Het Boek

Psalmen 67:1-8

1Een psalm voor de koordirigent. Een lied dat met snaarinstrumenten moet worden begeleid.

2Ik bid

dat God ons zijn genade zal geven

en ons zal zegenen.

Dat Hij Zichzelf aan ons zal openbaren.

3Dan zullen de mensen op aarde weten

wat uw wil is

en alle volken zullen door U worden bevrijd.

4Ik bid

dat alle volken U zullen loven en prijzen, o God,

dat zij werkelijk allemaal U zullen eren.

5Dat de volken zich in U zullen verheugen

en juichen zullen omdat U

elk volk rechtvaardig oordeelt

en uw weg wijst.

6Ik bid

dat alle volken U zullen loven en prijzen, o God,

dat zij werkelijk allemaal U de lof mogen brengen.

7Wij mochten een rijke oogst binnenhalen

omdat God, die onze God is, ons zo rijk zegent.

8God zegent ons

opdat de hele aarde

ontzag voor Hem heeft.

Holy Bible in Gĩkũyũ

Thaburi 67:1-7

Rwĩmbo rwa Kũgooca Ngai

Rwĩmbo rwa Thaburi

167:1 Ndar 6:24-26Ngai arotũkinyĩria wega wake, na atũrathime,

na atũme ũthiũ wake ũtwarĩre,

267:2 Isa 62:2; Tit 2:11nĩguo njĩra ciaku imenyeke gũkũ thĩ,

ũhonokio waku ũmenywo nĩ ndũrĩrĩ ciothe.

3Andũ marokũgooca, Wee Ngai;

andũ othe marogũkumia.

467:4 Thab 9:4Ndũrĩrĩ nĩicanjamũke na cikũinĩre nĩ gũkena,

nĩgũkorwo wathaga andũ na kĩhooto,

na ũgatongoria ndũrĩrĩ iria irĩ gũkũ thĩ.

5Andũ marokũgooca, Wee Ngai;

andũ othe marogũkumia.

667:6 Alaw 26:4; Ezek 34:27; Kĩam 12:2Hĩndĩ ĩyo bũrũri nĩũkaruta magetha maguo,

na Ngai, o we Ngai witũ, nĩagatũrathima.

767:7 Thab 2:8Ngai nĩagatũrathima,

nacio ituri ciothe cia thĩ nĩikamwĩtigĩra.