Het Boek

Psalmen 91

1Wie schuilt bij God, de Allerhoogste,
kan rustig slapen,
want de Almachtige beschermt hem.
Ik getuig daarvan en zeg tegen de Here:
U bent mijn toevlucht,
bij U ben ik veilig en geborgen.
U bent mijn God
en ik vertrouw alleen op U.
Hij beschermt u tegen verraderlijke vallen
en houdt vreselijke ziekten ver van u.
Onder zijn vleugels vindt u
bescherming en een toevluchtsoord.
Zijn trouw is uw schild
en weert de aanvallen van de tegenstander.
U hoeft niet te vrezen
voor de angsten van de nacht,
noch voor de scherpe aanvallen overdag.
En ook niet voor de pest,
die zich in de duisternis verspreidt
of voor de vernietiging
die in de middag toeslaat.
Al sneuvelen duizend mensen aan uw linkerkant
of tienduizend rechts van u,
u wordt gered.
U zult het zelf zien,
de straf treft alleen de ongelovigen.
U, Here, bent mijn toevluchtsoord.
U hebt God, de Allerhoogste,
als beschermer gekozen.
10 Tegenslag zal u niet treffen
en ziekten zullen ver van u blijven.
11 Hij zal zijn engelen bevelen
voor u te zorgen en u te beschermen,
waar u ook gaat.
12 Zij zullen u op handen dragen
en u zult niet struikelen.
13 Zelfs als u een leeuw tegenkomt
of op een adder trapt,
gebeurt er niets.
14 De Here zegt:
Ik zal hem verlossen,
omdat hij zoveel van Mij houdt.
Ik zal hem beschermen,
omdat hij Mij kent en mijn naam eert.
15 Als hij Mij roept,
zal Ik hem antwoord geven.
Als hij het moeilijk heeft,
zal Ik bij hem zijn.
Ik zal hem bevrijden
en in ere herstellen.
16 Ik zal hem een lang leven geven
en hem mijn grootheid tonen.

New International Reader's Version

Psalm 91

Psalm 91

Whoever rests in the shadow of the Most High God
    will be kept safe by the Mighty One.
I will say about the Lord,
    “He is my place of safety.
He is like a fort to me.
    He is my God. I trust in him.”

He will certainly save you from hidden traps
    and from deadly sickness.
He will cover you with his wings.
    Under the feathers of his wings you will find safety.
    He is faithful. He will keep you safe like a shield or a tower.
You won’t have to be afraid of the terrors that come during the night.
    You won’t have to fear the arrows that come at you during the day.
You won’t have to be afraid of the sickness that attacks in the darkness.
    You won’t have to fear the plague that destroys at noon.
A thousand may fall dead at your side.
    Ten thousand may fall near your right hand.
    But no harm will come to you.
You will see with your own eyes
    how God punishes sinful people.

Suppose you say, “The Lord is the one who keeps me safe.”
    Suppose you let the Most High God be like a home to you.
10 Then no harm will come to you.
    No terrible plague will come near your tent.
11 The Lord will command his angels
    to take good care of you.
12 They will lift you up in their hands.
    Then you won’t trip over a stone.
13 You will walk on lions and cobras.
    You will crush mighty lions and poisonous snakes.

14 The Lord says, “I will save the one who loves me.
    I will keep him safe, because he trusts in me.
15 He will call out to me, and I will answer him.
    I will be with him in times of trouble.
    I will save him and honor him.
16 I will give him a long and full life.
    I will save him.”