Het Boek

Psalmen 85:1-14

1Een psalm van de Korachieten voor de koordirigent.

2U bent altijd goed geweest voor uw land, Here.

U hebt het volk van Jakob uit de ellende gered.

3U hebt de zonden van het volk vergeven en bedekt.

4U hebt uw verontwaardiging laten varen

en U afgekeerd van uw grote toorn.

5Bevrijd ons nu weer, o God,

U bent onze verlosser.

Laat uw weerzin tegen ons varen.

6Blijft U altijd tegen ons?

Geldt uw toorn ook voor alle komende geslachten?

7Wilt U ons volk weer tot leven brengen,

zodat alle mensen over U kunnen juichen?

8Och Here, laat uw goedheid en trouw toch zien,

verlos ons.

9Ik wil luisteren naar wat de Here God zegt.

Hij spreekt over vrede tot de Israëlieten

en tot allen die bij hen horen.

Maar zijn oordeel wacht hun,

als zij zich weer van Hem afkeren.

10Het is werkelijk waar dat Hij mensen bevrijdt

die ontzag voor Hem hebben.

Waar zij wonen, heerst vrede en geluk.

11Daar komt men goedheid, liefde en trouw tegen.

Er heerst vrede omdat er rechtvaardig wordt geregeerd.

12Uit de aarde komt trouw voort

en vanuit de hemel komt de rechtvaardigheid.

13De Here geeft altijd het goede

en op onze akkers groeien de gewassen overvloedig.

14De rechtvaardigheid gaat voor God uit.

Die bepaalt zijn weg.

Nova Versão Internacional

Salmos 85:1-13

Salmo 85

Para o mestre de música. Salmo dos coraítas.

1Foste favorável à tua terra, ó Senhor;

trouxeste restauração85.1 Ou os cativos de volta a Jacó.

2Perdoaste a culpa do teu povo

e cobriste todos os seus pecados. Pausa

3Retiraste todo o teu furor

e te afastaste da tua ira tremenda.

4Restaura-nos mais uma vez, ó Deus, nosso Salvador,

e desfaze o teu furor para conosco.

5Ficarás indignado conosco para sempre?

Prolongarás a tua ira por todas as gerações?

6Acaso não nos renovarás a vida,

a fim de que o teu povo se alegre em ti?

7Mostra-nos o teu amor, ó Senhor,

e concede-nos a tua salvação!

8Eu ouvirei o que Deus, o Senhor, disse;

ele promete paz ao seu povo, aos seus fiéis!

Não voltem eles à insensatez!

9Perto está a salvação que ele trará aos que o temem,

e a sua glória habitará em nossa terra.

10O amor e a fidelidade se encontrarão;

a justiça e a paz se beijarão.

11A fidelidade brotará da terra,

e a justiça descerá dos céus.

12O Senhor nos trará bênçãos,

e a nossa terra dará a sua colheita.

13A justiça irá adiante dele

e preparará o caminho para os seus passos.