Het Boek

Psalmen 74

1Een leerzaam gedicht van Asaf.

O God, waarom stuurt U ons bij U weg?
Waarom ontbrandt uw toorn tegen ons,
de schapen van uw kudde?
Houd toch in gedachten dat wij van U zijn,
U hebt ons volk uitgekozen als uw eigen volk.
En in Jeruzalem hebt U uw woning gekozen.
Kom toch naar de puinhopen en kijk
hoe uw tegenstanders uw heilig huis hebben verwoest.
Zij maakten lawaai in uw tempel
en hebben er hun eigen afgoden neergezet.
Het leek wel of er iemand
met een bijl was tekeergegaan.
Met allerlei werktuigen hebben zij
het houtsnijwerk in uw tempel vernield.
Zij hebben de tempel in brand gestoken
en uw woning helemaal platgebrand,
nu is het geen heilige plaats meer.
Zij maakten plannen
om het hele volk te onderdrukken
en hebben alle heiligdommen in het land verbrand.
Nu hebben wij geen zichtbare tekenen van de eredienst meer
en er is geen profeet meer te bekennen.
Niemand van ons weet hoelang dit nog moet duren.
10 Hoelang zal de vijand nog de spot met ons drijven, o God?
Zal hij U altijd blijven bespotten?
11 Waarom doet U niets?
Waarom slaat U hen niet neer?
Uw hand is toch machtig?
Vernietig hen toch!
12 Toch is God al sinds mensenheugenis onze Koning!
Hij zorgt overal voor bevrijding.
13 U hebt de zee gespleten door uw kracht,
U hebt de zeemonsters vernietigd.
14 U hebt de koppen van het zeemonster Leviatan vermorzeld
en als voedsel aan de dieren in de woestijn gegeven.
15 U laat bronnen en beken ontspringen en stromen,
U laat ook de altijd stromende rivieren opdrogen.
16 De dag is van U en ook de nacht is uw bezit.
U hebt het licht en de zon geschapen.
17 U hebt de grenzen van land en water vastgesteld.
Zomer en winter hebt U gemaakt.
18 Kijk toch eens, Here,
hoe de tegenstanders U bespotten,
dit dwaze volk wil niet naar U luisteren.
19 Bescherm uw volk tegen de heidenen,
lever uw volk niet aan hen uit.
Spaar het leven van uw volgelingen,
die er jammerlijk aan toe zijn.
20 Denk aan het verbond dat U met hen sloot,
want overal steekt het geweld de kop op.
21 Stel hen die onderdrukt worden, niet teleur.
Laten de armen en verdrukten reden hebben
uw naam te loven en te prijzen.
22 Kom er toch bij, o God!
Voert U de strijd voor ons.
En denk eraan hoe die dwaze ongelovigen
U de hele dag bespotten.
23 Vergeet niet hoe uw vijanden
tegen U schreeuwen,
hoe zij die niet bij U willen horen,
tegen U tieren.
Het stijgt allemaal omhoog tot U.

New American Standard Bible

Psalm 74

An Appeal against the Devastation of the Land by the Enemy.

A [a]Maskil of Asaph.

1O God, why have You rejected us forever?
Why does Your anger smoke against the sheep of Your [b]pasture?
Remember Your congregation, which You have purchased of old,
Which You have redeemed to be the tribe of Your inheritance;
And this Mount Zion, where You have dwelt.
[c]Turn Your footsteps toward the perpetual ruins;
The enemy has damaged everything within the sanctuary.
Your adversaries have roared in the midst of Your meeting place;
They have set up their own [d]standards for signs.
It seems as if one had lifted up
His [e]axe in a [f]forest of trees.
And now [g]all its carved work
They smash with hatchet and [h]hammers.
They have [i]burned Your sanctuary [j]to the ground;
They have defiled the dwelling place of Your name.
They said in their heart, “Let us [k]completely [l]subdue them.”
They have burned all the meeting places of God in the land.
We do not see our signs;
There is no longer any prophet,
Nor is there any among us who knows how long.
10 How long, O God, will the adversary revile,
And the enemy spurn Your name forever?
11 Why do You withdraw Your hand, even Your right hand?
From within Your bosom, destroy them!

12 Yet God is my king from of old,
Who works deeds of deliverance in the midst of the earth.
13 [m]You divided the sea by Your strength;
[n]You broke the heads of the sea monsters [o]in the waters.
14 [p]You crushed the heads of [q]Leviathan;
[r]You gave him as food for the [s]creatures of the wilderness.
15 [t]You broke open springs and torrents;
[u]You dried up ever-flowing streams.
16 Yours is the day, Yours also is the night;
[v]You have prepared the [w]light and the sun.
17 [x]You have established all the boundaries of the earth;
[y]You have [z]made summer and winter.

18 Remember this, [aa]O Lord, that the enemy has reviled,
And a foolish people has spurned Your name.
19 Do not deliver the soul of Your turtledove to the wild beast;
Do not forget the life of Your afflicted forever.
20 Consider the covenant;
For the dark places of the land are full of the habitations of violence.
21 Let not the oppressed return dishonored;
Let the afflicted and needy praise Your name.

22 Arise, O God, and plead Your own cause;
Remember [ab]how the foolish man reproaches You all day long.
23 Do not forget the voice of Your adversaries,
The uproar of those who rise against You which ascends continually.

Notas al pie

  1. Psalm 74:1 Possibly, Contemplative, or Didactic, or Skillful Psalm
  2. Psalm 74:1 Or pasturing
  3. Psalm 74:3 Lit Lift up
  4. Psalm 74:4 Lit signs
  5. Psalm 74:5 Lit axes
  6. Psalm 74:5 Lit thicket
  7. Psalm 74:6 Lit altogether
  8. Psalm 74:6 Or axes
  9. Psalm 74:7 Lit set on fire
  10. Psalm 74:7 Or To the ground they...
  11. Psalm 74:8 Lit altogether
  12. Psalm 74:8 Or oppress
  13. Psalm 74:13 Or You Yourself
  14. Psalm 74:13 Or You Yourself
  15. Psalm 74:13 Lit on
  16. Psalm 74:14 Or You Yourself
  17. Psalm 74:14 Or sea monster
  18. Psalm 74:14 Or You Yourself
  19. Psalm 74:14 Lit people
  20. Psalm 74:15 Or You Yourself
  21. Psalm 74:15 Or You Yourself
  22. Psalm 74:16 Or You Yourself
  23. Psalm 74:16 Or luminary
  24. Psalm 74:17 Or You Yourself
  25. Psalm 74:17 Or You Yourself
  26. Psalm 74:17 Or formed
  27. Psalm 74:18 Or that the enemy has reviled the Lord
  28. Psalm 74:22 Lit Your reproach from the foolish man