Het Boek

Psalmen 9

1Een psalm van David voor de koordirigent.

Te zingen op de wijs van ‘De dood van de zoon.’
Here, ik prijs U
met mijn hele hart.
Ik vertel iedereen
over de geweldige dingen die U doet.
Ik loop over van blijdschap en vreugde
dankzij U.
Over U wil ik zingen,
U bent God, de Allerhoogste!
In uw nabijheid zullen al mijn vijanden
neervallen en omkomen.
U hebt mijn eerherstel bewerkt
en mij bevestiging gegeven.
Vanaf uw troon
hebt U het recht laten zegevieren.
De volken hebt U bedreigd
en de slechte mensen vernietigd,
zodat hun namen voor eeuwig zijn uitgewist.
De vijanden zijn voor eeuwig veroordeeld!
De Here zal hun steden vernietigen.
Zelfs de herinnering eraan zal vervagen.
Maar de Here zal eeuwig leven
en op zijn rechterstoel
de volken van deze aarde rechtvaardig oordelen.
10 Ieder die wordt verdrukt,
mag bij Hem komen.
Hij is een schuilplaats
voor wie in nood is.
11 Ieder die uw liefde en genade kent, Here,
zal zich voor hulp tot U richten.
U laat iemand die zijn vertrouwen op U stelt
niet in de steek.
12 Prijs de Here
die in Jeruzalem woont.
Laat de hele wereld horen
over zijn onvergetelijke daden.
13 Hij die elke moord zal wreken,
heeft een open oor voor hen
die Hem aanroepen om recht te vinden.
Als mensen in de problemen zitten
en zijn hulp inroepen,
negeert Hij hun gebeden niet.
14 Here, heb medelijden met mij.
Ziet U wel hoe ik lijd
door hen die mij haten?
Ruk mij weg voor de kaken van de dood,
15 dan kan ik weer openlijk uw lof zingen
en vol vreugde in Jeruzalem vertellen
hoe U bevrijding brengt.
16 De tegenstanders zijn in de kuil gevallen
die zij voor anderen groeven,
ze zijn in hun eigen val gelopen!
17 De Here is beroemd
om de wijze waarop Hij de slechte mensen
met hun eigen wapens straft!
Overdenk dit eens rustig!
18 De goddeloze
zal eenmaal naar het dodenrijk gaan.
Zo vergaat het ook de volken
die de Here vergeten.
19 De armen
zullen niet langer worden vergeten,
hun verwachting
zal niet meer de bodem ingeslagen worden.
20 Kom Here, berecht en straf de volken,
laat hen niet over U zegevieren!
21 Laat hen maar beven van angst,
zet ze maar op hun plaats,
zodat zij beseffen dat zij mensen zijn!

New Living Translation

Psalm 9

Psalm 9

For the choir director: A psalm of David, to be sung to the tune “Death of the Son.”

I will praise you, Lord, with all my heart;
    I will tell of all the marvelous things you have done.
I will be filled with joy because of you.
    I will sing praises to your name, O Most High.

My enemies retreated;
    they staggered and died when you appeared.
For you have judged in my favor;
    from your throne you have judged with fairness.
You have rebuked the nations and destroyed the wicked;
    you have erased their names forever.
The enemy is finished, in endless ruins;
    the cities you uprooted are now forgotten.

But the Lord reigns forever,
    executing judgment from his throne.
He will judge the world with justice
    and rule the nations with fairness.
The Lord is a shelter for the oppressed,
    a refuge in times of trouble.
10 Those who know your name trust in you,
    for you, O Lord, do not abandon those who search for you.

11 Sing praises to the Lord who reigns in Jerusalem.[a]
    Tell the world about his unforgettable deeds.
12 For he who avenges murder cares for the helpless.
    He does not ignore the cries of those who suffer.

13 Lord, have mercy on me.
    See how my enemies torment me.
    Snatch me back from the jaws of death.
14 Save me so I can praise you publicly at Jerusalem’s gates,
    so I can rejoice that you have rescued me.

15 The nations have fallen into the pit they dug for others.
    Their own feet have been caught in the trap they set.
16 The Lord is known for his justice.
    The wicked are trapped by their own deeds. Quiet Interlude[b]

17 The wicked will go down to the grave.[c]
    This is the fate of all the nations who ignore God.
18 But the needy will not be ignored forever;
    the hopes of the poor will not always be crushed.

19 Arise, O Lord!
    Do not let mere mortals defy you!
    Judge the nations!
20 Make them tremble in fear, O Lord.
    Let the nations know they are merely human. Interlude

Notas al pie

  1. 9:11 Hebrew Zion; also in 9:14.
  2. 9:16 Hebrew Higgaion Selah. The meaning of this phrase is uncertain.
  3. 9:17 Hebrew to Sheol.