Het Boek

Psalmen 81:1-17

1Een psalm van Asaf voor de koordirigent. Te begeleiden met het muziekinstrument uit Gat.

2Jubel over God, Hij is onze kracht.

Loof en prijs de God van Jakob.

3Zing een lied met de tamboerijn.

Laat harp en citer meeklinken.

4Blaas op de trompet

wanneer het nieuwe maan is

en ook bij volle maan,

want God denkt aan u.

5Dat is een voorschrift in Israël,

de God van Jakob heeft deze regel ingesteld.

6Hij stelde dit in toen het volk Egypte verliet,

toen Hij hen uitleidde.

Onvermoede woorden hoor ik:

7‘Ik heb de last van hun schouders genomen,

zij hoefden geen manden meer te sjouwen.

8In uw moeilijkheden hebt u Mij geroepen

en Ik heb u bevrijd.

Ik gaf u antwoord

vanuit de schuilhoeken van de donder.

Bij het water van Meriba

heb Ik u op de proef gesteld.

9Luister, mijn volk!

Ik wil u op het hart drukken, Israël,

dat u altijd naar Mij moet luisteren.

10Er mag bij u geen afgod te vinden zijn,

het is u verboden te buigen voor een heidense afgod.

11Ik ben de Here, Ik ben uw God.

Ik heb u uit Egypte weggevoerd.

Alles wat u nodig hebt, geef Ik u.

12Mijn volk heeft echter niet naar Mij geluisterd,

de Israëlieten kwamen tegen Mij in opstand.

13Ik heb hen hun eigen gang laten gaan,

eigenwijs als zij zijn.

Zij zijn de weg gegaan

die zij voor zichzelf hadden uitgestippeld.

14Ach, luisterde mijn volk maar naar Mij!

Bewandelde het volk Israël mijn wegen maar!

15Ik ben bereid hun tegenstanders te vernietigen

en Mij tegen hun vijanden te keren.’

16De mensen die niet in de Here geloven,

zouden net doen alsof zij Hem eerden.

Er zou aan hun straf geen einde komen.

17Hij zou hun het mooiste koren als voedsel geven.

‘Inderdaad, Ik zou u zoveel honing hebben gegeven

dat u niet meer op kon.’

New International Reader's Version

Psalm 81:1-16

Psalm 81

For the director of music. According to gittith. A psalm of Asaph.

1Sing joyfully to God! He gives us strength.

Give a loud shout to the God of Jacob!

2Let the music begin. Play the tambourines.

Play sweet music on harps and lyres.

3Blow the ram’s horn on the day of the New Moon feast.

Blow it again when the moon is full and the Feast of Booths begins.

4This is an order given to Israel.

It is a law of the God of Jacob.

5He gave it as a covenant law for the people of Joseph.

It was given when God went out to punish Egypt.

There I heard a voice I didn’t recognize.

6The voice said, “I removed the load from your shoulders.

I set your hands free from carrying heavy baskets.

7You called out when you were in trouble, and I saved you.

I answered you out of a thundercloud.

I tested you at the waters of Meribah.

8“My people, listen and I will warn you.

Israel, I wish you would listen to me!

9Don’t have anything to do with the gods of other nations.

Don’t bow down and worship any god other than me.

10I am the Lord your God.

I brought you up out of Egypt.

Open your mouth wide, and I will fill it with good things.

11“But my people wouldn’t listen to me.

Israel wouldn’t obey me.

12So I let them go their own stubborn way.

I let them follow their own sinful plans.

13“I wish my people would listen to me!

I wish Israel would live as I want them to live!

14Then I would quickly bring their enemies under control.

I would use my power against their attackers.

15Those who hate me would bow down to me in fear.

They would be punished forever.

16But you would be fed with the finest wheat.

I would satisfy you with the sweetest honey.”