Het Boek

Psalmen 86:1-17

1Een gebed van David.

Buig U tot mij over, Here,

en geef mij antwoord.

Ik ben in grote moeilijkheden

en zeer te beklagen.

2Bescherm mij,

ik heb immers diep ontzag voor U?

U bent mijn God.

Bevrijd uw dienaar

die zijn vertrouwen op U stelt.

3Mijn God, geef mij uw genade.

De hele dag door roep ik naar U.

4Geef mij uw vreugde, mijn God,

ik richt mij helemaal op U.

5Here, U bent zo goed

en vergeeft graag.

Ieder die U aanroept,

mag zich koesteren in uw goedheid en liefde.

6Here, luister toch naar mijn gebed,

neem mijn smeken ter harte.

7In tijden van grote moeite en zorgen

roep ik naar U,

omdat U mij altijd antwoord geeft.

8Geen van de afgoden

kan zich met U meten, Here.

Niemand kan uw werk evenaren.

9Eenmaal zullen alle volken,

die allemaal door U zijn gemaakt,

naar U toekomen

en voor U neerknielen, Here.

Dan zullen zij allemaal

uw naam eren.

10Want U bent een grote God

en U doet wonderen.

Alleen U, mijn God, kunt dat doen.

11Here, leer mij hoe ik uw wil kan doen,

zodat ik oprecht zal leven.

Geef dat ik niet innerlijk verdeeld zal zijn,

maar alleen U zal dienen.

12Here, mijn God,

ik wil U met mijn hele hart prijzen

en altijd alleen uw naam de eer geven.

13U bewijst mij zoveel goedheid en liefde,

U hebt mij gered van de godverlatenheid.

14Help mij, God,

want mijn tegenstanders keren zich tegen mij.

Misdadigers willen mij doden.

Aan U denken zij niet.

15Here, U bent een God die genade geeft

en vol medelijden en liefde naar mij omziet.

Ook bent U heel geduldig

en toont mij uw liefde, goedheid en trouw.

16Kom naar mij toe en geef mij uw genade.

Geef uw dienaar kracht

en bevrijd de zoon van uw dienares.

17Laten mijn vijanden zien dat U mij helpt en redt.

Dan zullen zij zich schamen

omdat U, Here, mij hebt geholpen en getroost.

Священное Писание (Восточный перевод), версия для Таджикистана

Забур 86:1-7

Песнь 86

1Песнопение потомков Кораха.

2Вечный основал Свой город на святых горах.

Он любит Иерусалим86:2 Букв.: «врата Сиона».

больше всех поселений Исроила86:2 Букв.: «Якуба». Исроильтяне были потомками Якуба, которому Всевышний дал новое имя – Исроил (см. Нач. 32:27-28)..

3Славное возвещается о Тебе,

город Всевышнего. Пауза

4Вечный сказал:

«Упомяну Египет86:4 Букв.: «Рахав» – символическое название Египта. и Вавилон среди тех, кто знает Меня.

О филистимлянах и жителях Тира и Эфиопии скажут:

„Такой-то родился в Иерусалиме“».

5О Сионе скажут:

«Такой-то и такой-то родился в нём,

и Сам Высочайший укрепил этот город».

6Вечный в переписи народов напишет:

«Такой-то родился там». Пауза

7Поющие и играющие скажут:

«Все источники наши в Тебе».