Het Boek

Spreuken 6

11,2 Mijn zoon, het kan gebeuren dat je je voor iemand borg stelt, dat je garant staat voor zijn schuld en dan aan je woord wordt gehouden.
Doe dan het volgende, mijn zoon: breng de zaak snel in het reine, want je naaste heeft een vordering op jou. Bezoek de schuldeiser en zeg hem dat je zult betalen en dwing de schuldenaar, voor wie je borg staat, alsnog het geld bijeen te brengen.
Slaap daar niet eerst een nachtje over, maar regel zulke zaken snel.
Want op dat moment ben je de prooi van de eiser, zoals hert en vogel prooi zijn van de jager. Dus breng jezelf in veiligheid.
Neem een voorbeeld aan de mieren, luiaard! Kijk eens naar hun nijvere arbeid en word wijs.
Want ook al hebben mieren dan geen leider,
toch leggen zij ʼs zomers voedselvoorraden aan en verzamelen zij hun eten in de oogsttijd.
Hoelang blijf je nog op je rug liggen, luiaard? Wanneer word je eindelijk eens wakker?
10 Nog even slapen, nog even soezen, nog even lekker liggen,
11 maar dan komt de armoede over je en maar al te snel zul je gebrek lijden.
12 Een nietsnut en dwarsligger kun je gemakkelijk herkennen, je hoeft hem alleen maar aan te horen.
13 Let maar op hoe hij kijkt, hoe hij met zijn voeten stampt en met zijn vinger wijst.
14 Waar zijn hart vol van is, loopt zijn mond van over. Hij heeft voortdurend kwaad in de zin en zorgt altijd voor onenigheid.
15 Daarom zal hij snel aan zijn einde komen; wat hem treft, is ongeneeslijk.
16 Er zijn veel dingen die de Here haat en zeker zeven waarvan Hij een afkeer heeft:
17 hoogmoed, liegen, moorden,
18 slechte plannen smeden, met plezier kwaad doen,
19 vals getuigen en verdeeldheid zaaien onder broeders.
20 Mijn zoon, houd je vast aan de geboden die je vader je gaf, aan de wet waarnaar je moeder leefde.
21 Berg ze diep in je hart en leef ernaar, zodat ze je zullen sieren.
22 Zij zijn een gids op je levensweg, een beschermer wanneer je slaapt en een raadgever wanneer je wakker wordt.
23 Want het gebod is een lamp en de wet een licht, en om de weg naar het leven te vinden, zijn wijze waarschuwingen nodig.
24 Zij beschermen je tegen de slechte vrouw en de gladde tong van een vreemdelinge.
25 Laat haar schoonheid niet doordringen tot je hart en pas op dat ze je niet vangt met haar verleidelijke ogen.
26 Want de omgang met een hoer heeft tot gevolg dat je droog brood eet en bij zoʼn overspelige vrouw is zelfs je ziel in het geding.
27 Zou iemand die met vuur speelt, zich niet branden?
28 Iemand die op kolen loopt, geen blaren op zijn voeten krijgen?
29 Dat geldt ook voor degene die zijn handen niet van andermans vrouw kan afhouden: die zal zijn straf zeker niet ontlopen.
30 Dan komt iemand die steelt omdat hij honger heeft, er beter vanaf.
31 Is hij eenmaal opgespoord, dan moet hij misschien zelfs met alles wat hij bezit, dubbel en dwars terugbetalen.
32 Maar iemand die overspel pleegt, heeft zijn verstand verloren, want daaraan gaat ook de ziel kapot.
33 Schade en schande zijn zijn deel, zijn wandaad wordt niet meer vergeten.
34 Jaloezie is een vuurgloed in een man en overspel wordt niet vergeven, wel gewroken.
35 Van verzoening wil hij niet weten, wat je hem ook aanbiedt.

The Message

Proverbs 6

Like a Deer from the Hunter

11-5 Dear friend, if you’ve gone into hock with your neighbor
    or locked yourself into a deal with a stranger,
If you’ve impulsively promised the shirt off your back
    and now find yourself shivering out in the cold,
Friend, don’t waste a minute, get yourself out of that mess.
    You’re in that man’s clutches!
    Go, put on a long face; act desperate.
Don’t procrastinate—
    there’s no time to lose.
Run like a deer from the hunter,
    fly like a bird from the trapper!

A Lesson from the Ant

6-11 You lazy fool, look at an ant.
    Watch it closely; let it teach you a thing or two.
Nobody has to tell it what to do.
    All summer it stores up food;
    at harvest it stockpiles provisions.
So how long are you going to laze around doing nothing?
    How long before you get out of bed?
A nap here, a nap there, a day off here, a day off there,
    sit back, take it easy—do you know what comes next?
Just this: You can look forward to a dirt-poor life,
    poverty your permanent houseguest!

Always Cooking Up Something Nasty

12-15 Riffraff and rascals
    talk out of both sides of their mouths.
They wink at each other, they shuffle their feet,
    they cross their fingers behind their backs.
Their perverse minds are always cooking up something nasty,
    always stirring up trouble.
Catastrophe is just around the corner for them,
    a total smashup, their lives ruined beyond repair.

Seven Things God Hates

16-19 Here are six things God hates,
    and one more that he loathes with a passion:

eyes that are arrogant,
a tongue that lies,
hands that murder the innocent,
a heart that hatches evil plots,
feet that race down a wicked track,
a mouth that lies under oath,
a troublemaker in the family.

Warning on Adultery

20-23 Good friend, follow your father’s good advice;
    don’t wander off from your mother’s teachings.
Wrap yourself in them from head to foot;
    wear them like a scarf around your neck.
Wherever you walk, they’ll guide you;
    whenever you rest, they’ll guard you;
    when you wake up, they’ll tell you what’s next.
For sound advice is a beacon,
    good teaching is a light,
    moral discipline is a life path.

24-35 They’ll protect you from wanton women,
    from the seductive talk of some temptress.
Don’t lustfully fantasize on her beauty,
    nor be taken in by her bedroom eyes.
You can buy an hour with a whore for a loaf of bread,
    but a wanton woman may well eat you alive.
Can you build a fire in your lap
    and not burn your pants?
Can you walk barefoot on hot coals
    and not get blisters?
It’s the same when you have sex with your neighbor’s wife:
    Touch her and you’ll pay for it. No excuses.
Hunger is no excuse
    for a thief to steal;
When he’s caught he has to pay it back,
    even if he has to put his whole house in hock.
Adultery is a brainless act,
    soul-destroying, self-destructive;
Expect a bloody nose, a black eye,
    and a reputation ruined for good.
For jealousy detonates rage in a cheated husband;
    wild for revenge, he won’t make allowances.
Nothing you say or pay will make it all right;
    neither bribes nor reason will satisfy him.