Het Boek

Psalmen 92:1-16

1Een psalm voor de sabbat.

2Het is goed de Here te prijzen.

God, Allerhoogste,

het is goed lofliederen te zingen

tot eer van uw naam.

3Het is goed ʼs morgens vroeg al te spreken

over uw goedheid en liefde

en ʼs nachts over uw trouw.

4Het is goed om U te loven

met de snaarinstrumenten:

de harp en de citer

of het tiensnarige instrument.

5Er is grote blijdschap in mijn hart, Here,

als ik denk aan alles wat U doet.

Ik juich over alles wat U hebt gemaakt.

6Here, alles wat U doet is ontzagwekkend,

uw gedachten zijn heel diep en wijs.

7Een mens zonder verstand begrijpt het niet

en ook dwazen kunnen er niet bij.

8Het lijkt wel

of bij de ongelovigen alles voor de wind gaat,

of zondaars alleen maar gezondheid en voorspoed kennen.

Maar toch zult U ze vernietigen.

9Alleen U, Here, neemt de hoogste positie in,

Voor eeuwig.

10Kijk, Here, uw vijanden

zullen vernietigd worden.

Alle zondaars

zullen worden verspreid over de aarde.

11U hebt mij sterk gemaakt

en mij U toegeëigend.

12Als mensen het op mij voorzien hebben,

ken ik geen angst.

Inderdaad hoor ik verhalen over zondaars

die uit zijn op mijn ondergang.

13Gods volgelingen

zullen groeien en bloeien als palmbomen,

hoog opgroeien als de cipressen

in de bossen van de Libanon.

14Als zij eenmaal zijn geplant in het huis van de Here,

groeien zij dicht bij Hem op.

15Ook als zij al heel oud zijn,

zal hun leven nog vruchtbaar zijn,

zij lijken op gezonde, jonge mensen.

16Zij vertellen over de Here,

hoe rechtvaardig en oprecht Hij is.

Hij is de rots waarop ik leun.

Hij kent geen onrecht.

Nova Versão Internacional

Salmos 92:1-15

Salmo 92

Salmo. Um cântico. Para o dia de sábado.

1Como é bom render graças ao Senhor

e cantar louvores ao teu nome, ó Altíssimo;

2anunciar de manhã o teu amor leal

e de noite a tua fidelidade,

3ao som da lira de dez cordas e da cítara,

e da melodia da harpa.

4Tu me alegras, Senhor, com os teus feitos;

as obras das tuas mãos levam-me a cantar de alegria.

5Como são grandes as tuas obras, Senhor,

como são profundos os teus propósitos!

6O insensato não entende,

o tolo não vê

7que, embora os ímpios brotem como a erva

e floresçam todos os malfeitores,

eles serão destruídos para sempre.

8Pois tu, Senhor, és exaltado para sempre.

9Mas os teus inimigos, Senhor,

os teus inimigos perecerão;

serão dispersos todos os malfeitores!

10Tu aumentaste a minha força92.10 Hebraico: chifre. como a do boi selvagem;

derramaste sobre mim óleo novo.92.10 Ou exaltaste a minha velhice com óleo novo.

11Os meus olhos contemplaram a derrota dos meus inimigos;

os meus ouvidos escutaram a debandada dos meus maldosos agressores.

12Os justos florescerão como a palmeira,

crescerão como o cedro do Líbano;

13plantados na casa do Senhor,

florescerão nos átrios do nosso Deus.

14Mesmo na velhice darão fruto,

permanecerão viçosos e verdejantes,

15para proclamar que o Senhor é justo.

Ele é a minha Rocha; nele não há injustiça.