Het Boek

Psalmen 85

1Een psalm van de Korachieten voor de koordirigent.

U bent altijd goed geweest voor uw land, Here.
U hebt het volk van Jakob uit de ellende gered.
U hebt de zonden van het volk vergeven en bedekt.
U hebt uw verontwaardiging laten varen
en U afgekeerd van uw grote toorn.
Bevrijd ons nu weer, o God,
U bent onze verlosser.
Laat uw weerzin tegen ons varen.
Blijft U altijd tegen ons?
Geldt uw toorn ook voor alle komende geslachten?
Wilt U ons volk weer tot leven brengen,
zodat alle mensen over U kunnen juichen?
Och Here, laat uw goedheid en trouw toch zien,
verlos ons.
Ik wil luisteren naar wat de Here God zegt.
Hij spreekt over vrede tot de Israëlieten
en tot allen die bij hen horen.
Maar zijn oordeel wacht hun,
als zij zich weer van Hem afkeren.
10 Het is werkelijk waar dat Hij mensen bevrijdt
die ontzag voor Hem hebben.
Waar zij wonen, heerst vrede en geluk.
11 Daar komt men goedheid, liefde en trouw tegen.
Er heerst vrede omdat er rechtvaardig wordt geregeerd.
12 Uit de aarde komt trouw voort
en vanuit de hemel komt de rechtvaardigheid.
13 De Here geeft altijd het goede
en op onze akkers groeien de gewassen overvloedig.
14 De rechtvaardigheid gaat voor God uit.
Die bepaalt zijn weg.

O Livro

Salmos 85

Salmo dos descendentes de Coré. Para o diretor do coro.

1Senhor, tu tens abençoado esta terra que é tua;
restauraste a prosperidade de Jacob.
Perdoaste os pecados do teu povo;
sim, apagaste-os todos. (Pausa)
A tua indignação terminou;
desviaste de nós o ardor da tua ira.

Torna a trazer-nos de novo para junto de ti,
ó Deus, nosso Salvador,
para que não precises mais de estar contra nós.
Ou ficarás para sempre zangado,
até mesmo com as gerações futuras?
Dá-nos uma vida nova,
para que nos tornemos a alegrar em ti.
Mostra-nos o teu amor e a tua bondade, Senhor;
concede-nos a tua salvação.

Ouço atentamente tudo quanto Deus, o Senhor, diz;
fala de paz ao seu povo, aos que lhe pertencem,
desde que não voltem a pecar.
Sem dúvida a salvação está perto daqueles que o temem;
a nossa terra se encherá da sua glória.

10 A misericórdia e a verdade encontraram-se;
a justiça e a paz beijaram-se.
11 A verdade sairá da Terra
e a justiça olhará desde os céus.
12 O Senhor dará as suas bênçãos
e a terra produzirá abundantes colheitas.
13 A justiça irá na sua frente,
preparando o caminho aberto pelos seus passos.