Het Boek

Psalmen 8:1-10

1Een psalm van David voor de koordirigent. Te begeleiden met het muziekinstrument uit Gat.

2Here, onze God,

de majesteit en glorie van uw naam

vullen de gehele aarde

en de hemelen vloeien ervan over.

3U hebt de kleine kinderen geleerd

U volmaakt te prijzen.

Hun voorbeeld zal uw vijanden

en hen die op wraak zinnen,

beschaamd doen staan

en tot zwijgen brengen!

4Als ik ʼs nachts omhoogkijk naar de hemel

en het werk van uw handen zie,

de maan en de sterren,

die U hun plaats gegeven hebt,

5wat is dan de mens,

dat U zoveel om hem geeft?

Wat is een mensenkind

dat U Zich om hem bekommert?

6En U hebt hem een plaats vlak onder Uzelf gegeven,

U hebt hem gekroond met heerlijkheid en eer.

7U hebt hem zelfs het beheer gegeven

over alles wat U hebt gemaakt,

alles staat onder zijn gezag:

8alle schapen en runderen

en andere dieren in het veld,

9de vogels in de lucht

en de vissen en andere wezens in de zee.

10O Here, onze God,

de majesteit en glorie van uw naam

vullen de hele aarde!

Nueva Versión Internacional (Castilian)

Salmo 8:1-9

Salmo 8

Al director musical. Sígase la tonada de «La canción del lagar».8:0 8 Tít. Sígase … lagar. Lit. Según la gittith. Salmo de David.

1Oh Señor, Soberano nuestro,

¡qué imponente es tu nombre en toda la tierra!

¡Has puesto tu gloria sobre los cielos!

2A causa de tus adversarios

has hecho que brote la alabanza8:2 has hecho que brote la alabanza. Lit. fundaste la fortaleza.

de labios de los chiquillos y de los niños de pecho,

para silenciar al enemigo y al rebelde.

3Cuando contemplo tus cielos,

obra de tus dedos,

la luna y las estrellas que allí fijaste,

4me pregunto:

«¿Qué es el hombre, para que pienses en él?

¿Qué es el ser humano,8:4 ser humano. Lit. hijo de hombre. para que lo tengas en cuenta?»

5Pues lo hiciste poco menos que Dios,8:5 Dios. Alt. los ángeles o los seres celestiales.

y lo coronaste de gloria y de honra;

6lo entronizaste sobre la obra de tus manos,

¡todo lo sometiste a su dominio!

7Todas las ovejas, todos los bueyes,

todos los animales del campo,

8las aves del cielo, los peces del mar,

y todo lo que surca los senderos del mar.

9Oh Señor, Soberano nuestro,

¡qué imponente es tu nombre en toda la tierra!