Het Boek

Psalmen 76:1-13

1Een psalm van Asaf. Een lied voor de koordirigent. Te begeleiden met snaarinstrumenten.

2Iedereen in Juda kent God.

Heel Israël eert en verheerlijkt Hem.

3Zijn huis staat immers in Jeruzalem

en Hij woont op de berg Sion.

4Daar heeft Hij de wapens van de vijand vernietigd.

5De geweldige bergen kunnen zich niet met U meten

in pracht en heerlijkheid.

6U versloeg de sterke vijanden.

Zij sliepen gewoon in.

Geen van al die dappere krijgers had nog kracht

om tegen U op te staan.

7Toen U Zich liet zien, God van Jakob,

konden noch paarden noch strijdwagens

meer iets beginnen.

8U bent groot en beroemd,

niemand kan in leven blijven

als uw toorn ontbrandt.

9Vanuit de hemel hebt U geoordeeld

en de aarde werd helemaal stil van ontzag.

10Toen stond God op als rechter

en bevrijdde al de oprechte mensen op aarde.

11Werkelijk, zelfs uw tegenstanders moeten U eer brengen.

U houdt ze in toom.

12Doe uw geloften aan de Here, uw God.

Kom ze ook na.

Iedereen moet Hem offers en gaven brengen,

want Hij is beroemd en gevreesd.

13God verslaat alle tegenstanders,

allen vrezen Hem.

King James Version

Psalms 76:1-12

To the chief Musician on Neginoth, A Psalm or Song of Asaph.

1In Judah is God known: his name is great in Israel.76.1 chief…: or, overseer76.1 of: or, for

2In Salem also is his tabernacle, and his dwelling place in Zion.

3There brake he the arrows of the bow, the shield, and the sword, and the battle. Selah.

4Thou art more glorious and excellent than the mountains of prey.

5The stouthearted are spoiled, they have slept their sleep: and none of the men of might have found their hands.

6At thy rebuke, O God of Jacob, both the chariot and horse are cast into a dead sleep.

7Thou, even thou, art to be feared: and who may stand in thy sight when once thou art angry?

8Thou didst cause judgment to be heard from heaven; the earth feared, and was still,

9When God arose to judgment, to save all the meek of the earth. Selah.

10Surely the wrath of man shall praise thee: the remainder of wrath shalt thou restrain.

11Vow, and pay unto the LORD your God: let all that be round about him bring presents unto him that ought to be feared.76.11 unto him…: Heb. to fear

12He shall cut off the spirit of princes: he is terrible to the kings of the earth.