Het Boek

Psalmen 97:1-12

1De Here is de grote Koning.

Laat de aarde daarom juichen

en de landen aan de kust zich erover verblijden.

2Om Hem heen zijn wolken en duisternis.

Recht en rechtvaardigheid vormen de basis waarop Hij regeert.

3Zijn macht en majesteit vernietigen zijn vijanden.

4De hele wereld wordt door Hem verlicht

als door bliksemschichten, de aarde beeft voor Hem.

5Als de Here verschijnt, smelten de bergen als was voor Hem.

Hij is Heer over de hele aarde.

6Zijn rechtvaardigheid klinkt door alle hemelen

en alle volken zullen Hem zien.

7Iedere afgodendienaar zal beschaamd staan,

zij zullen zich op hun zogenaamde goden niet kunnen beroemen.

Zelfs die moeten eenmaal voor Hem buigen.

8Het volk van Israël is blij over Hem en ziet zijn grootheid.

De dochters van Juda juichen U toe

om de wijze waarop U rechtspreekt, Here.

9U, Here, bent immers God, de Allerhoogste.

Boven U is er niemand op aarde.

U troont hoog boven alle goden.

10Als u van de Here houdt, haat dan elke vorm van kwaad.

God beschermt zijn kinderen

en behoedt hen voor elke goddeloze invloed.

11Gods volgelingen mogen in het licht leven

en Hij geeft vreugde in het hart van allen

die Hem oprecht volgen.

12Als u bij God hoort, verheug u dan in Hem.

Wees blij en prijs zijn grote en heilige naam.

King James Version

Psalms 97:1-12

1The LORD reigneth; let the earth rejoice; let the multitude of isles be glad thereof.97.1 multitude…: Heb. many, or, great isles

2Clouds and darkness are round about him: righteousness and judgment are the habitation of his throne.97.2 habitation: or, establishment

3A fire goeth before him, and burneth up his enemies round about.

4His lightnings enlightened the world: the earth saw, and trembled.

5The hills melted like wax at the presence of the LORD, at the presence of the Lord of the whole earth.

6The heavens declare his righteousness, and all the people see his glory.

7Confounded be all they that serve graven images, that boast themselves of idols: worship him, all ye gods.

8Zion heard, and was glad; and the daughters of Judah rejoiced because of thy judgments, O LORD.

9For thou, LORD, art high above all the earth: thou art exalted far above all gods.

10Ye that love the LORD, hate evil: he preserveth the souls of his saints; he delivereth them out of the hand of the wicked.

11Light is sown for the righteous, and gladness for the upright in heart.

12Rejoice in the LORD, ye righteous; and give thanks at the remembrance of his holiness.97.12 at…: or, to the memorial