나를 무서워하고
길에서 나를 보면
피하고 있습니다.
12 나는 죽은 사람처럼
모든 사람들의
기억에서 사라졌으며
깨어진 질그릇같이 되었습니다.
13 많은 사람들이 나를 비방하는
소리를 들을 때
내가 무서움에 싸이는 것은
그들이 함께 모여
나를 죽일 음모를
꾸미고 있기 때문입니다.
14 그러나 여호와여,
내가 주를 신뢰하고
“주는 나의 하나님이라” 고
말합니다.
15 [c]내 일생은
주의 손에 달려 있습니다.
내 원수들과
나를 추격하는 자들에게서
나를 구하소서.
16 [d]주의 은혜의 빛을
주의 종에게 비추시고
주의 한결같은 사랑으로
나를 구원하소서.
17 여호와여, 내가 주께 부르짖습니다.
나를 부끄럽게 마시고
악인들을 부끄럽게 하셔서
그들이 무덤에서
말없이 누워 있게 하소서.
18 교만하고 오만한 말로
[e]정직한 자를 비난하는
그들의 거짓된 입술을 막아 주소서.
19 주를 두려워하는 자를 위해
예비하신 주의 은혜가
정말 놀랍습니다!
주께서는 주를 신뢰하고
의지하는 자들을 위해
큰 복을 쌓아 두셨습니다.
20 주는 그들을 안전한 곳에 숨기셔서
사람들의 음모에서
벗어나게 하시고
그들을 주의 그늘 아래 감추셔서
[f]그 원수들의 모욕에서
피하게 하십니다.

21 여호와를 찬송하라!
내가 성에서 포위당했을 때
주께서 나에게
놀라운 사랑을 나타내셨다.
22 내가 얼떨결에
“여호와께서 나를 버리셨다”
하였으나
주께서는 내가 부르짖을 때에
나의 간구하는 소리를 들으셨다!

23 주의 모든 성도들아,
너희는 여호와를 사랑하라.
여호와께서는
성실한 자를 보호하시고
교만한 자를 엄중히 벌하신다.
24 여호와를 의지하는 자들아,
마음을 굳게 먹고 용기를 가져라.

Notas al pie

  1. 31:8 또는 ‘내 발을 넓은 곳에 세우셨습니다’
  2. 31:10 또는 ‘죄악’
  3. 31:15 또는 ‘내 시대가’
  4. 31:16 또는 ‘주의 얼굴을’
  5. 31:18 또는 ‘의인을’
  6. 31:20 또는 ‘구설의 다툼에서’

Het Boek

Psalmen 31

1Een psalm van David voor de koordirigent.

Ik verberg mij bij U, Here.
Geef dat ik nooit tevergeefs bij U aanklop.
Doe mij recht en bevrijd mij.
Luister toch naar mij en red mij vlug.
Wees voor mij als een rots die beschutting biedt,
als een sterke burcht, zodat ik word gered.
Want U bent voor mij een rots en een burcht,
om de eer van uw naam
zult U mij leiden op mijn weg.
U zult mij redden uit de valstrik
die voor mij was uitgezet.
Ik vertrouw U helemaal.
Mijn leven leg ik in uw handen,
want U zult mij zeker bevrijden,
Here, mijn trouwe God.
Ik haat mensen die waarde hechten
aan onbelangrijke en ijdele dingen.
Zelf vertrouw ik alleen op de Here.
Ik zing het uit
en verblijd mij over uw goedheid en liefde.
Want U hebt naar mij omgezien
in mijn ellendige toestand,
U kende mijn angst en spanningen.
U zorgde ervoor dat de vijand
mij niet de baas werd.
U hebt mij alle ruimte gegeven.
Ik kon gaan waar ik wilde.
10 Help mij met uw genade, Here,
ik heb het zó moeilijk!
Alles in mij kwijnt weg van narigheid.
Het verdriet overmant mij!
11 Mijn leven gaat voorbij in verdriet
en jarenlang leef ik zuchtend.
Door mijn eigen slechtheid
heb ik geen kracht meer over
en lichamelijk ga ik alleen maar achteruit.
12 Voor hen die het mij moeilijk maken,
ben ik een mikpunt van spot geworden,
vooral voor mijn buren.
Vrienden en bekenden schrikken als zij mij zien.
Wie mij op straat tegenkomt, maakt rechtsomkeert.
13 Men denkt niet meer aan mij,
het lijkt wel of ik dood ben voor anderen.
Als gebroken servies ben ik, waardeloos.
14 Ik hoor het wel hoe men achter mijn rug over mij praat.
De achterklap: ‘Heb je hém gezien?’
Zij overleggen met elkaar
en maken plannen mij van het leven te beroven.
15 Toch is mijn vertrouwen op U gevestigd, Here,
ik spreek het ook tegen U uit:
‘U bent mijn God.
16 U bepaalt hoe lang ik leef,
verlos mij van mijn vijanden en achtervolgers.
17 Laat uw licht over mij, uw dienaar, schijnen
en bevrijd mij door uw goedheid en trouw.
18 Ik roep tot U, Here,
beschaam mijn vertrouwen niet.
Laat hen die zonder U leven,
beschaamd staan.
Breng hen tot zwijgen in het dodenrijk.
19 Breng de leugenaars tot zwijgen.
Die spreken toch alleen maar trots en smalend tegen uw volgeling.
20 Wat een geweldige rijkdom wacht degenen
die ontzag voor U hebben, allen die bij U schuilen.
Zelfs de ongelovigen zullen het zien.
21 U verbergt de uwen en beschermt hen
tegen de aanvallen van de mensen.
U neemt hen op in uw huis waar ze veilig zijn voor roddels.’
22 Alle eer is voor de Here,
want Hij heeft mij op wonderbaarlijke wijze
zijn goedheid en liefde getoond.
Vooral toen ik het zo verschrikkelijk moeilijk had.
23 Terwijl ik in mijn angst dacht dat U mij vergeten was,
hebt U juist mijn luide smeekbeden gehoord.
U hoorde mij om hulp roepen.
24 Dit zeg ik tegen allen die God volgen:
‘Heb Hem van harte lief,
want de Here zorgt voor hen die Hem trouw volgen,
maar Hij rekent grondig af met de hoogmoedigen.
25 Wees sterk,
laat uw hart maar sterk en moedig zijn
en blijf altijd op de Here hopen.’